De impact van TU Delft voor een betere samenleving

donderdag 12 maart 2020
timer 10 min

In een tijd vol disruptieve transities met als gevolg even imposante integrale maatschappelijke vraagstukken, wint een maatschappelijk verdienstelijke inzet van publieke middelen aan belang. Hoe staat een instituut als de TU Delft hierin? Wat zijn de ontwikkelingen? Wat ziet de samenleving terug van publiek betaald wetenschappelijk onderzoek? TU-onderzoekers Serge Hoogendoorn (Smart Urban Mobility) en Niels van Oort (Smart Public Transport Lab) over transparantie, open access en het goed(e) doen voor de samenleving.

De TU Delft staat bij de start van het strategisch plan 2018-2024 internationaal gezien in de top 20 van universiteiten. En in de wetenschappen civiele techniek en transport, zelfs in de absolute top. Daarnaast classificeert Reuters de TU in de top 10 van meest innovatieve universiteiten in Europa en prijkt de TU op plaats drie in de Shanghai Global Ranking voor transportwetenschap en -technologie. De universiteit, kun je dus stellen, doet het goed. Maar doet het ook het goede? En wat is dat dan?

Rector Magnificus TU Delft, Tim van der Hagen, verwoordt de universiteitsmissie als: “We should not only be good at what we do, but what we do should be good for something”. Hoe vertalen Hoogendoorn van Oort dit in hun werk?
 “Een universiteit kan in algemene zin het goede doen door maatschappelijk verantwoord te innoveren”, trapt Hoogendoorn af. “In contact staan met de rest van de wereld en goed kijken en luisteren: wat zijn de grote problemen en kansen?” vult Van Oort aan. “Vertaal je dat naar ons vakgebied, dan betekent het onder andere ‘breder kijken dan alleen mobiliteitseffecten’ en de link leggen met maatschappelijke uitdagingen, want mobiliteitssystemen hebben ook, positief of negatief, impact op bijvoorbeeld ruimte, economie, veiligheid, gezondheid, klimaat en sociale inclusie. Ik vind het niet aan de universiteit om te bepalen wat goed of slecht is, maar wel om die bredere effecten inzichtelijk te maken”. Hoogendoorn tekent daarbij aan dat het ook belangrijk is om als universiteit een ‘luis in de pels’ te zijn, om een tegengeluid te geven. “De industrie en markt hebben de neiging om sommige innovaties als panacee voor alle problemen te zien en overheden willen nog wel eens sterk meeveren. Wij proberen dan ook de andere kanten te laten zien, zonder overdreven sceptisch te zijn.” Van Oort: “Het gaat dus om het zoeken naar echte waarde van (nieuwe) technologie voor de maatschappij en dat komt vaak neer op hypes in mobiliteit als een myth buster terug te brengen tot een realistische discussie.” 

“Samenwerking met de sector is essentieel voor het realiseren van impact en we doen dat dan ook steeds vaker en naar mijn mening beter”, stelt Hoogendoorn. Die samenwerkingsverbanden lopen onder meer via sponsoring, gezamenlijke projecten, of het gezamenlijk mogelijk maken van posities op nieuwe onderzoeksdomeinen .

Is ‘het goede’ doen ook iets wat meebeweegt afhankelijk van ontwikkelingen in de samenleving?
Hoogendoorn erkent dat dat speelt. ”Doelstellingen en focus veranderen continu. Wat nu bijvoorbeeld speelt, is de aandacht voor klimaatmitigatie en -adaptatie, maar ook een rechtvaardige ontwikkeling binnen steden. Worden ze niet te duur voor sommige mensen? En hoe zit het met de (digitale) toegankelijkheid van bijvoorbeeld nieuwe concepten als MaaS? Hoe kun je een mobiliteitssysteem ontwerpen waarin iedereen mee kan doen?” Van Oort: “Het mooie van ons werk is dat we via onze studenten continu met de nieuwe generatie young professionals in contact staan. Ook het wereldwijde wetenschappelijk netwerk  helpt enorm om ‘bij te blijven’. Kijk bijvoorbeeld naar ontwikkelingen op het gebied van Uber in de USA of deelfietsen in Azië.” Hoogendoorn voegt toe: “Een van onze kerndoelen is openheid. Dit verwoorden we als het bevorderen en faciliteren van open Science en open Innovatie.”

Hoe verhoudt openheid zich met publiek gefinancierde wetenschappelijke output in abonnementsgebonden internationale wetenschappelijke journals?
Hoogendoorn: “Dit verandert snel. In principe proberen wij al onze publicaties open access te publiceren. Dit betekent vooralsnog vaak dat we moeten betalen zodat ook mensen zonder abonnement een artikel kunnen downloaden. Los van onze doelstelling eisen de financierende instanties zoals ERC en NWO dit steeds vaker van ons, maar stellen er ook een budget voor beschikbaar.”  Van Oort: “We bewandelen steeds vaker twee wegen voor het delen van ons werk: zowel de publicaties in wetenschappelijke journals als via tijdschriften en congressen gericht op de praktijk. Naast open access is ook de stijl, taal en focus van belang om de praktijk te bereiken. Helaas doen we dit vaak wel op basis van persoonlijke drijfveren,” aldus Van Oort, “want  dit pad wordt in  (internationale) rankingsystemen voor individuele wetenschappers minimaal gewaardeerd. Maar gelukkig lijken er dingen te veranderen.” Hoogendoorn stelt daarentegen: “Door open access wordt je werk meer gelezen en dus vaker geciteerd. Ook open data, waar veel wetenschappers toch nog wat terughoudend tegenover staan, zien wij als meerwaarde voor de onderzoeker. Want ook op dit punt blijkt dat publicaties over open datasets vaker worden geciteerd. Op je data zitten heeft op termijn, ook voor wetenschappers, dus beperkte meerwaarde.”

Ook vanuit de politiek wordt al jaren druk uitgeoefend om wetenschappelijke kennis vrij toegankelijk te maken. Hoe ver is dat proces op de TU Delft?
“Best ver”, zegt Hoogendoorn.  “Ons streven is naar open access van data, software en van publicaties.  Er zijn speciale teams die ervoor langs de faculteiten trekken om ‘het woord’ te verkondigen. Een andere voorname ambitie van de TU Delft is om de maatschappelijke impact van de wetenschap te vergroten door kennisintensieve, en technologiegedreven oplossingen aan te bieden voor maatschappelijke problemen, in nauwe samenwerking met praktijkpartners.”

De universiteit noemt een ‘gebrek aan maatschappelijke waardering voor wetenschap’ als een (mogelijke) bedreiging voor de universiteit en daarmee natuurlijk ook voor de missie. Wat is jullie reactie daarop?

Van Oort merkt hier (nog) niets van. “Ik denk dat we juist meer betrokken worden vanuit de maatschappij. We werken steeds vaker samen met organisaties als de Fietsersbond of Rover. Ook krijgen we frequent vragen voor duiding van maatschappelijke opgaven en voorgestelde oplossingen vanuit maatschappelijke hoek, bijvoorbeeld in de klimaatdiscussie.” Ook Hoogendoorn kent die ervaring niet. “Eerder het tegenovergestelde: bij het verkeersmanagementproject Praktijkproef Amsterdam werd juist door de Amsterdamse bevolking aangegeven dat ze er door de bijdrage van de universiteit fiducie in hadden.”

Helemaal geen zorgen dus?
Hoe goed het ook gaat, Hoogendoorn zou het een goede zaak vinden als er wat meer wetenschappelijke waardering zou zijn voor ‘toegepast werk’. Van Oort vult aan dat het goed zou zijn om de maatschappelijke waarde van wetenschap in kaart te brengen, om daarmee ‘het goede doen’ te stimuleren. 

Meer informatie
Voor meer informatie over het werk van Hoogendoorn en Van Oort: https://www.tudelft.nl/en/ceg/about-faculty/departments/transport-planning/

Auteur

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden