Zelfs kleine gemeente kan aansluiten

maandag 25 juni 2012 140x gelezen

Antoine de Kort, strategisch adviseur informatievoorziening Rijkswaterstaat:
‘Interessant, de effectiviteit van coöperatieve systemen wordt groter naarmate meer partijen meer informatie bundelen’

 

Als je de ontwikkeling van coöperatieve systemen moet weergeven op een schaal van 1 tot 10, dan zou Antoine de Kort zeggen ‘op 3’. Coöperatieve systemen verkeren in een stadium van pre-volwassenheid, in potentie is er al veel beschikbaar. De techniek is er, of in aantocht volgens de roadmap die vanuit Connekt is ontwikkeld. Alles en iedereen maakt zich op voor een groeispurt. En daarbij geldt niet eens meer ‘1+1= 3’, maar een veelvoud daarvan.

‘Coöperatieve systemen zetten je vaak op het spoor van techniek’, zegt Antoine de Kort, strategisch adviseur informatievoorziening bij Rijkswaterstaat. Maar het gaat veel meer om een nieuw communicatiekanaal. In tegenstelling tot de traditionele wegbeheerder-  weggebruikercommunicatie, worden voertuig en inzittenden nu zelf ook informatiebronnen die feedback geven. Deze interactie opent een schat aan nieuwe data en toepassingsmogelijkheden.

Zo zal de informatie die de weggebruiker krijgt, steeds meer afgestemd zijn op zijn persoonlijke behoefte, levensstijl en profiel. Daarnaast zorgt de technische kant van coöperatieve systemen ervoor dat de weggebruiker in zijn rijtaak maximaal wordt ondersteund en worden de voertuigen onderling en vanaf de wegkant veilig en snel geleid.  

Omdat het bij coöperatieve systemen niet alleen gaat om verkeersmanagement langs de weg, maar ook om de communicatie voertuig-weg, moeten we de markt aanmoedigen om open standaarden voor communicatie  te ontwikkelen en te gebruiken. Naast het beschikbaar stellen van publieke verkeersinformatie moeten we als wegbeheerders ook onze infrastructuur geschikt maken. De techniekontwikkeling gaat snel, daarom moeten wij op tijd functionele eisen stellen en aangeven waar de systemen aan moeten voldoen om informatie-uitwisseling met de infrastructuur mogelijk te maken. Met een aantal wegbeheerders kijken we of we een coöperatieve module kunnen ontwikkelen voor de communicatie voertuig-weg. We hebben nu wegkantsystemen, die moeten we uitbreiden naar wegkant-voertuig en vice versa.

We werken aan een ontwikkelstrategie verkeersmanagement en kijken naar randvoorwaarden voor organisatie, proces, informatie en techniek. Coöperatieve systemen vormen een belangrijk onderdeel in deze strategie. Een andere is netwerkbreed verkeersmanagement; door de informatie die vrijkomt uit coöperatieve systemen, kun je steeds beter – op basis van herkomst en bestemmingen en over het hele netwerk – van deur-tot-deur betrouwbare informatie geven, proactief bijsturen op netwerkniveau, preventief handelen en knelpunten voorkomen.

We zitten ook met regionale wegbeheerders in het landelijk verkeersmanagementberaad, LVMB. Daarin zijn we bezig om ook op regionale schaal verkeersmanagement te realiseren. Coöperatieve systemen bieden kansen aan kleinere gemeenten om zich aan te sluiten doordat investeringen in kostbare DVM-systemen achterwege kunnen blijven.’ Belangrijk, aldus De Kort, ‘want 85 procent van de verplaatsingen vindt plaats op niet-snelwegen. Juist in stedelijk gebied valt de meeste reistijdwinst voor de weggebruiker te behalen. Daar zijn ook meer mogelijkheden voor alternatieve routes.

Een van de consequenties van coöperatieve systemen is dat de weggebruiker zelf in staat is routekeuzes te maken. De verkeersmanager heeft de taak deze zelfsturing maximaal te faciliteren'. De Kort: ‘Zeker in reguliere situaties krijg je meer zelfsturing, maar ook dan blijven ingrepen door de wegbeheerder noodzakelijk, zoals het openen of sluiten van (spits)stroken en het inregelen van verkeerslichten. Daarnaast kan ingrijpen nodig zijn als publieke randvoorwaarden zoals veiligheid en leefbaarheid overschreden dreigen te worden.

Dat kan om incidentmanagement gaan bij een ongeval, maar ook om ingrijpen bij grote crises. Met deze nieuwe rol van de verkeersmanager is Rijkswaterstaat nu volop bezig'. De Kort: ‘Die nieuwe kijk op verkeersmanagement betekent niet dat de verkeersmanager achterover leunt en waakzaam toekijkt welke keuzes de weggebruiker maakt. De verkeersmanager reageert juist proactief op de verschillende keuzes die de weggebruiker kan gaan maken.’

Wanneer merken we iets van coöperatieve systemen? De Kort: ‘Op de korte termijn kun je al informatie op elk gewenst tijdstip en plaats bij de weggebruiker brengen en halen. Op de langere termijn zul je een veel rustiger verkeersbeeld zien met minder schokbewegingen. Op  lokaal niveau zal het verkeer nagenoeg autonoom worden afgewikkeld door de coöperatieve systemen, zonder handelen vanuit een verkeerscentrale.

In 2030 moeten we wel op dat punt zijn aangekomen. Best kort dag, maar het is geen rocket science, als het gaat om de techniek. Wel moeten we een omslagpunt bereiken voor netwerkbreed verkeersmanagement. Je ziet nu allerlei vormen van samenwerking ontstaan tussen publieke wegbeheerders. Daarnaast zijn veel private partijen nodig om nieuwe informatiediensten te ontwikkelen voor navigatie in het voertuig en aanpassing van de wegkantsystemen. Interessant is dat de effectiviteit van coöperatieve systemen groter wordt naarmate meer partijen meer informatie gaan bundelen. Dat proces is al zover gaande, daar is geen weg meer terug.’

 

terug naar dossier>

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.