Willen we een eerlijk transportbeleid?

woensdag 19 april 2017 Nettie Bakker 113x gelezen

Goed (transport)beleid is effectief, efficiënt én eerlijk, stelt Karel Martens, wetenschapper aan de Radboud Universiteit en het Israelische Technion in zijn studie en boek: ‘Transport Justice, Designing Fair Transportation Systems’. Als dit het wetenschappelijke uitgangspunt is, hoe eerlijk is dan ons nationale transportbeleid? Deze vraag stond centraal tijdens twee debatten op 12 april aan de TU Delft.
Dagvoorzitter Bert van Wee faciliteert het debat tussen panel en publiek. Hier reageert Kris Peeters, Vlaams auteur van onder meer 'Weg van mobiliteit', naar het panel

Dagvoorzitter Bert van Wee faciliteert het debat tussen panel en publiek. Hier reageert Kris Peeters, Vlaams auteur van onder meer 'Weg van mobiliteit', naar het panel

Twee ‘volle bakken’ publiek telde dagvoorzitter Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft op 12 april. Uitverkocht was een internationale bijeenkomst voor wetenschappers over ‘eerlijk transportbeleid’, gevolgd door een, eveneens volgeboekt debat voor publiek en vijf panelleden georganiseerd door Verkeerskunde in samenwerking met de TU Delft.

Naast Martens, namen Willem Buunk, lector mobiliteit Windesheim, Mario Jacobs, wethouder (en filosoof) in Tilburg, Alex Mink, projectleider bij de Vereniging Openbaar Vervoer Centrumgemeenten (VOVC) en Laurent de Vries, raad van bestuur Viattence Wonen, Zorg en Welzijn (voorheen directeur GGD Nederland en politicus) deel aan het panel.

Eerlijk
Als je de definitie van ‘goed beleid’ los laat op ons transportbeleid, dan wordt er met name gestuurd op de factoren efficiënt en effectief, stelt Martens. Dit geldt veel minder voor de factor ‘eerlijk’. Maar wie bepaalt wat eerlijk transport is?

‘Over de onrechtvaardigheid van slavernij zijn we het snel eens’, hield dagvoorzitter Van Wee het publiek voor, ‘maar transport is een veelkoppig monster’. De lusten voor de een leveren maar zo behoorlijke lasten op voor de ander. En garanderen onze belastinggelden dat iedere burger elementaire voorzieningen kan bereiken, zoals onderwijs, werk en zorg?

Drie richtlijnen
Martens geeft in zijn studie drie richtlijnen om te komen tot eerlijk(er) transportbeleid: Richt de analyse niet op het functioneren van het vervoersysteem, maar analyseer de bereikbaarheid zoals mensen die ervaren. Beoordeel interventies niet alleen op basis van een efficiënte kostenbatenanalyse, maar op het verhogen van rechtvaardige bereikbaarheid en financier het vervoersysteem niet op basis van auto-gerelateerde belastingen, maar op een algemeen, geoormerkte belasting voor verbetering van rechtvaardige mobiliteit, vergelijkbaar met onze gelden voor huisvesting, gezondheid en onderwijs.

Werk aan de winkel
Hoewel de vijf panelleden ieder een eigen visie op rechtvaardige mobiliteit hebben, gaf geen van allen blijk van de overtuiging dat ons transportbeleid op dit moment volkomen ‘eerlijk’ is. Werk aan de winkel dus? Zowel panelleden als eerste reacties uit het publiek geven aan dat dit debat nog een lange weg te gaan heeft, maar een enthousiaste start daarvoor kende.

In Verkeerskunde 3, die verschijnt op 2 juni, meer over de visies van de panelleden en reacties van het publiek dat deelnam aan de discussie op 12 april.

De wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?

Meld u aan voor de nieuwsbrief van Verkeerskunde en ontvang wekelijks het laatste nieuws in uw inbox.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.