Visie Bas Govers: De wereld van straks: elke dag is anders

maandag 29 april 2013 420x gelezen

‘Ik stel dat er een fundamentele productvernieuwing nodig is in het openbaar vervoer’

 

Bas Govers, topadviseur strategie & beleid bij Goudappel Coffeng BV

Bas Govers, topadviseur strategie & beleid bij Goudappel Coffeng BV

Terwijl de wereld verandert, lijkt de ov-sector vooral bezig met meer van het zelfde. Op het spoor draait het om capaciteit, betrouwbaarheid en kosten én om méér sprinters en intercity’s, in plaats van anders. Ook in het bus- en tramnetwerk vormt het bestaande lijnennet veelal de basis voor nieuwe vervoerconcessies. Vraag is of deze bestaande verbindingen nog wel passen bij de maatschappelijke veranderingen in de 21e eeuw. En moet de overheid blijven voorzien in deze, kostenintensieve basisvoorzieningen? Ik stel dat er een fundamentele productvernieuwing nodig is.

 

Eén ding is duidelijk. De ‘zekerheid’ van mobiliteitsgroei is anno 2013 niet langer vanzelfsprekend. Maar is het door de economische crisis of is het structureel? Hoe vaak verlaten we straks nog onze computer om fysiek naar werk- of winkellocaties te reizen? Een aantal trends duidt wellicht zelfs op krimp voor het openbaar vervoer. De filelast daalt en Rutte-II wil de OV-studentenkaart versoberen.

Tegelijk groeien het luchtverkeer en het hogesnelheidsvervoer door verdere internationalisering onverminderd door. Minstens even belangrijk als de omvang van de mobiliteit is daarom de verandering in het mobiliteitspatroon: van primair voorspelbare dagelijkse verplaatsingen (woon-werk) naar meer niet-dagelijkse verplaatsingen over grotere afstand. Naast verdere internationalisering ligt hier een tweede, wereldwijde economische trend aan ten grondslag: de trek naar de stedelijke regio’s door kenniswerkers. Binnen Nederland is deze trend op nationaal niveau zichtbaar in een economische trek naar de grote steden in de Randstad, op regionaal niveau in een trek naar de centrale steden in het regionale gebied, zoals Groningen, Zwolle, Arnhem, Nijmegen en de Brabantse steden. Vervoerrelaties op deze corridors groeien, en op andere corridors nemen ze af.

 

Trends als internationalisering en trek naar de steden, vormen juist een impuls voor het openbaar vervoer, want het zijn vooral de dragers van de (nog steeds groeiende) kenniseconomie die over langere afstanden reizen en naar het stedelijke domein trekken. Mensen die elkaar willen ontmoeten op goed bereikbare locaties: bij de grote stations bijvoorbeeld. Niet voor niets zijn leegstaande kantorenparken vooral aan de snelwegen te vinden. Dit kenmerkt de wereld van straks: van reguliere dagpatronen is steeds minder sprake. Elke dag is anders. Elke dag kent zijn eigen mobiliteitsopgave: auto, trein, fiets of een combinatie. De opmars van persoonlijke reisinformatie en voorzieningen voor ketenmobiliteit sluit daar bij aan.

 

‘Veraangenamen’ is een veelbelovende strategie

De trein staat sterk in deze nieuwe wereld: betrouwbaar, relatief snel op bestemmingen in de steden en geschikt om reistijd nuttig als werktijd te besteden. De digitale revolutie zorgt voor een totaal veranderde beleving van reistijd. Vroegere ‘verloren’ tijd is nu ten volle bruikbaar: voor sociale contacten, voor het werk, om te ontspannen bij een film of om informatie te verzamelen. Voorwaarde is wel dat de ruimten prettig zijn om te verblijven, tijdens en rondom de reis. ‘Veraangenamen’ om de reistijdbeleving te verkorten, is zowel op de knooppunten als in het voertuig, een veelbelovende effectieve strategie.

 

Het bovenstaande betekent wel een ander reizigersproduct dan nu. Internationalisering en de kenniseconomie vragen om goede en snelle verbindingen tussen Randstad, de overige stedelijke regio’s, de omliggende Europese kernregio’s en de belangrijkste luchthavens in binnen- en buitenland. Hogere snelheid op het spoor (200 km/uur) en verbeterde internationale verbindingen, zijn daarbij noodzakelijk. Met servicecomponenten in voertuig en op stations kan ook de reistijdbeleving worden opgewaardeerd in dit nieuwe ‘topsegment’ op het spoor. Nieuwe kaders op Europees niveau (4e spoorpakket) faciliteren deze ontwikkeling.

 

Binnen de Randstad en op de interregionale corridors van en naar de Randstad (PHS-corridors) is behoefte aan een frequent, betrouwbaar en comfortabel basisnetwerk van intercity’s met meer aantrekkelijke en multimodale knooppunten. Dat zijn dan tevens flexibele werklocaties en (zakelijke) ontmoetingsplekken. Dit verhoogt de flexibiliteit in reismogelijkheden voor woon-werkverkeer en zakelijke mobiliteit. Vanuit deze knooppunten wordt het regionale netwerk gevoed.

 

Op regionaal niveau wordt een tweedeling in het netwerk zichtbaar. Allereerst is er het hoofdnet: de regionale, economische drager in de vorm van een samenhangend geheel van regionale treinen, lightrail en HOV-corridors. Ook hier ontstaan duidelijk herkenbare regionale knooppunten. Vervoergroei op dit netwerk kan ontstaan door: hogere snelheden, hogere frequenties, ruimtelijke intensivering, P+R, mobiliteitsmanagement en verknoping van onderliggende diensten. Dit maakt productinnovaties op dit regionaal hoofdnetwerk haalbaar. Het succes van RandstadRail en de contractsectorlijnen is hiervan het bewijs.

 

Cofinanciering vanuit welzijn en onderwijs is gewenst

Naast het regionale hoofdnet moet aansluiting worden gezocht bij behoeften van doelgroepen. De centrale rol voor de overheid is daar niet meer vanzelfsprekend. Aansturen en cofinanciering vanuit organisaties op het gebied van welzijn en onderwijs is gewenst. Zo hou je aansluiting bij de daadwerkelijke behoeften. De regionale overheid participeert en faciliteert binnen tevoren vastgestelde kaders. Maatschappelijke initiatieven voor het overbruggen van ‘the last mile’ moeten daadkrachtig worden bevorderd in de vorm van pilots, en bij bewezen succes verder worden uitgerold. De overheid behoudt een rol bij de integratie van deze initiatieven in het reguliere vervoer (ticketing, informatie).

 

Verlies van marktaandeel

Nogmaals, mobiliteitsplanning is lastiger dan ooit. Maar één ding is zeker: vasthouden aan het bestaande product in een dergelijke dynamiek kan alleen maar tot verlies van marktaandeel leiden. Fundamentele productinnovatie is nodig en de mogelijkheden nemen daarvoor gelukkig toe; soms afgedwongen door Europa, soms door maatschappelijk betrokken burgers. De manier waarop we daar als sector op reageren zal het resultaat bepalen.

Inhoud laatste dossier

De verkeerskundige

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Wegontwerp

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.