Uit de journals: fietsparkeren, burgerobservatoria en klimaat

woensdag 2 oktober 2019 Leonie Walta 0 reacties 16x gelezen

In deze aflevering van de rubriek ‘Internationale vakliteratuur’ samenvattingen van een studie naar fietsparkeren, een raamwerk voor burgerobservatoria en vijf studies met een focus op klimaat en milieu.

 

Kennis over fietsparkeren

Studies naar het stimuleren van fietsen focussen meestal op de effecten van de gebouwde omgeving en fietsinfrastructuur, terwijl ook fietsparkeren een belangrijke rol kan spelen. Eva Heinen van de University of Leeds en Ralph Buehler van Virginia Tech hebben met een literatuuronderzoek de huidige kennis over fietsparkeren in kaart gebracht. Deze kennis spitst zich vooral toe op werk-, school- en ov-locaties. De belangrijkste bevindingen zijn: een positieve correlatie tussen het aanbod aan fietsparkeerplaatsen en het aantal geparkeerde fietsen, fietsers prefereren parkeerplaatsen van hoge kwaliteit en op praktische locaties – dicht bij de ingang van een station -, bij betaald parkeren neemt de waarschijnlijkheid af dat fietsers een parkeervoorziening gebruiken en het aanbod aan fietsparkeerplaatsen is van invloed op de keuze om te fietsen.

 

Tegelijkertijd is er nog maar weinig bekend over parkeren in woonomgevingen en in de stad. Ook is het aantal studies naar het belang en effecten van goede fietsparkeervoorzieningen beperkt en leveren ze nog onvoldoende bewijs dat betere fietsparkeervoorzieningen een positief effect hebben op het aantal mensen dat fietst. Voor de praktijk levert dit literatuuronderzoek voldoende basis om te investeren in fietsparkeervoorzieningen, maar de onderzoekers adviseren deze grondig te evalueren om bij te dragen aan de kennis over effecten van fietsparkeren. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heinen, E. en Buehler, R. (2019), ‘Bicycle parking: a systematic review of scientific literature on parking behaviour, parking preferences, and their influence on cycling and travel behaviour’, Transport Reviews 39(5), pagina 630-656.
https://doi.org/10.1080/01441647.2019.1590477

 

 

 

Burgerobservatoria voor mobiliteit

Mobiliteitsplanning is traditioneel gebaseerd op data die verzameld zijn via vragenlijstonderzoek en observatie van het verkeer. Deze methoden zien vaak lokale problemen en burgerinitiatieven over het hoofd. Het betrekken van burgers bij de dataverzameling kan leiden tot mobiliteitsplannen die beter passen bij de behoeften en het toekomstig verkeersgedrag. Zij vormen immers een geografisch verspreid netwerk van observatoren en leveren een aanvulling op de traditionele data. Deze aanpak vergroot ook het bewustzijn bij burgers, kan een dialoog tot stand brengen en er kunnen sociale innovaties uit ontstaan.

 

Voor een burgerobservatorium is een online omgeving nodig. Het opzetten hiervan is vaak tijdrovend en vergt programmeervaardigheden. Bestaande observatoria in het transportdomein zijn tot nu toe beperkt gebleven tot milieuonderzoek. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel hebben een conceptueel raamwerk voor een generiek burgerobservatorium voor mobiliteit opgesteld, onder meer op basis van onderdelen uit bestaande initiatieven voor burgerparticipatie bij mobiliteitsplannen (zie figuur).

 

Het is een opzet voor een online platform voor burgers, onderzoekers en overheden waarmee data kunnen worden verzameld, geanalyseerd en gerapporteerd.

De onderzoekers zullen als vervolg op deze studie de technische eisen voor het succesvol organiseren van dataverzamelingscampagnes onderzoeken en het raamwerk testen op een drietal projecten in België. Belangrijke aandachtspunten blijven onder andere de representativiteit van data die op deze manier worden verzameld en de compatibiliteit met technologie en databases van derden.

 

Studies naar klimaat en milieu

 

Infra-ontwerp volgens ecosysteem

Klimaatverandering maakt de huidige transportinfrastructuur kwetsbaar, bijvoorbeeld door incidentele verstoring van de operationele beschikbaarheid, kortere levensduur en hogere onderhoudskosten. De conventionele ingenieursaanpak, met meer sterkte en stijfheid van constructies, biedt niet voldoende veerkracht voor onverwachte incidenten. Onderzoekers uit Australië en de Verenigde Staten stellen een socio-ecologische benadering voor, waarin het adaptieve karakter van ecosystemen als uitgangspunt voor het ontwerp wordt genomen. De onderdelen van de infrastructuur worden daarin niet als losse assets maar als onderdeel van een geheel beschouwd. Ook het nabootsen van de ontwerpstrategieën en -principes van levende organismes – biomimicry - kan helpen om systemen met voldoende veerkracht te ontwerpen.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hayes, S., Desha, C., Burke, M., Gibbs, M., en Chester, M. (2019) ‘Leveraging socio-ecological resilience theory to build climate resilience in transport infrastructure’, Transport Reviews 39(5), pagina 677-699.
https://doi.org/10.1080/01441647.2019.1612480

 

 

Infrastructuur en broeikasgassen

De uitstoot van broeikasgassen in Zweden moet in 2045 netto op nul uitkomen. Zweedse onderzoekers kwamen daarom met een nieuwe methode op basis van life-cycle assessment om de milieu-impact van infrastructuur te evalueren. Met bestaande methoden bleek het namelijk niet mogelijk om naast de globale impact zogenoemde milieu-hotspots te identificeren, terwijl het zeer effectief kan zijn om deze aan te pakken. De onderzoekers identificeerden beheer en onderhoud van de bestaande infrastructuur en materiaalproductie, zoals asfalt, staal en beton, als de belangrijkste terreinen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.    

 

Liljenström, C., Toller, S., Åkerman, J. en Björklund, A. (2019),Annual climate impact and primary energy use of Swedish transport infrastructure’, European Journal of Transport and Infrastructure Research 19(2), pagina 77-116.

http://tlo.tbm.tudelft.nl/ejtir

 

 

 

 

Hitte-eilanden en elektrisch vervoer

Karin Kolbe van de University of Koblenz and Landau analyseerde de invloed van milieuvriendelijke alternatieven voor de conventionele auto op zomerse hitte-eilanden in het Chinese Beijing. Van de onderzochte alternatieven gaven de elektrische auto op windenergie, de waterstofauto op waterstof geproduceerd met windenergie en een energie-efficiënt metrosysteem de grootste reductie op de hitte-intensiteit. Elektrische auto’s op de huidige energiemix doen het nog steeds beter dan conventionele auto’s maar minder dan de metro. Waterstofauto’s op waterstof geproduceerd met de huidige energiemix presteren slechter dan de conventionele auto. De resultaten zijn ook geldig voor andere steden wereldwijd. De onderzoeker adviseert beleidsmakers om in te zetten op een combinatie van milieuvriendelijke technologieën.

 

Transport Policy

Kolbe, K. (2019), ‘Mitigating urban heat island effect and carbon dioxide emissions through different mobility concepts: Comparison of conventional vehicles with electric vehicles, hydrogen vehicles and public transportation’, Transport Policy 80, pagina 1-11.

https://doi.org/10.1016/j.tranpol.2019.05.007

 

 

Culturele betekenis modaliteiten

Reizigers stappen maar mondjesmaat over op duurzame modaliteiten. Meer begrip van de sociale en culturele context van de keuzes van mensen lijkt nodig om hen effectief te bewegen hun leefstijl te veranderen. Duitse onderzoekers brachten de cultureel emotionele betekenis van reisopties in kaart voor een grote steekproef onder de Duitse bevolking. Ze identificeerden zes segmenten, eco-georiënteerde opiniemakers, innovatie-georiënteerde progressieven, kostenbewuste pragmatici, comfort-georiënteerde individualisten, algemeen belang-georiënteerde stadsbewoners en risicomijdende traditionalisten, waarvan de leden verschillende betekenissen hechten aan modaliteiten. De segmenten verschillen op sociaal-demografische achtergrond en hebben waarschijnlijk een verschillende benadering nodig om ze te overtuigen voor andere reisopties te kiezen.  

 

Transportation Research part A

Wolf, I. en Schröder, T. (2019), ‘Connotative meanings of sustainable mobility: A segmentation approach using cultural sentiments’, Transportation Research Part A 126, pagina 259-280.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.06.002

 

 

 

Milieuvoordeel vs risico

De veiligheidsrisico’s van zelfrijdende auto’s zijn momenteel nog groter dan die van conventionele auto’s. Om zelfrijdende auto’s hun kilometers op de weg te laten maken, waardoor ze uiteindelijk veiliger worden, moeten mensen bereid zijn deze risico’s te accepteren. Onderzoekers van de Tianjin University in China concludeerden op basis van een serie studies dat deze acceptatie groter wordt als de nadruk wordt gelegd op de milieuvoordelen van zelfrijdende auto’s. Als verklaring hiervoor vonden ze dat het vertrouwen in de zelfrijdende auto’s toenam als gevolg van deze positieve boodschap.      

 

Transportation Research part A

Liu, P., Ma, Y. en Zuo, Y. (2019), ‘Self-driving vehicles: Are people willing to trade risks for environmental benefits?’, Transportation Research Part A 125, pagina 139-149.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.05.014

 

 

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Serie Vakkennis

serie vakkennis

Artikelen 1 tot 5 van 9

1 2

Artikelen 1 tot 5 van 9

1 2

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.