"Nu aandacht voor mijn privéverzameling auto's"

donderdag 25 april 2019 Redactie 31x gelezen

Jan van der Waard, topexpert bij het KIM is met pensioen. Hoe blikt hij terug op zijn werkzame leven? Wat waren de disrupties, wat veroorzaakte een glimlach bij hem, wat verwonderde hem en wat geeft hij het vakgebied mee?

 

Hoe startte je in het werkveld en hoe verlaat je het?

Na mijn studie civiele techniek in Delft en dienstplicht bij de Koninklijke Luchtmacht begon ik als onderzoeker aan (toen nog) de Technische Hogeschool Delft. Nu verlaat ik het werkveld als de topexpert van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Tussen die twee aanstellingen liggen diverse inhoudelijke en managementfuncties bij Rijkswaterstaat. Steeds stond de beleidsanalyse rond mobiliteit centraal, evenals de verbinding tussen kennis en wat er met die kennis in de maatschappij en - in het bijzonder - het beleid wordt gedaan.
 
Wat waren je visie en ambities?

Ik had volgens mij toen niet echt een duidelijke visie op het vakgebied. Mijn aandacht was sterk gefocust op de kwaliteit van het openbaar vervoer als systeem. Ik was vooral geïnteresseerd in de spanning tussen een toch min of meer star geregeld ov-systeem en de enorm dynamische en heterogene vraag naar vervoer. Hoe maak je dat zo goed mogelijk passend? Daar lag wellicht al het begin voor een latere, veel bredere blik op het totale mobiliteitssysteem, waarin niet alleen de vervoersvraag en het aanbod aan voorzieningen in alle modaliteiten, maar ook de (positieve en negatieve) effecten van het resulterende verkeer onlosmakelijk gerelateerd zijn. De door mij nogal eens gehanteerde kreet ‘Alles heeft met alles te maken en wel in toenemende mate’ past hier perfect op. Begin dit jaar kon ik die ‘tegeltjeswijsheid’ nog goed gebruiken in een laatste KiM-publicatie over de contouren van een meer geïntegreerd vervoersysteem. 
 
Wat waren disrupties, dan wel wijzigingen van inzicht die indruk maakten?

Bij mijzelf was dat toch wel een toenemend inzicht dat de auto zo’n primaire rol in het systeem speelt en de uitwisseling tussen auto en ov om allerlei redenen, slechts beperkt kan zijn. De publicatie ‘Hoe kan dat nou?’ samen met Toon van der Hoorn, Piet Bovy en Broos Baanders over dit onderwerp uit 1990 is denk ik nog altijd van nut voor beleidsmakers. Vanaf ongeveer die tijd is mijn belangstelling voor de ins en outs van automobiliteit mijn belangstelling voor openbaar vervoer gaan overtreffen. 
Als belangrijke disruptie van de laatste jaren zie ik toch wel de sterk toegenomen beschikbaarheid van veel meer data. In mijn TH-tijd moest je loopafstanden bij gebrek aan beter nog vanaf een kaart opmeten; nu pluk je ze met een eenvoudig scriptje uit één bestand op internet. Het einde is hier zeker nog lang niet inzicht, overigens inclusief bijbehorende nieuwe kennisvragen over kwaliteit en representativiteit. 
 
Wat zou je met de wetenschap van nu, beslist anders gedaan hebben?

Lastige vraag! Misschien dat het toch beter was geweest om nog meer dan we al deden en doen, elementaire kennis vast te leggen in voor beleidsmakers toegankelijke vormen. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het wiel toch iets te vaak opnieuw wordt uitgevonden. Mensen die zich met kennis bezighouden kijken nu eenmaal toch liever naar nieuwe kennisvragen dan naar hoe bestaande kennis beklijft.
 
Als je terugblikt, waar ga je dan van glimlachen?

De vele scenarioprojecten waaraan ik heb mogen bijdragen. Ik heb het altijd erg leuk gevonden om de gelegenheid te hebben te helpen mogelijke ontwikkelingen in de toekomst te verkennen en daarmee wat beter ‘gewapend’ te zijn tegen die per definitie onkenbare toekomst. Dat werk heeft mij ook geleerd af en toe meewarig te glimlachen bij unieke nieuwe vervoersconcepten die het systeem op de kop gaan zetten. De toekomst is en blijft in ieder geval weerbarstig!
 
Je blijft nog lid van de Raad van Advies van het Nationaal verkeerskundecongres; wat staat er nu verder op je agenda?

Niet echt veel, ik ben zeker niet van plan nog een adviesbureautje of zoiets te beginnen. Ik hou het bij een paar van dit type werkzaamheden, zoals de redactie van het Tijdschrift Vervoerswetenschap en enkele begeleidingsgroepen van lopende projecten. Mijn bemoeienis met mobiliteit zal vooral praktisch zijn met vooral meer wandelen en fietsen en af een toe een langere vlieg- of autoreis. Zo willen we nog graag een paar reizen maken in Noord-Amerika en met de eigen auto naar Athene lijkt mij ook wel een keer leuk.
 
Wat wens je je vakgenoten en het vakgebied toe?

De vakgenoten in de verkeerskunde wens ik nog meer dan nu de verbinding toe met talrijke disciplines die een bijdrage kunnen leveren aan een, op de maatschappelijke ontwikkeling toegesneden mobiliteitssysteem. Het inzicht dat bewegende voertuigen maar één (maar zeker niet onbelangrijk) onderdeel zijn van dat systeem is daarbij voor mij al jarenlang een gegeven.
 
Welke boeken ga je beslist (of nu eindelijk ) lezen, en heb je andere hobby’s?

Ik heb nu naast de gebruikelijke inhoudelijke rapporten en tijdschriften ook eindelijk tijd voor verhalenbundels, detectives en reisverslagen. Ook zal mijn privéverzameling auto’s nu ook eens meer aandacht krijgen. Weest gerust, het gaat om miniaturen, maar misschien komt er ook nog wel een leuke oldtimer in schaal 1 op 1.”

Spraakmakers

Artikelen 1 tot 20 van 40

1 2

Artikelen 1 tot 20 van 40

1 2

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.