“Ik zie de relatie stemgedrag en mobiliteit”

Josse de Voogd vertaalt verkiezingsuitslagen naar een dynamische mobiliteitsatlas

maandag 15 april 2019 Nettie Bakker 613x gelezen

Bouw je woningen en industrie verspreidt over de dorpen, zoals de katholieke kerk dat in Brabant propageerde, dan zal het aandeel fiets en OV beperkt blijven. Maar wordt er een ecodorp gebouwd in Culemborg aan het spoor, dan zal de treinforens zich er nestelen en is de kans zeer groot dat Groen Links bij de volgende verkiezingen stijgt. Een gesprek met Josse de Voogd, cultureel antropoloog die gepassioneerd een nieuwe invalshoek verkent: de relatie stemgedrag en mobiliteit.

 

Josse de Voogd

Josse de Voogd (Copyright: Hessel Bes)

Zijn eigen ster stijgt. Josse de Voogd (36) is herkend als ‘stemvertaler’ en becommentarieerde vorig jaar voor de NOS de gemeenteraadsverkiezingen en schoof dit jaar aan om de uitslagen van de verkiezingen voor de Provinciale Staten te duiden. De nieuwste uitslagen kleuren zijn verkiezingsatlas van Nederland weer wat in en met deze gegevens duikt hij steeds dieper in de verbanden; zo ook die tussen stemgedrag en mobiliteitsgedrag.  

 

Patronen

Zijn analyses gaan veel verder dan de clichés dat VVD-ers auto rijden en Groen Linksers de fiets pakken. De werkelijkheid is verfijnder en de vele tegenstellingen geven waarde aan de patronen die De Voogd ontdekt in de relatie ‘geografie en politieke voorkeur’.  

 

We spreken De Voogd in een restaurant ‘aan de drukste fietskruising’ van Groen-Linksstad Utrecht. Zijn achtergrond: culturele antropologie en ontwikkelingsstudies, aangevuld met internationale betrekkingen en sociale geografie. Zijn persoonlijke interesses volgend, ontstaat er gaande weg een studiegebied waarin De Voogd vooralsnog opereert als eenoog en koning. Zijn eerste boek over de electorale geografie van Nederland ‘Bakfietsen en Rolluiken’ schreef hij in samenwerking met  Bureau de Helling, het wetenschappelijk bureau van Groen Links. Hij werkt nu aan een tweede boek, dat dieper ingaat op de gelaagdheid van Nederland.  
     

De Voogd: “Mijn studierichting is ontstaan tijdens mijn stage bij Groen Links. Ik zag patronen in stemgedrag en geografie. Het fascineerde me enorm.” Naarmate De Voogd zich er verder in verdiept, ontdekt hij meer: onder meer de relatie stemgedrag, geografie én mobiliteit.    

 

Nieuw vakgebied

Om aan te geven hoe diep hij al in zijn nieuwe vakgebied zit: “Van een paar eerste uitslagen, kan ik al snel een landelijke prognose voor partijen geven. Ik weet welke plaatsen vergelijkbaar zijn, maar vooral welke verschillen. Nieuwegein is iets anders dan De Bilt. Nieuwegein lijkt meer op Spijkenisse, terwijl De Bilt meer overeenkomsten heeft met Haren. Als een partij in De Bilt wint, zal die naar verwachting ook in Haren winnen. Die verschillen en overeenkomsten in stemgedrag tussen geografische gebieden gaan terug tot op de bodemgesteldheid. Zo maakt het verschil of een dorp op stad op ‘zand’ of op ‘veen’ is gebouwd. “Deze en meer factoren vormen zelfs voor een deel het DNA van een plaats.”  


 

De Voogd legt uit hoe het landschap een verbindende factor kon zijn. “Neem de Esdorpen in Drenthe. Samen werden manieren gevonden om op die plekken te overleven. Dat schiep een bepaald sociaal vertrouwen. De opkomst in deze gebieden is traditioneel vaak ook hoger. Je ziet dit ook in terpdorpen. Plaatsen op het hoogveen, of ook in de Limburgse mijnstreken, kennen daarentegen een geschiedenis van hiërarchie. Denk aan de vele werknemers die werden aangestuurd door mensen uit het Westen. Dit vertaalde zich in deze gebieden in gevoelens van ongelijkheid. Ook dat zie ik terug in stemgedrag en in opkomst. Dit is een verklaring voor het feit dat op het oog vergelijkbare dorpen, toch heel verschillend kunnen stemmen.  

 

Kerk

En dan de rol van de kerk. In het katholieke deel van Nederland zie je veel kleinschalige industrieën ontstaan, veelal op bromfietsafstand van werknemers. De gedachte achter deze kleinschaligheid was onder meer gebaseerd op een angst voor samenscholingen waarin socialistische gedachten zouden kunnen ontstaan. Je ziet dat de bromfiets heeft plaatsgemaakt voor automobiliteit in deze gebieden. Hoewel de e-bike juist hier weer een nieuwe kans krijgt.”  

 

Gele hesjes

Naast historische DNA-sporen ziet De Voogd ook in moderne geografische ontwikkelingen een duidelijke relatie met mobiliteit en met stemgedrag. Hij noemt de ‘de gele hesjes’, een explosieve reactie in Franse buitenwijken en plattelandsgebieden, maar heel verklaarbaar voor De Voogd. “De grote steden worden steeds meer het domein voor de beter gesitueerden. Dat zie je niet alleen in Parijs, maar ook in onze grote steden. De fiets lijkt daar een nieuw statussymbool: ‘Fietsprofessor Marco te Brömmelstroet stelde dat men  ermee aan toont dat men op fietsafstand van het werk kan wonen’. Precies omgekeerd werkt het voor mensen die minder bedeeld zijn en gaandeweg naar de buitenwijken worden ‘geduwd’. Daar is autogebruik geen vrijwillige keuze meer. Worden deze mensen vervolgens geconfronteerd met verhoging van brandstofprijzen, dan vliegt hier de vlam in de pan, omdat zij er het meest de dupe van zijn. Niet de mensen in de stad die allerlei vervoersalternatieven hebben en ook niet de mensen die om niet-economische reden er zelf voor kiezen om ‘buiten’ te wonen.  

 

Auto

“Je merkt”, vervolgt De Voogd, ”dat Nederland, buiten de grootste stedenop de auto is gebouwd. Veel dorpen zijn net niet groot genoeg voor een spoorlijn. Bovendien zie je dat het spoor vooral de grote steden onderling verbindt. Daartussen ontstaan gebieden waar mensen, als je niet oppast, in parallelle werelden gaan leven. Ze blijven in het eigen dorp of buitenwijk. Maak je het voor hen te duur of te ingewikkeld om met de auto, fiets of ov naar de stad te gaan, dan kan het zijn dat je hele groepen mensen er niet meer ziet.”    

 

“Begrijp je meer van de relatie mobiliteitskeuzes en stemgedrag dan kun je bepaalde effecten van stemmenwinst al voorzichtig voorzien. Als je bijvoorbeeld weet dat het CDA traditioneel voor uitbreiding van de dorpen is, kan winst voor het CDA mogelijk op gespannen voet staan met het bevorderen van duurzame mobiliteit. Wil je die bevorderen, zou je misschien juist wat terughoudender moeten zijn met het bouwen buiten de steden. Althans, in die gebieden die geen goede verbinding met de grotere steden hebben.

  

DENK-kaart

Purmerend kent bijvoorbeeld een goede verbinding met Amsterdam, en Zoetermeer met Den Haag, maar de dwarsverbinding  Zoetermeer-Leiden is al  ingewikkelder. En vanaf Rotterdam-CS ben je even snel in Utrecht als in het dichterbij gelegen Spijkenisse. Dit geeft aan dat Nederland een netwerk met ‘gaten’, of ‘mazen’is, zoals Pieter Tordoir ook stelt in zijn rapport  ‘De veranderende geografie van Nederland’ (2015). Niet verwonderlijk dat deze ‘mazen’ voedingsbodems vormen voor populistische partijen. Een gelijktijdige tendens is dat naarmate er meer economisch succesvolle Groenlinksers naar de steden trekken, het stedelijke stadshart zich verder uitbreidt en de DENK-kaart doorsijpelt naar de buitenwijken.” 
 
De Voogd waarschuwt voor effecten van mobiliteitsmaatregelen die soms minder subtiel lijken dan ze zijn. We hebben in Utrecht de wijk Lombok die gewaardeerd wordt vanwege zijn multiculturele karakter. Alleen dat autoverkeer zou eigenlijk moeten verdwijnen. Begrijpelijk. Tegelijk is het wel belangrijk dat je je realiseert dat het best zo kan zijn dat de mensen die er met de auto komen, juist die gewaardeerde sfeer creëren.” 

  

De Voogd bereidt zich voor op een presentatie op het Nationaal Fietscongres op 20 juni in Houten. Een voorproefje van zijn visie op de fiets: “De fiets hoort bij het ov, de Intercity verbindt steden, met de fiets krijg je toegang tot en vanaf de trein. Kijk naar fietsstad Houten dat twee treinstations in beide stadsharten heeft. Wat een verschil met Nieuwegein iets verderop.”  

 

Fietskaart

“Ik bestudeer momenteel de fietskaart van Nederland en wil nog iets meer kijken naar type fietsers. Bekend is dat in Houten meer wordt gefietst dan in Nieuwegein, maar welke mensen fietsen er nu precies meer of minder? Dat doe ik door bestaande informatie te verzamelen en met elkaar in verband te brengen.  

 

Uiteindelijk biedt deze studie stemgedrag en geografie meerwaarde voor de ontwikkeling van de mobiliteitsstructuur in Nederland, zo legt De Voogd uit. “Op basis van deze kennis zou je bijvoorbeeld uitspraken kunnen doen over het verwachte fietsgebruik van delen van nieuwe snelfietsroutes, dan wel zou je een route bewust kunnen aanleggen langs gebieden waarvan je weet dat er waarschijnlijk meer mensen gebruik van kunnen of willen maken.  

 

Het gaat er overigens niet om de stem- en mobiliteitskaart zo uit te leggen dat je hier of daar wel of niet investeert in mobiliteit, haast De Voogd. “Daarmee zou je mensen benadelen. Het gaat wel om het besef van wat de gevolgen zijn van je maatregelen. Bijvoorbeeld bouwen in bepaalde dorpen doet de automobiliteit toenemen en kan tot een eenzijdige bevolking leiden. 

 

Realiteit

We blikken nog even op het drukke fietspad in Utrecht en keren daarmee terug naar de realiteit. Dat herinnert De Voogd eraan te benadrukken dat zijn uitspraken vooral gerelativeerd moeten worden. “Het zijn voor mij heldere patronen, maar het blijven globale patronen. Het zegt iets over wat het stemgedrag zou kunnen zeggen over mobiliteit, en andersom, maar het is geen harde waarheid. Het blijven signalen.”   

 

Op 20 juni spreekt Josse de Voogd tijdens de opening van het Nationaal Fietscongres in Houten.
Komt u ook

Spraakmakers

Artikelen 41 tot 42 van 42

1 2 3

Artikelen 41 tot 42 van 42

1 2 3

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.