Schijnwerpers op risicogroepen

dinsdag 10 april 2012 169x gelezen

Marij Philippens, hoofd Verkeersveiligheid, ministerie van IenM:

‘Jongeren in hun sociale context aanpakken. Dat bereik je anders dan met wet- en regelgeving’

Nieuw beleid maak je niet vanachter je bureau, maar samen met maatschappelijke partners en door ‘out of the box’ te denken. Het gezamenlijke belang voorop stellen en samen verantwoordelijk zijn. Zo komt er een impuls bovenop bestaand beleid. De minister regisseert. En ‘volgen’ is een belangrijk verkeersveiligheidswoord: actief ontwikkelingen volgen en daarop anticiperen.

 

In een notendop de visie en koers van Marij Philippens, sinds 1 januari hoofd van de afdeling Verkeersveiligheid op het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zij maakte medio februari kennis met ‘alles wat er speelt’ en met ‘iedereen die zich bezighoudt’ met verkeersveiligheid, tijdens de eerste van twee brainstormsessies op weg naar een update van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (2008-2020) deze zomer. Philippens: ‘Ik was verbijsterd over de hoeveelheid mensen en organisaties die zich bezighouden met verkeersveiligheid en over de creativiteit in het aanreiken van nieuwe handvatten. Noodzakelijk, want er moet méér gebeuren.’ Philippens vindt zeker niet dat de inhoud en uitvoering van bestaand beleid niet langer mee kan. ‘Het succes van de afgelopen jaren geeft reden genoeg om door te gaan. Wél komen er uit de cijfers nieuwe feiten naar voren en worden er nieuwe risicogroepen zichtbaar.’ 

 

In het verleden gingen we er bijvoorbeeld vanuit dat ouderen zouden blijven autorijden. Nu zie je dat ouderen massaal op de (e-)fiets gaan. Dat is prima, want het houdt hen langer mobiel en gezond en het is ook goed vanuit duurzaamheid en recreatie gezien, maar het geeft ook meer ernstige gewonden bij fietsongevallen. Dat betekent dat er extra aandacht nodig is voor de (oudere) fietsers. Voor een andere, opvallende risicogroep: de jonge, beginnende automobilisten, is al gericht beleid in gang gezet; onder meer met begeleid rijden. Die maatregel gaan we goed volgen en evalueren. In Duitsland heeft het effect, maar is dat hier ook zo en is het voldoende? Ook startten we de campagne BOB in de sportkantine, gericht op alcoholgebruik onder sporters en andere bezoekers van sportkantines. BOB is een hooggekwalificeerde campagne gericht op gedragsverandering. Met name een aanpak via de sociale context is lastig, maar juist bij jongeren essentieel. Verder gaan we ook door met Duurzaam Veilig; dat is een prachtig systeem en dat voeren we gewoon door. 

 

Om de taakstellingen van het aantal doden en zwaargewonden in 2020 te halen, moeten we ons dus extra richten op de risicogroepen die uit de cijfers opvallen: dat zijn (oudere) fietsers in de categorie ernstig gewonden en jongeren in de categorie doden. Hoe wrang ook, het is een voordeel als er een specifieke groep in de schijnwerper staat, zodat je er gericht beleid op kunt voeren.

 

Komen we op de bezuinigingen. ‘Dat SWOV en VVN met 15 procent worden gekort is een volkomen logische stap van een overheid die moet bezuinigen. Belangrijk signaal is dat deze kortingen relatief minder zijn ten opzichte van vele andere subsidies. In dit tijdsgewricht zijn de kortingen in de verkeerveiligheid beperkt.’

 

‘Daarnaast blijkt dat je als overheid niet alles alleen kunt aanvliegen en ook niet alles kunt aanpakken met wet- en regelgeving; zeker niet als het op gedrag aankomt. Dit betekent dat we meer de rol van regisseur aannemen door partijen en initiatieven aan elkaar te verbinden.’ Als succesvol voorbeeld daarvan noemt Philippens de twee brainstormsessies met het complete verkeersveiligheidsveld. ‘Een nieuwe vorm die afwijkt van de gebaande paden. Dat hoeven we niet ieder jaar zo te doen om het centrale beleid bij te stellen, maar kan zeker boeiend zijn om het te herhalen rondom een thema. Wat we ook moeten doen is ‘volgen’. Volgen wat er bijvoorbeeld gebeurt met de elektrische fiets. Daar zitten nog heel veel kanten aan. Daarnaast is de ontwikkeling van de technologie razend boeiend, zoals auto’s die stoppen voor een obstakel. Daar is nog een enorme slag te slaan.’

 

Zou verkeersveiligheid onder druk van bezuinigingen én van andere prioriteiten –  doorstroming, aanpak criminaliteit – meer integraal moeten worden aangepakt?

‘Ja, kijk weer naar de oudere fietsers. Zij worden geconfronteerd met (e-)fietsen die harder gaan en ingewikkelder zijn dan de ‘oude’ fiets. Daar wordt op geanticipeerd met cursussen, maar ook in de infrastructuur. Ik was verrast over de term ‘vergevingsgezindheid’, en zie die nu zelfs terug in mijn eigen woonomgeving. Ik dacht ‘waar zijn de stoepranden gebleven?’ Nu begrijp ik dat ik in een vergevingsgezinde omgeving woon. Het verwijderen van obstakels kan inderdaad ongelukkige valpartijen voorkomen. Toch blijven – ook bij een integrale aanpak – wegbeheerders verantwoordelijk.’

 

In juni staat het bestuurlijke koppeloverleg (BKO) op de rol waar de (de)centrale overheden draagvlak willen creëren voor een nieuwe impuls aan het strategisch plan. Dan zijn ook de verkeersslachtoffercijfers over 2011 bekend gemaakt door de minister op het Nationaal Verkeersveiligheidscongres, NVVC, op 19 april in Rotterdam.

Inhoud laatste dossier

Geen artikelen gevonden.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.