Fietser en voetganger verdienen meer Europese aandacht

vrijdag 18 mei 2018 Guus Puylaert 149x gelezen

Uit onderzoek van Sweco blijkt dat veel Europese steden hun infrastructuur verder moeten aanpassen aan fietsers en voetgangers, om op de groeiende stad voorbereid te zijn en autogebruik te ontmoedigen. Jim Walker van het internationale platform Walk21 onderkent dit probleem. “Maar het aanpassen van de infrastructuur kan wel per stad verschillen”, zegt hij. “Daar moeten steden goed over nadenken."

Het Urban Insight-rapport van Sweco ‘Urban Mobility on a Human Scale - Promoting and Facilitating Active Travel in Cities’ toont de voordelen aan die gepaard gaan met een toename van fietsers en voetgangers voor steden in Europa.


Voordelen
De voordelen zijn niet alleen economisch van aard, maar hebben ook te maken met een betere luchtkwaliteit, betere doorstroming van verkeer, efficiënter gebruik van de openbare ruimte en een actievere levensstijl. Dat zegt Jeroen Quee, mobiliteitsexpert bij Sweco Nederland en een van de auteurs van het rapport.

 

Steden als Amsterdam en Kopenhagen lopen voorop op gebied van fiets- en voetgangersverkeer, maar ook in een stad als Londen groeide het fietsverkeer in tien jaar tijd met zo’n 61 procent, blijkt uit de studie van Sweco.

 

Mensen centraal stellen
Het ingenieursadviesbureau adviseert steden met een laag aantal fietsers en voetgangers om te investeren in de infrastructuur. Hoe dat het beste kan? “Dat verschilt per stad”, zegt Walker van Walk21. “De mensen moeten centraal staan. In grote steden lopen meer mensen, dus daar moet je je strategie op aanpassen.”


Volgens Walker is openbaar vervoer in die strategie van essentieel belang. “Er moet een goede connectie zijn tussen het centrum van de stad en de buitenwijken en de ov-infrastructuur moet binnen tien minuten loopafstand van voorzieningen liggen. Als dat groter is, kiezen mensen toch de auto.”


Voorbeelden
Als inwoners van de stad geen goed alternatief wordt geboden voor de auto, zijn ze niet bereid mee te buigen, waarschuwt hij. Hij noemt Oslo als voorbeeld, waar onlangs een no-park-zone werd ingericht. “Doordat de stad eerst een emissievrij ov-netwerk heeft ingericht, zijn de inwoners bereid de auto te laten staan.” In een eerder stadium, toen Oslo dat alternatief nog niet aanbod, waren de inwoners minder bereidwillig.


Een ander voorbeeld is Wenen, zegt Walker. “Ze bouwden daar eerst een ov-netwerk, voordat nieuwe woonwijken en voorzieningen werden gebouwd. Zo blijft de verbinding tussen de buitenwijken en het centrum goed. Het begint met het ov.”

Leren van elkaar
Volgens Walker inspireren Wenen en Oslo ook andere grote Europese steden, zoals Parijs, Berlijn en Lissabon. Maar ook Nederland doet het erg goed op loop- en fietsgebied: de Tweede Kamer nam onlangs een motie aan, om de Charter for Walking bij meer gemeenten en provincies onder de aandacht te brengen.


Sweco-onderzoeker Jeroen Quee waarschuwt echter dat Nederland dan wel voorop loopt met fiets- en loopinfrastructuur, maar wel moet blijven verbeteren. “We worden anders ingehaald door de werkelijkheid. Drukkere fietspaden in combinatie met grote snelheidsverschillen vragen om nieuwe ontwerpen van infrastructuur en ander gedrag op de weg.”

De wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?

Meld u aan voor de nieuwsbrief van Verkeerskunde en ontvang wekelijks het laatste nieuws in uw inbox.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.