Data en mobiliteit: hoe brengen we dit samen?

vrijdag 26 oktober 2018 Redactie 56x gelezen

Hoe zetten we geïndividualiseerde reisadviezen in ten gunste van het
collectieve netwerk? Dat kan geen partij meer alleen. Op het nationaal
verkeerskundecongres spreken de meeste belangrijke stakeholders over data en mobiliteit: Bas Rookhuijzen van Google Nederlands, Bram Hendrix van AutomotiveNL, John Pommer van CROW/KpVV, Eric Mink van het ministerie van IenW en Wouter van Mierlo, afdelingshoofd mobiliteit bij de gemeente Utrecht. Ward Koopmans van CGI leidt het debat. Een gesprek met de debatleider.


Ward Koopmans, verantwoordelijk voor het advanced analytics-team bij CGI
Nederland, werkte eerder onder meer voor de afdeling Actuele Informatie van de
ANWB. Rode draad in zijn werkzame leven is de relatie innovatie en mobiliteit. Ofwel:
hoe komen eindgebruiker en IT bij elkaar? Koopmans: “Mijn drijfveer blijft om met de
oneindige technologisch mogelijkheden tegemoet te komen aan de wensen van de
reizigers. Het gebruik van actuele en betrouwbare data speelt daar een ongelooflijk
belangrijk rol bij.”

Totdat het regent.....
Ogenschijnlijk zijn we op de goede weg, vervolgt Koopmans, maar hij signaleert nog
genoeg haken en ogen. “Bereikbaarheid en verkeersveiligheid staan in Nederland op
een hoog niveau, iets dat ook internationaal waardering oogst. Dat geldt ook voor de
kwaliteit van ons wegennet. Reizigers houden steeds meer rekening met
reisadviezen van overheden, OV-aanbieders, enzovoorts. Totdat het regent of er
wegwerkzaamheden op onze route zijn. Dan stappen er juist méér mensen in de
auto en maken we minder gebruik van alternatieve vervoersmiddelen. En vervolgens
loopt onze infrastructuur in dit soort situaties gigantisch vast, grotendeels dus als
gevolg van individueel gedrag.”

Intensievere samenwerking nodig
Wat is er dan nodig? Op maat gesneden dienstverlening, dat wil zeggen
mobiliteitsdiensten die helemaal zijn toegespitst op de individuele behoeftes van
reizigers én rekening houden met parameters als doorstroming op de wegen, uitstoot
van C02 en fijnstof, en dergelijke. Verkeersmanagers kunnen dit niet alleen
oplossen. Hiervoor is een intensievere samenwerking tussen overheden,
wegbeheerders, OV-bedrijven met marktpartijen op het gebied van verkeer en
vervoer nodig. Als het ons lukt om de samenwerking tussen wegbeheerders en
aanbieders van op-het-individu-gerichte diensten zoals Google te optimaliseren,
dan zouden we nog een hele stap kunnen maken in een robuust functionerend ITnetwerk dat continu voorziet in betrouwbare en betaalbare mobiliteit voor ieder
individu. Dat is wel het ideaalbeeld, ja.”

Reisadviezen op maat
Hoe komen we daar? Koopmans: “Ik geloof niet in een oplossing door één partij. De
complexiteit is te groot immers. Dus moeten we de handen ineenslaan om de juiste
snaar bij de juiste doelgroep te raken. Want mijn vader bijvoorbeeld heeft andere
mobiliteitswensen dan ik. Voor het bereiken van individuen is een partij als Google
natuurlijk een speler, maar die bepaalt niet of het licht langer op groen gaat voor
fietsers als het regent of hoe lang de weg afgesloten blijft na een ongeval. En dat de
auto’s iets langer moeten wachten.” En er speelt meer. “Er komen nu allerlei trends
samen, denk ook aan de energietransitie. De energietransitie levert enerzijds meer
data, zoals die van elektrische voertuigen en laadpunten, en anderzijds ook meer
uitdagingen, zoals de forse reductie van CO2-uitstoot.”

Tegelijkertijd levert de reiziger zelf ook meer en meer data, bijvoorbeeld via de
individuele smartphone. Denk aan het gebruik van de infrastructuur. Je loopt
bijvoorbeeld naar de auto of fiets en rijdt naar een parkeerplek en loopt weer verder,
of je fietst naar het station en reist verder met de trein. De eindgebruiker als ultieme
databron.”

Mobiliteitsadviezen voor individu en collectief
Liggen daarmee optimale mobiliteitsoplossingen niet gewoon voor het grijpen?
Koopmans: “Toch niet. De nieuwe Europese privacywetgeving AVG (algemene
verordening gegevensbescherming - red.) maakt ons ervan bewust dat we de
toestemming van de burger moeten hebben om zijn of haar data te gebruiken voor
mobiliteitsdiensten. En voor het verlenen van die toestemming wil hij iets terug zien!

Diverse Spitsmijden-projecten in de afgelopen jaren leerden ons dat mensen niet
alleen gevoelig zijn voor financiële beloningen maar ook voor andere prikkels. Het is
fijn een stok achter de deur te hebben om vaker te gaan bewegen (fietsen naar het
werk) of om samen met collega’s credits te sparen voor goede doelen. Met andere
woorden: eindgebruikers willen ‘beloond’ worden voor goed (reis)gedrag en het
leveren van data over dat gedrag met materiele of immateriële incentives. Daarbij is
wel een kanttekening te plaatsen: het gaat niet alleen om de voordelen voor het
individu maar ook om het verbeteren van mobiliteit van het collectief. We moeten
daarom oog houden voor de mogelijkheden van mobiliteitsadviezen voor een
collectief op basis van gecombineerde en geanonimiseerde data.

Een voorbeeld ter verduidelijking: als een actueel reisadvies leidt tot minder
brandstofgebruik, tot meer reisplezier of tot legere treinen, denken mensen: Hé, dat
levert me iets op. Dat werkt. Als meer en meer mensen vervolgens hun reisgedrag
aanpassen op basis van actuele adviezen dan gaan we daar met zijn allen ook
plezier van hebben: we verdelen met zijn allen de verkeersdrukte dan beter over de
beschikbare capaciteit van het netwerk. Alle diensten en informatie komen uiteindelijk
samen in één mobiliteitsdienst voor de reiziger. We noemen dat MaaS, Mobility as a
Service. Hoe meer partijen als dataleveranciers, wegbeheerders, vervoerders en
dienstenleveranciers samen werken in het opzetten van MaaS-dienstverlening gaan
samenwerken, hoe beter de dienst.

Debat op 1 november
“Interessant aan het debat op 1 november is dat we vertegenwoordigers van
verschillende belangrijke partijen bijeen hebben om over nieuwe mogelijkheden te
spreken. Bijvoorbeeld over het samenvoegen van OV- en verkeersdata. Google
overkoepelt misschien alle diensten, maar kunnen zij zonder de andere partijen een
goed werkend mobiliteitssysteem aanbieden aan hun individuele klanten?”

“Onze rol als bedrijf is die van systeem integrator. We koppelen IT-systemen aan
elkaar en zorgen ervoor dat ze met elkaar communiceren. Met als doel om iets te
doen voor de eindgebruiker op een manier waar we allemaal beter van worden. De
stap naar debatleider met vertegenwoordigers van partijen waarmee we technisch en
organisatorisch samenwerken, is dan ook niet zo groot voor mij.”

Het debat is geslaagd als we het er met de gespreksdeelnemers over eens kunnen
worden dat de mobiliteit in de toekomst een totaalpakket is. En daarbij ook samen de
agenda kunnen trekken. Want een stukje versnelling geven aan een ingewikkeld
proces van samenwerking achter het letterlijke schermpje van de reiziger, kan geen
kwaad. We hebben immers grote uitdagingen: zoals het samen brengen van data
van weg- lucht-, vaar- en spoorverbindingen, de security ervan en het verder
digitaliseren van de buitenwereld met sensoren. De noodzaak neemt toe. De
bevolking groeit naar 18 miljoen mensen en we hebben een bouwopgave van 1
miljoen. woningen die allemaal bereikbaar moeten zijn. En de mens wil blijven
bewegen in een schoon klimaat. Daar passen files in de toekomst niet meer bij.”

De wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?

Meld u aan voor de nieuwsbrief van Verkeerskunde en ontvang wekelijks het laatste nieuws in uw inbox.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.