Mobiliteit is in de toekomst multimodaal met behulp van ICT

woensdag 5 december 2012 Redactie Verkeerskunde 234x gelezen

Fotis Karamitsos, plv adjunct-directeur generaal DG Move en Sandro Santamato, eenheidshoofd DG mobiliteit en transport: ‘De implicaties van mobiliteit zijn aanzienlijk.’

‘In de prijsstelling en de belastingen moet het beginsel van ‘de gebruiker betaalt’ en ‘de vervuiler betaalt’ beter zichtbaar zijn, zodat schonere voertuigen en het gebruik van de infrastructuur buiten de spitsuren worden gestimuleerd.’

‘In de prijsstelling en de belastingen moet het beginsel van ‘de gebruiker betaalt’ en ‘de vervuiler betaalt’ beter zichtbaar zijn, zodat schonere voertuigen en het gebruik van de infrastructuur buiten de spitsuren worden gestimuleerd.’ (Copyright: ANWB/AVD)

Fotis Karamitsos, plv adjunct-directeur generaal DG Move en Sandro Santamato, eenheidshoofd DG mobiliteit en transport, vertegenwoordigen beiden de Europese Commissie in Brussel. Hoe kijken zij aan tegen de toekomstige mobiliteit? Een dubbelinterview.

Op de vraag naar de belangrijkste kenmerken van mobiliteit in 2020 - 2050, antwoordt Karamitsos: ‘Ik ben ervan overtuigd dat mobiliteit in de toekomst bovenal multimodaal is, met behulp van meer ICT. Het Europese vervoerssysteem’, zo legt hij uit, ‘heeft zich ontwikkeld tegen de achtergrond van doorgaans goedkope olie, een uitdijende infrastructuur en weinig milieubeperkingen. Maar nu moet het zich aanpassen aan hele andere randvoorwaarden. Willen we onze mobiliteit behouden, dan moeten we een vervoerssysteem ontwikkelen dat veel efficiënter met de energie en de infrastructuur omgaat en veel schoner is. Bovendien moeten we in de toekomst flexibeler zijn en voor iedere reis de optimale combinatie van vervoerswijzen kiezen.

 

Krijgt het Europese beleid in de komende tijd meer invloed dan het nationale mobiliteitsbeleid in lidstaten?

Karamitsos: ‘In algemene zin wordt Europees beleid relevanter zodra bepaalde problemen grensoverschrijdend worden. De lucht- en zeevaart zijn bijvoorbeeld sectoren waarin een duidelijke behoefte is aan wereldwijde standaarden en de handhaving daarvan, zodat de werkgelegenheid en de toegang voor Europeanen gegarandeerd wordt. Maar ook binnen de EU zijn voor een efficiënte mobiliteit naadloze verbindingen nodig tussen transportmiddelen en landen, net als het gebruik van interoperabele apparatuur, standaardisatie en vereenvoudiging van administratieve procedures en een samenhangend ontwerp van grensoverschrijdende vervoersassen. Op die gebieden heeft Europees beleid veel te bieden, maar er blijft altijd een rol voor nationaal en lokaal beleid. Veel aspecten moeten immers op plaatselijke omstandigheden worden afgestemd, zoals ruimtelijke ordening, openbaar vervoer en ook tarifering van het gebruik van de infrastructuur.

 

Beide beleidsniveaus zijn noodzakelijk en het ene kan niet de plaats van het andere innemen. Op die manier is het mogelijk om beleid op lokale problemen af te stemmen zonder dat dat ten koste gaat van onbeperkte mobiliteit, continuïteit van de dienstverlening, geïntegreerde markten en standaardisatie van producten.

 

Welke onderwerpen moeten aangepakt worden om tot dit toekomstbeeld te komen?

Santamato: ‘Er zijn nog teveel hindernissen voor markttoegang, met name in het binnenlands reizigersvervoer over spoor en weg. Bij open markten neemt doorgaans de kwaliteit en de verscheidenheid van de dienstverlening toe en kunnen er multimodale operators worden opgericht. Dat is belangrijk om de barrières te doorbreken die momenteel de verschillende vervoersmodaliteiten nog van elkaar scheiden. Ook noodzakelijk is een afdoende infrastructuur voor het tanken of opladen van voertuigen op alternatieve brandstoffen, want dat is nu nog een van de grootste struikelblokken voor het inzetten van schone technologieën. En tot slot betalen de gebruikers van vervoer wel veel, maar niet naar rato van hun feitelijke gebruik van voertuigen en het effect daarvan op het milieu: in de prijsstelling en de belastingen zou het beginsel van ‘de gebruiker betaalt’ en ‘de vervuiler betaalt’ beter zichtbaar moeten zijn, zodat schonere voertuigen en het gebruik van de infrastructuur buiten de spitsuren worden gestimuleerd. Naarmate het aantal elektrische- en waterstofvoertuigen op de weg toeneemt, lopen de inkomsten uit accijns op benzine en diesel terug. Daarmee zal de belastingheffing gaan veranderen, hopelijk in de richting van ‘slim beprijzen’.

 

Zijn mobiliteitsdeskundigen in de lidstaten over het algemeen goed op de hoogte van mobiliteitsontwikkelingen in andere lidstaten?

Karamitsos: ‘De Europese Commissie treedt op als gastheer van diverse fora waar nationale deskundigen geregeld bijeen kunnen komen om vervoerskwesties te bespreken. In het algemeen zijn vervoerders goed op de hoogte van de ontwikkelingen op Europees niveau, maar mobiliteit is een zaak van iedereen, niet alleen van de deskundigen, en veel ontwikkelingen zijn afhankelijk van een breed gedragen deelname van alle belanghebbenden.’

‘Als het gaat om best practices’, voegt Santamato toe: ‘stimuleert de Europese Commissie die uitwisseling op verschillende manieren. Bijvoorbeeld via het project ‘SUPREME’, waarbij een overzicht van good practices van een aantal EU-lidstaten wordt gepubliceerd. Een ander voorbeeld is het CIVITAS-initiatief. Daarbij worden demonstraties van duurzame oplossingen voor stedelijke mobiliteit in diverse Europese steden getest en geëvalueerd, om zo tot best practices te komen. CIVITAS verspreidt die proactief via het netwerk van het CIVITAS Forum van meer dan 200 steden, in de eigen taal, via de nationale CIVITAS-netwerken.

 

Ziet Santamato veranderingen in de houding van mensen tegenover mobiliteit?
‘Zeker. Het is nu al minder vanzelfsprekend dat jongeren een rijbewijs hebben. Ze nemen eerder het vliegtuig naar hun vakantiebestemming. Langzaam maar zeker veranderen we van voertuigeigenaren in gebruikers van mobiliteitsdiensten. En dat is een positieve ontwikkeling, omdat het een ‘specialisatie’ van het reizen stimuleert. Tegelijkertijd zijn er wel nieuwe technologieën, nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe gewoonten voor nodig. Omdat mobiliteit een complex systeem is, kunnen we geen snelle veranderingen verwachten, maar moeten we ons wel op de uitdagingen op de langere termijn instellen en ons aan de ontwikkelingen aanpassen. De maatschappelijke en economische implicaties zijn nu eenmaal aanzienlijk.’

Inhoud laatste dossier

De verkeerskundige

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Wegontwerp

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.