Hoe doede gij da?

donderdag 16 februari 2017 Ron Bos, Gemeente ‘s-Hertogenbosch / Rob Temme, Gemeente Breda / Koen van Waes, Gemeente Tilburg 0 reacties 104x gelezen

Dit artikel verscheen in VK1/2017 en is een samenvatting van de Paper Hoe doede gij da? die de auteurs presenteerden op het Colloqium Vervoersplanologisch Speurwerk 2016 in Zwolle.    

Als er momenteel iets het predicaat containerbegrip mag dragen dan is het wel het woord ‘smart’. We weten er binnen het vakgebied nauwelijks raad mee. We kunnen het lonkend perspectief nauwelijks duiden en verhullen dat door met name aan de systeemkant van smart te werken. In Brabant hebben we dit in de smiezen.

Breda, ‘s-Hertogenbosch en Tilburg laten de traditionele vervoersplanologie langzaamaan los en richten zich op een alternatieve aanpak die in onze ogen ‘smart-proof’ is. Dit doen we aan de hand van drie stappen:

1.   het herkennen van de (digitale) transformatie waarin mobiliteit zich in bevindt;

2.   het erkennen van deze verandering en het in kaart brengen van een aantal hiermee samenhangende trends in mobiliteit;

3.   het verkennen van de mogelijkheden en het opdienen van een aantal Brabantse recepten die antwoord geven op de mogelijke disrupties.

 

Drie steden, drie fasen, drie recepten

Hoe gaan je als gemeente vervolgens beleidsmatig om met deze nieuwe ontwikkelingen? Vanuit Breda, Tilburg en ’s-Hertogenbosch geven we enkele best-practices en leerpunten. Elk van de gemeente zit momenteel in een andere fase van de beleidscyclus.

Breda heeft in 2012 de MobiliteitsAanpak Breda (MAB) vastgesteld als integraal onderdeel van de ruimtelijke structuurvisie Breda 2030. Het (sectorale) mobiliteitsplan is ontbonden, bestaat simpelweg niet meer. Onderdeel van de aanpak is een adaptieve beleidsagenda voor deelthema’s Deze is momenteel in uitvoering en zal binnenkort opnieuw herijkt worden..

Tilburg heeft net nieuw mobiliteitsbeleid opgesteld dat gebaseerd op de Europese SUMP-aanpak (Sustainable urban mobility plan), waarbij specifiek aandacht is voor een integrale verbreding van de aanpak en een uitgebreid participatieproces. De hoofdlijnen van deze Mobiliteitsaanpak Tilburg, samen op weg naar 2040 zijn in november vastgesteld in de Tilburgse gemeenteraad. Op dit moment wordt deze mobiliteitsaanpak uitgewerkt in verschillende delen. Zie: www.tilburg.nl/mobiliteit2040

‘s-Hertogenbosch is in voorbereiding van nieuw mobiliteitsbeleid waarbij de vraag wordt gesteld: welke ontwikkelingen komen op ons af en wat betekent dit voor nieuw mobiliteitsbeleid, zowel inhoudelijk (het wat) als procesmatig (het hoe)?

Vanuit de ervaringen in Breda en Tilburg zijn al enkele conclusies en aanbevelingen te geven voor smart-mobiliteitsbeleid in andere steden:

 

  • Slim mobiliteitsbeleid vraagt om een adaptieve aanpak. Technologie ontwikkelt zich razendsnel en onvoorspelbaar; dit kunnen wij als verkeersplanologen niet beïnvloeden. We moeten een aanpak hebben om er antwoord op te geven en om met die disrupties om te gaan: een adaptieve aanpak.

 

  • Slim mobiliteitsbeleid vraagt om een brede aanpak met een samenhangend verhaal. Mobiliteit wordt in zekere zin een product en dat moet je verkopen met een goed verhaal dat leunt op meer oplossingsrichtingen dan alleen infrastructuur. Veel meer moeten we uitgaan van een brede aanpak met maatregelen die focussen op samenwerking (orgware), gedrag (mindware) en technologie (software).

 

  • Slim mobiliteitsbeleid vraagt om ruimte voor externe initiatieven en experimenten.De mogelijkheden en de effectiviteit van maatregelen is steeds onvoorspelbaarder en verkeersmodellen staan onder druk. Veel meer dan voorheen moeten we durven uit te proberen en nieuwe technieken en mogelijkheden testen.

 

  • Slim mobiliteitsbeleid vraagt om minder technische kennis en meer proceskennis. Bovenstaande leerpunten betekenen ook dat de benodigde vaardigheden van verkeersplanologen veranderen: minder kantoorwerk en meer met de voeten in de klei. Maar waar dient de smart-verkeersplanoloog van morgen dan aan te voldoen? We geven enkele richtingen aan.

 

  • Creatieve verhalenverteller. Mobiliteitsbeleid is geen speelveld meer van alleen techneuten. Het wordt adaptief, integraal en leunt op meerdere thema’s en doelen. Mobiliteit wordt in zekere zin een product en dat moet je verkopen. Dat vraagt om verhalenvertellers met gevoelssprieten in de samenleving. Iemand die kan verbinden en coalities kan smeden. Iemand die kansen ziet en verzilvert in plaats van problemen oplost.

 

  • Exponentiële denker. Morgen is binnenkort vandaag al en daar moet je mee om kunnen gaan. Lange termijnplannen en trendprojecties zijn onvoldoende. De smart-verkeersplanoloog moet een exponentieel denker zijn en in staat zijn om signalen te herkennen en deze om te zetten naar scenario’s voor een adaptieve mobiliteitsaanpak.

 

  • Maatschappelijke verbinder. Mobiliteit wordt steeds minder het primaat van de overheid. De rol van de overheid zal hiermee verschuiven: steeds meer zullen gemeenten naast sturen ook gaan samenwerken, faciliteren en stimuleren. Dat vergt een andere houding en verantwoordelijkheid van de verkeersplanoloog: meer verbinden en minder sturen. Meer netwerken en minder geraniums kweken.

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Internetartikelen

Artikelen 1 tot 8 van 56

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 8 van 56

1 2 3 4 5 6

Overzicht alle internetartikelen

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.