Het geheim van de Fiets Telweek: bevestiging van vermoedens (VK2/2016)

vrijdag 25 maart 2016 Willem Scheper, Sanne van Zundert, Keypoint, Fiets Telweek / Nienke de Jong, Jaap Valkema, gemeente Groningen / Stephan Valenta, Stadsregio Amsterdam 0 reacties 784x gelezen

Het is nu zaak om deze schatkist te openen en de verschillende mogelijkheden van de data te ondervinden.


Een samenvatting van dit artikel verscheen in Verkeerskunde 1/2016

De Nationale Fiets Telweek heeft laten zien dat met een goede campagne mensen bereid zijn om een bijdrage te leveren aan onze kennis, zonder dat daar een directe beloning tegenover staat. Het nettoresultaat: 1,2 miljoen fietskilometers in beeld. Er is daarmee een doorbraak bereikt in ons kennisniveau van fietsverplaatsingen in stad en regio.

Waar voorheen weinig gegevens beschikbaar waren over het werkelijke fietsgebruik, is nu landelijk data verzameld. Het grootste fietsonderzoek in Nederland heeft bijgedragen aan de discussie rondom het belang van goede fietsdata. Waar beslissingen en investeringen voorheen gebaseerd werden op inschattingen en spaarzame telgegevens, is nu de eerste stap gezet naar een betere onderbouwing. In dit artikel beschrijven we het verloop van het project en de eerste bevindingen met de data uit de Fiets Telweek.

Breed draagvlak
De Nationale Fiets Telweek  is met veel enthousiasme georganiseerd en gehouden in de week van 14 tot en met 20 september 2015. De initiatiefnemers hebben gezamenlijk gewerkt aan het concept Fiets Telweek door energie, tijd en kennis te steken in onder andere het ontwikkelen van een onderzoeksapp en een campagne om deelnemers aan te spreken. Het belang van een groot fietsonderzoek werd onderstreept door diverse provincies, gemeenten en regio’s door opdrachtgever te worden van de Nationale Fiets Telweek. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) heeft vanuit Beter Benutten een bijdrage geleverd om het concept verder te kunnen ontwikkelen.

Succesvolle campagnestrategie
Het consortium Nationale Fiets Telweek bestaat uit een vijftal partijen: Keypoint Consultancy, Beaumont Communicatie, Mobidot B.V., NHTV en Fietsersbond. Het doel van de Fiets Telweek was om zoveel mogelijk data te verzamelen over de fietsverplaatsingen in Nederland en om het fietsnetwerk in beeld te kunnen brengen. Tijdens deze week konden mensen eenvoudig deelnemen door een app te downloaden en hun ritten te laten registreren.

Vooraf en tijdens de Nationale Fiets Telweek is een succesvolle campagnestrategie gevoerd. De kern van de strategie was het onderzoek te voorzien van een reclameconcept bij het onderzoek, en het legitiem claimen van de titel ‘Grootste Fietsonderzoek ooit in NL’. In de uitvoering is er vanuit het landelijke campagneteam intensief samengewerkt met communicatieadviseurs in de regio’s, waardoor de campagne in bereik en activatie een extra impuls kreeg.

Dat resulteerde in extra downloads van de app. Deze campagnestrategie heeft geleid tot ruim 51.000 unieke downloads. Dit hoge aantal is toe te schrijven aan de laagdrempeligheid voor het downloaden en de eenvoud van de app. Binnen de app zijn zo min mogelijk hindernissen toegevoegd en is het gebruik simpel gehouden.

Resultaat en type deelnemers
De 51.000 downloads hebben tot ongeveer 38.000 actieve deelnemers geleid die gezamenlijk 377.321 fietsritten hebben afgelegd. Een actieve deelnemer is iemand die ten minste één rit op de fiets heeft afgelegd. De geregistreerde fietsritten hebben in totaal 1.200.748 fietskilometers opgeleverd. Deze fietskilometers zijn in kaart gebracht en worden gebruikt om een beeld te geven van de fietsverplaatsingen in Nederland.

Om te achterhalen wie deze deelnemers precies zijn, is een na-onderzoek gedaan. Hiervoor is een enquête verzonden naar de ruim 33.000 personen die hun e-mailadres hadden opgegeven. Uiteindelijk hebben meer dan 11.000 personen de enquête ingevuld. Hieruit blijkt dat deelnemer van de Fiets Telweek tussen de 30 en 65 jaar is en voornamelijk werkgebonden verplaatsingen maakt (zie afbeelding 1 en 2 hieronder). Een belangrijke reden om te fietsen is vanwege de gezondheid, maar snelheid en gemak zijn ook veelgenoemde redenen. De gewone fiets wordt door een meerderheid van de deelnemers gebruikt voor het gros van de verplaatsingen, maar de elektrische fiets of speed pedelec is met een aandeel van 16 procent ook erg populair (zie afbeelding 3 hieronder).


Afbeelding 1: leeftijdsopbouw deelnemers Fiets Telweek


Afbeelding 2: belangrijkste motief voor fietsrit deelnemers Fiets Telweek

 
Afbeelding 3: type fiets deelnemers Fiets Telweek

Enthousiaste deelname
De respondenten zijn enthousiast over hun deelname aan de Nationale Fiets Telweek in 2015: maar liefst 99 procent van de respondenten heeft aangegeven volgend jaar weer mee te willen doen. Daarnaast willen meer dan 3000 personen deelnemen aan het deelnemerspanel. Zij kunnen dan meedenken over ideeën voor de Nationale Fiets Telweek 2016, maar ook over andere fietsgerelateerde vraagstukken.

Data met mogelijkheden!
De ruim 375.000 geregistreerde fietsritten en de 1,2 miljoen fietskilometers hebben een schat aan data opgeleverd waar overheden mee aan de slag kunnen. Het is nu zaak om deze schatkist te openen en de verschillende mogelijkheden van de data te ondervinden. De afgelopen maanden hebben al verschillende gemeenten en provincies gebruik gemaakt van de data en ook het consortium Fiets Telweek heeft ervaringen opgedaan tijdens het analyseren van de data. De bedoeling is dat de data veel gebruikt gaat worden en dat ervaringen gedeeld worden, zodat ingesprongen kan worden op actuele vraagstukken en behoeften. Ook wil het consortium de ervaringen meenemen om de Fiets Telweek 2016 tot een nog groter succes te maken.

Aan de provincies, regio’s en gemeenten die de Fiets Telweek financieel mogelijk hebben gemaakt is naast de data ook BikePRINT ter beschikking gesteld. Deze door NHTV ontwikkelde webtool biedt de mogelijkheid om gelijk eenvoudige analyses met de verzamelde fietsdata uit te voeren. In BikePRINT wordt onder meer het fietsgebruik en het fietsnetwerk in beeld gebracht. Zo kan onder andere een druktebeeld van Nederland, een provincie, regio of gemeente genereerd worden en in beeld gebracht worden wat de vertragingen en knelpunten zijn in het fietsnetwerk (zie afbeelding 4 hieronder). Daarnaast is het mogelijk om een bepaald wegvak te selecteren en hierover informatie te krijgen over het aantal fietsers, de gemiddelde snelheid en de gereden routes. BikePRINT maakt het op een erg laagdrempelige manier mogelijk om de data van de Fiets Telweek te raadplegen en analyses uit te voeren voor het eigen fietsnetwerk. Het draagt daarmee bij aan de doelstelling van de Fiets Telweek: fietsdata verzamelen én gebruiken!

Afbeelding 4: de fiets heatmap van Amsterdam

Naast de gegevens die beschikbaar zijn in BikePRINT wordt er een dataset beschikbaar gesteld via het open dataplatform van CROW-Fietsberaad. Door het openbaar maken van de geanonimiseerde data is het onder andere voor overheden, onderwijsinstellingen, wetenschappers en bedrijven mogelijk om analyses uit te voeren en meer onderzoek te doen naar de fiets. Interessant is dat de gegevens voor verschillende onderzoeksdoeleinden gebruikt kunnen worden.

Aan de ene kant kan de data bijdragen aan de afwegingen voor een vraagstuk uit de praktijk, zoals de aanleg van een fietssnelroute. Aan de andere kant kunnen de open datasets onderdeel zijn van een meer wetenschappelijk onderzoek naar bijvoorbeeld fietsgebruik en gezondheid. Ook kunnen er interessante combinaties ontstaan met andere datasets.

Naast het gebruik van BikePRINT en het gebruik van de anonimiseerde open dataset zijn er meer mogelijkheden en toepassingen te bedenken met de data. Naast de registratie van de fietsritten zijn ook de ritten met andere modaliteiten geregistreerd. Wat de dataset uniek maakt is de combinatie van alle ritten met verschillende modaliteiten. Hierdoor kan bijvoorbeeld de ketenmobiliteit in kaart worden gebracht door veelgebruikte overstappunten inzichtelijk te maken. Zo kan de overstap van fiets naar de trein of bus geanalyseerd worden of juist meer inzicht bieden in de voetgangersbewegingen.

Een andere interessante analyse is de situatie van het fietsparkeren rond een centrumgebied of station. Binnen de afspraken zoals gemaakt met de deelnemers wordt gekeken welke toepassingsmogelijkheden deze unieke dataset geeft. Een eerste proeve laat zien dat het zeer interessante data oplevert, te meer omdat de meeste bestaande datasets gesegmenteerd zijn. En juist die informatie over verplaatsingen in een keten ontbreekt.

Eén week fietsritregistratie heeft gezorgd voor tal van mogelijkheden voor onderzoek, praktische toepassing, onderbouwing en monitoring. De Stadsregio Amsterdam en de gemeente Groningen zijn voorbeelden van overheden die aan de slag zijn gegaan met de resultaten van de Nationale Fiets Telweek.

Stadsregio Amsterdam: de data uit de Fiets Telweek helpt ons om beter onderbouwde keuzes te maken

De Amsterdamse regio werkt met het Regionaal Netwerk Fiets. Tot vorig jaar waren er nauwelijks mogelijkheden om in beeld te krijgen hoe dit netwerk wordt gebruikt. En dat terwijl de Stadsregio Amsterdam toch benieuwd is waar het meest gefietst wordt en welke routes fietsers nemen.

 

In de Investeringsagenda Fiets heeft de Stadsregio Amsterdam 200 miljoen euro gereserveerd voor fietsmaatregelen in de komende 10 jaar. Daarvan is een groot gedeelte bestemd voor verbetering en aanleg van nieuwe fietspaden. Een van de doelen in de Investeringsagenda Fiets uit 2015, is het opzetten van een goed monitoringssysteem voor de fiets. Precies op dat moment kwam de Fiets Telweek langs.

 

Zoektocht naar een goede dataset

De Stadsregio Amsterdam was in 2015, samen met de gemeente Amsterdam, al met Bikeprint gestart. In deze tool kunnen geregistreerde ritten geladen worden om te zien waar en hoe snel er gefietst wordt. De beschikbare data was echter beperkt, en de Stadsregio zocht dan ook naar een grotere dataset.

 

De Fiets Telweek bood uitkomst. De organisatie beloofde 4000 gebruikers die een week lang hun ritten zouden registreren. Het werden er een kleine 7000, wat alle verwachtingen overtrof. Dankzij de data uit de Fiets Telweek kunnen nu betere keuzes gemaakt worden én beter worden onderbouwd: netwerkmaatregelen worden nu genomen op basis van waar echt gefietst wordt. Ontbrekende schakels die voorheen niet bekend waren worden in beeld gebracht en zo wordt er geïnvesteerd waar het het hardst nodig is. Om dit te illustreren voor een groot publiek, is door de Stadsregio een filmpje gemaakt, waarin gelijk ook te zien is dat de Fiets een belangrijke plek in de regio heeft. Zie filmpje

 

Keuzes voor comfortabele routes boven de snelle

De implicaties voor het beleid zijn nog niet bekend, de Stadsregio is nog niet klaar met het bestuderen van alle data. Wat nu wel al te merken is, is dat met alle nieuwe antwoorden ook nieuwe onderzoeksvragen ontstaan: met de data uit de Fiets Telweek gaan we naar een nieuw niveau van fietsmonitoring.

 

Het was lange tijd een toekomstbeeld om dit type inzichten vanuit data te krijgen, en nu ligt die er. Er wordt iedere week geëxperimenteerd met de mogelijkheden. Het eerste wat uit de resultaten te halen is, is dat het druk is waar verwacht wordt dat het druk is. De Fiets Telweek bevestigt op veel punten met harde cijfers het gezond verstand.

 

De Stadsregio is ook verheugd om te zien dat er ook relatief veel ritten worden gemaakt op de langere routes tussen gemeenten. Op de meeste plekken komen de drukst befietste routes overeen met het Regionaal Netwerk Fiets. Ook op de plekken waar volgens modellen de kortere en soms snellere route wordt gekozen. En dat is toch een kleine geruststelling: het netwerk lijkt goed gekozen.

 

Een opvallend voorbeeld uit de resultaten van de Fiets Telweek betreft de slingerende route door het Vondelpark in Amsterdam. Deze is iets langer dan de gestrekte route op de parallelle Overtoom. Maar het is wel een route waar de fietser comfortabel, zonder obstakels, op brede paden door het groen fietst. De verschillen tussen deze twee alternatieven zijn groot: zo’n 160 geregistreerde ritten op de Overtoom tegenover 800 in het Vondelpark. Het zijn natuurlijk geen absolute aantallen, maar de steekproef zegt veel over de verhoudingen in aantallen.

 

Waar wordt gefietst in mijn project?

De teldata uit de Fiets Telweek wordt bij nieuwe projecten gebruikt om de huidige gefietste routes in beeld te brengen. Wordt er ergens een vervanging van een brug gepland? Dan komt de vraag wat op dit moment de belangrijkste fietsroutes zijn in de directe omgeving van de brug. Wordt er ergens een doorsteek onder een spoor gepland? Dan wordt er gekeken of er überhaupt een relatie tussen de twee te verbinden buurten is.

 

Soms is het antwoord verrassend en kan de projectleider op basis van de data nader onderzoek instellen. Want uit de data vallen geen absolute conclusies te trekken, zeker op plekken waar maar een klein aantal ritten geregistreerd is. Dat is ook een verbeterpunt waarmee de Stadregio Amsterdam, samen met de gemeente Amsterdam en de Fiets telweek, graag verder aan wil werken. Ook met de onbewerkte, ruwe data is nog niet gewerkt, en daar is wel veel vraag naar, bijvoorbeeld bij gemeentelijke onderzoekers en kennisinstellingen. Wel geeft de data goede indicaties over gefietste routes, routekeuze en grootste vertragingen.

 

Lessen uit de Fiets Telweek Amsterdam

Wat een Fiets Telweek in 2016 sterker zou maken voor het maken of bijstellen van beleid, is als het mogelijk wordt om op plekken waar fietsroutes samenkomen, ook de windrichtingen van waaruit de fietsers komen in beeld te brengen. Concreet maakt dit mogelijk om bijvoorbeeld rondom stations duidelijk te krijgen waar fietsers vandaan komen. Dan kunnen stallingen gebouwd worden op logisch liggende aanfietsroutes. Die opgave ligt er: bijvoorbeeld bij Amsterdam Centraal moeten 22.000 nieuwe fietsparkeerplekken worden gerealiseerd om de groei van de fiets als voortransport voor de trein op te vangen. Maar ook bij kleinere stations in de regio kan deze informatie zeker van toegevoegde waarde zijn. Want fiets en trein zijn samen een niet te breken huwelijk [1].

Groningen: de data helpt om een prioritering van de knelpunten in het fietsnetwerk te maken

De gemeente Groningen was meteen enthousiast over de eerste Fietstelweek. Logisch voor een stad waarvan een kwart van de 200.000 inwoners student is en ruim 60 procent van alle interne vervoersbewegingen met de fiets wordt gemaakt. Genoeg te monitoren dus.

 

Groningen heeft al tientallen jaren een structureel fietsmonitoringprogramma. Op zo’n 60 locaties telt de gemeente ieder jaar het aantal passerende fietsers. Daarmee is er een goed beeld van de aantallen fietsers op de hoofdfietsroutes. Ook op het gebied van het fietsparkeren wordt er steeds beter gemonitord. Met regelmaat vinden er onderzoeken plaats over het gebruik van de stallingen op de P+R-terreinen en bij OV-knooppunten. Ook registreert de gemeente iedere fietser die gebruik maakt van één van de vier binnenstadsstallingen.

 

Droog verkeerskundig materiaal

Toch zijn deze data voor de gemeente Groningen nog niet voldoende. Er is veel kennis beschikbaar, maar voor het fijnmazige fietsnetwerk van de stad is het beeld nog diffuus. Op welke manier komen de mensen op de hoofdroutes terecht? Hoe lang blijven ze daar, op welke punten lopen ze de meeste vertragingen op? Deze vragen zijn belangrijk, maar worden vaak beantwoord op basis van gezond verstand en kunnen niet altijd met harde cijfers worden onderbouwd. Daarnaast zijn de gegevens vaak niet sexy weergegeven. Er zijn cijfers in tabellen, maar het verbeelden van cijfers op bijvoorbeeld een kaartbeeld staat nog in de kinderschoenen. Daardoor zijn de gegevens voor buitenstaanders vaak moeilijk te doorgronden, het is veelal ‘droog verkeerskundig’ materiaal.

 

Afbeelding 5: beeld van vertragingspunten in het netwerk van Groningen weergegeven met Bikeprint

 

Fietsstrategie

De kwaliteit van het fietsonderzoek in Groningen was dus redelijk goed, maar de ‘fiets-ambities’ liggen er nog hoger en daar hoort een nog beter en fijnmaziger inzicht in het fietsgedrag bij. In april 2015 heeft de gemeenteraad van Groningen de ‘Fietsstrategie Groningen 2015-2025’ vastgesteld. Op basis van deze strategie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma steekt Groningen de komende jaren 85 miljoen euro in betere fietspaden, stallingen, gedragsbeïnvloeding en fietscommunicatie en -promotie. Groningen heeft een goed verhaal, maar een goed verhaal wordt nog beter als daar goede en vooral beeldende informatie onder ligt. Met de deelname aan de Fietstelweek heeft Groningen die data en de visualisatie nu nog beter op orde. Bovendien is het een mooie bijkomstigheid dat er nu een prachtig filmpje beschikbaar is van alle fietsbewegingen in de stad.

 

Aan de hand van de uitkomsten van de Fietstelweek heeft de gemeente Groningen inmiddels een top-10 gemaakt van locaties en vraagstukken waar de komende tijd verder op in wordt gezoomd. Met de analyse in de hand kunnen er maatregelen worden voorgesteld om situaties te verbeteren die nu nog veel vertraging voor fietsers opleveren. Ook gebruikt de gemeente de cijfers om grotere plannen te onderbouwen. Zo is de stad voornemens om de Korreweg (1,5 km lang, met dagelijks 15.000 fietsers en 5000 auto’s) opnieuw in te richten als fietsstraat.

 

Groningen vermoedt – op basis van gezond verstand – dat fietsers de gehele Korreweg affietsen op weg naar hun bestemming, maar het zou heel goed kunnen zijn dat dit helemaal niet het geval is. En dit kan gevolgen hebben voor de uiteindelijke herinrichting van de Korreweg. Ten slotte kunnen de nieuwe data uit de Fietstelweek de gemeente ook attenderen op blinde vlekken. Natuurlijk gebruikt de gemeente jarenlange kennis van de stad en bewonersmeldingen om fietsprojecten te prioriteren. Maar de uitkomsten van de Fietstelweek kunnen Groningen verder helpen. Immers deze gegevens zijn onbevooroordeeld en doen niet aan beleving of interpretatie.

 

Op naar Fiets Telweek 2016
Het succes van de Fiets Telweek 2015 smaakt naar meer. De voorbereidingen voor de versie van 2016 zijn inmiddels in volle gang. Het doel van dit jaar is om nog meer deelnemers en betere data te verwerven.

De eerste ervaringen met de data laten zien, dat met name in stedelijk gebied goede uitspraken mogelijk zijn over de kwaliteit van het fietsnetwerk. Snelheden en knelpunten geven een betrouwbaar beeld. Ook is er een goed beeld van de verdeling van fietsers over het netwerk. In combinatie met tellingen kan daarmee een inschatting van het totale aantal fietsers worden gemaakt. In het landelijk gebied is de hoeveelheid data minder. Dit heeft een aantal oorzaken: ten eerste zijn er veel scholieren die gebruik maken van deze routes. Tijdens de Fiets Telweek was het aantal deelnemende scholieren beperkt. Dit jaar wordt daar in de campagne expliciet aandacht aan besteed. Een tweede oorzaak is dat het tijdens de Fiets Telweek vaak regenachtig weer was. Juist op de regionale verplaatsingen leidt dat naar verwachting tot een overstap naar auto of openbaar vervoer en werden er minder recreatieve ritten gemaakt. Duidelijk is echter ook dat er in de steden veel meer wordt gefietst. Wil je in het landelijk gebied meer te weten komen, dan vraagt dat extra inspanning.

Samengevat helpt de data uit de Fiets Telweek om te komen tot een betere afweging van maatregelen die het fietsverkeer bevorderen. En daar was het allemaal om te doen: Meten, Weten, Verbeteren!

Literatuur
1. Kager, R. (2016) Wat als we de kracht van de trein-fiets combinatie beter (h)erkennen? Ministerie van Infrastructuur en Milieu, KIM.

 

 

 

 

 


Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

vakartikelen

Artikelen 1 tot 20 van 56

1 2 3

Artikelen 1 tot 20 van 56

1 2 3

Overzicht alle vakartikelen

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.