Beleid als gezamenlijk experiment

Wetenschappelijke blik op adaptief beleid en beleidsevaluaties

vrijdag 23 februari 2018 Leon Hermans, TU Delft (op persoonlijke titel) 0 reacties 60x gelezen

Een goed functionerende toekomstbestendige samenleving vergt doordachte langetermijnoplossingen. Maar wat vandaag nog een goed idee lijkt, kan morgen alweer achterhaald zijn. Als antwoord hierop is een overheid nodig die samen met partijen problemen aanpakt en durft te leren door te doen. Beleid als gezamenlijk experiment dus.

Een vorm voor dat gezamenlijke experiment is adaptief beleid. Maar wat betekent adaptief beleid voor verschillende aspecten van beleidsvorming, inclusief beleidsevaluaties?

 

Bij adaptief beleid gaat het erom een flexibel kader neer te zetten voor toekomstige activiteiten en investeringen, dat rekening houdt met onzekerheid en ruimte laat voor adaptatie. Flexibiliteit dus binnen een langeretermijnvisie en strategie, waarbij deze langeretermijnvisie zelf ook periodiek aan reflectie onderhevig moet zijn.

 

Adaptatiebeslissingen en aanpassingen van beleid moeten onderwerp zijn van een systematisch proces van leren en anticiperen, in plaats van een proces dat met horten en stoten vooruitgaat in reactie op een recente crisis of de kennis van het moment. Een van de meest aansprekende adaptieve planningsmethoden is de methode rond het gebruik van adaptatiepaden. Hierin worden adaptatiepaden gebruikt, waarvoor de basis wordt gevormd door reguliere ex-ante beleidsevaluatie (ofwel ex-ante beleidsanalyse). Uit een gedegen analyse van de huidige situatie, mogelijkheden ter verbetering en de achterliggende doelen op de langere termijn, volgen verschillende mogelijke strategieën om de langetermijndoelen te realiseren. Strategieën bestaan doorgaans uit alternatieve pakketten van maatregelen. Deze worden getoetst op basis van verschillende criteria, waaronder ook robuustheid (welke maatregelen scoren goed ongeacht een breed spectrum aan mogelijke toekomstscenario’s).

 

Vervolgens worden de maatregelen geprogrammeerd in de tijd. Misschien wordt niet direct een compleet nieuw ziekenhuis gebouwd, maar wordt eerst een basisgebouw neergezet, met funderingen en ruimte voor later een extra vleugel of extra verdiepingen. Wanneer bijvoorbeeld de bevolking in de regio snel blijkt te groeien of te vergrijzen, wordt het ziekenhuis eerder uitgebreid dan wanneer het groeitempo trager blijkt, of als sprake is van krimp van de bevolking.

 

Door verschillende combinaties van volgtijdelijke maatregelen te maken, elk geschikt voor verschillende mogelijke toekomstige condities, ontstaan verschillende adaptatiepaden. Elk pad is gebaseerd op bepaalde aannames over de omstandigheden waaronder de maatregelen op dat pad effectief zullen kunnen zijn. Zo is er wellicht een pad dat geschikt is voor een scenario met snelle bevolkingsgroei, en een ander pad dat beter inspeelt op situaties van krimp. Door meerdere paden vooraf te identificeren kan worden geanticipeerd op verschillende mogelijke ontwikkelingen.

 

Knikpunten
De beslissing voor de eerste stap op een pad betekent niet automatisch dat ook het volledige pad als vanzelfsprekend doorlopen moet worden; op vooraf te identificeren knikpunten zijn er mogelijkheden om over te stappen op een ander adaptatiepad. Om deze knikpunten te kunnen identificeren is het nodig om goed de omstandigheden in kaart te brengen waaronder beleid, op een bepaald pad, succesvol kan zijn. Veranderen de omstandigheden, dan is een ander pad mogelijk beter. Adaptieve beleidsvorming werkt met zogenaamde ‘signposts’ en ‘triggers’, om te kunnen signaleren of de condities voor succesvol beleid op een adaptatiepad nog gelden. ‘Signposts’ zijn de indicatoren die helpen kritieke aannames te monitoren. ‘Triggers’ zijn de drempelwaarden: de waarden van deze indicatoren die aanleiding moeten geven om beleid opnieuw onder de loep te nemen en eventuele adaptatiebesluiten te overwegen en voor te bereiden.

 

Monitoring en evaluatie 
Adaptief beleid kent ook enkele eigenaardigheden die om eigen evaluatie-arrangementen vragen. Waar het bij een klassieke ex-post beleidsevaluatie doorgaans gaat om begrippen als effectiviteit en doelmatigheid, en vragen of bepaald beleid ‘heeft gewerkt’, ‘waarom’, en ‘voor wie’, gaat het in adaptief beleid ook om de vraag ‘wanneer’ een adaptatiebeslissing in zicht komt. Een ander verschil met veel regulier beleid is dat er bij adaptatiepaden naast het huidige beleid ook al een ‘plan B’ of zelfs een ‘plan C’ klaarstaat in de vorm van alternatieve adaptatiepaden, voor verschillende scenario’s. Daarnaast is de tijdspanne voor adaptief beleid doorgaans veel langer dan voor het meeste reguliere beleid. Adaptatiepaden kijken veelal twintig, dertig jaar of nog langer vooruit, inclusief paden die mogelijk pas over tientallen jaren in beeld komen. De nadruk bij evaluaties voor adaptief beleid ligt daarmee meer op het toetsen of gedane aannames nog geldig zijn en of waargenomen ontwikkelingen nopen tot beleidsaanpassingen.

 

Interne dynamiek
Naast onzekerheid over externe dynamiek is er ook onzekerheid over dynamiek binnen de beleidsketen. Dit is een interne dynamiek die makkelijk over het hoofd gezien wordt, maar waarvan de beleidsonderzoeker weet dat deze net zo onzeker en net zo bepalend kan zijn voor het succes of falen van beleid. Beleidsvoornemens worden niet altijd geïmplementeerd zoals van tevoren verwacht werd – vaker zelfs niet dan wel. 

Zo is er dus sprake van interne en externe dynamiek rond adaptief beleid. Adaptief beleid is alleen mogelijk als zowel de externe beleidsomgeving als de interne beleidsimplementatietrajecten gemonitord worden. Echter, beide vergen wel een andere aanpak. Waar het verkrijgen van beter inzicht in externe beleidscondities vooral een kwestie is van natuurwetenschappelijk of economisch onderzoek rond bijvoorbeeld klimaat, economie en demografie, is het verkrijgen van inzicht in interne ketens van beleidsimplementatie en beleidseffecten een kwestie van beleidsonderzoek en procesmonitoring, met vaak ook politieke gevoeligheden.

 

Verkennen van de beslisvensters

De belangrijkste beslisvensters van partijen per adaptatiebesluit moeten daarom proactief in kaart worden gebracht, en vervolgens doorlopend worden verkend, zodat overwegingen rond gezamenlijk adaptief beleid tijdig kunnen worden ingebracht in de afzonderlijke beleidsbeslissingen. Dit geheel kan natuurlijk nooit helemaal uitputtend worden dichtgetimmerd, maar van veel procedures is wel enigszins te voorzien wanneer nieuwe beslissingen aan de orde zijn. Omgevingsplannen, verkiezingscycli en zittingstermijnen zijn daarvoor goede indicatoren.

 

Dit levert een derde belangrijke bouwsteen voor monitoring en evaluatie op; om te zorgen dat belangrijke beslissingen enigszins op elkaar afgestemd worden, is het doorlopend verkennen van de beslisvensters die van invloed zijn op adaptatiebeslissingen, van belang. Waar monitoring en evaluatie normaliter onderdeel zijn van een enkele beleidscyclus, vormen monitoring en evaluatie binnen adaptief beleid een onderdeel binnen een doorlopend en langdurig leer-en-implementatietraject. In dit langlopende traject spelen meerdere partijen een rol, waarbij de partijen ook nog kunnen veranderen afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen en keuzen voor bepaalde adaptatiepaden. Een open houding en een open proces zijn dan ook van cruciaal belang.

 

Het integrale artikel, inclusief literatuurbronnen, vindt u hier.

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

vakartikelen

Artikelen 1 tot 20 van 56

1 2 3

  • Combi fiets+ov kan sterker Nederlanders gebruiken op bijna de helft van hun treinreizen de fiets om van en naar het station te reizen, maar er is nog maar weinig inzicht in de factoren die de vraag naar...
  • Harry Timmermans: 'Uitwisseling wetenschap en praktijk motiveert champions' In een serie gesprekken verkent Verkeerskunde het wetenschappelijk kennisveld. Hoe houden wetenschappers hun kennis op peil en hoe brengen zij hun kennis naar de praktijk? Waar...
  • Hoe stil kan een straatsteen zijn? Binnen de bebouwde kom is een elementenverharding, ook wel klinkerverharding, een veel voorkomend wegdektype. Stenen geven een straat een karakteristieke uitstraling, maar staan...
  • Afteller is nog beter geworden Een afteller tot groen bevordert de doorstroming, zo bleek in 2009 na de eerste afteller-pilot in ’s-Hertogenbosch. Weggebruikers bleken enthousiast en de gemeente plaatste er...
  • Activiteitenpatronen in zelfrijdende auto Met de komst van de zelfrijdende auto kunnen gebruikers onderweg activiteiten uitvoeren waarvoor ze voorheen op locatie moesten zijn. Het effect van deze verandering in het...
  • Eerste MKBA van een niet-infraproject: Fietsimpuls Met een toegespitste gedragsaanpak worden werknemers/forenzen van bedrijven die zijn aangesloten bij Maastricht Bereikbaar sinds zes jaar gemotiveerd om vaker te fietsen naar...
  • Van B naar Anders, investeren in mobiliteit voor de toekomst Op 23 mei presenteerde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI) het advies: ‘Van B naar Anders’. Aan dit advies liggen twee essays ten...
  • Team Voetganger wint strijd om de ideale modaliteit Het enthousiasme was groot tijdens de tweede editie van Battle of the Modes. In de Bossche Verkadefabriek namen vier modaliteitenteams (openbaar vervoer, auto,...
  • 'Begin met hubs in de buurt' Hij richtte op zijn twintigste een stichting op die een toekomst biedt aan kinderen die in Argentinië onder de armoedegrens leven en organiseerde...
  • Eric van Berkum: ‘Meer ruimte voor nuance en reviews van vakliteratuur’ In een serie gesprekken verkent Verkeerskunde het wetenschappelijk kennisveld. Hoe houden wetenschappers hun kennis op peil en hoe brengen zij hun?kennis naar de praktijk? Waar...
  • 'Iedere verkeersdeelnemer komt weer veilig thuis' Op 26 april werd de nieuwe Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer 2018-20130, DV3, gepresenteerd tijdens het Nationaal Verkeersveiligheidscongres NVVC. Wat is de belofte, de ambitie...
  • De case Merwedekanaalzone Utrecht zal rond 2025 meer dan 400.000 inwoners tellen, 17 procent meer dan nu. De gemeente kiest er voor om deze groei binnen de bestaande stadsgrenzen op te vangen, onder...
  • 'Stop verkeersslachtoffers door mobielgebruik' De ouders en advocate van Yannick Frijns namen op 26 april de Nationale Verkeersveiligheidsprijs 2018 in ontvangst tijdens het Nationaal...
  • Controle over opvolgtijden buslijnen Vervoerders sturen bij variaties in de busdiensten vooral op punctualiteit. Dit is mede ingegeven door punctualiteitseisen in de concessies. Maar bij hoogfrequente lijnen is,...
  • Landbouwverkeer: meer boetes of meer veiligheid? Landbouwvoertuigen zijn groot en zwaar en rijden langzamer ten opzichte van andere motorvoertuigen, maar juist sneller ten opzichte van fietsers, joggers en wandelaars. Dat...
  • Virtual Reality-technologie dient ook als ijsbreker Een studie naar de beste ontwerpkeuzes voor fietsroutes in het kader van Slimme en Gezonde Stad in pilotstad Schiedam bood de mogelijkheid om Vitual Reality-technologie (VR) als...
  • Benchmark gezonde steden Een Brede Coalitie van Natuur & Milieu, Milieudefensie, Fietsersbond, Longfonds, Wandelnet, Rover en Mens en Straat, wil graag dat de nieuwe coalities die in gemeenten...
  • Wat levert MaaS op? Door alle (voorspelde) technologische ontwikkelingen wordt Mobility as a Service, MaaS een grote toekomst toegedicht. De flexibiliteit die MaaS biedt in het vervullen van...
  • Bert van Wee: Waarom geen factcheckrubriek? In een serie gesprekken verkent Verkeerskunde het wetenschappelijk kennisveld. Hoe houden wetenschappers hun kennis op peil en hoe brengen zij hun?kennis naar de praktijk? Waar...
  • Barrières voor de marktintroductie van ITS-diensten Hoewel er de afgelopen jaren vele ITS-diensten zijn ontwikkeld en pilots zijn uitgevoerd, blijft een grootschalige marktintroductie van deze diensten vaak achterwege. Binnen het...

Artikelen 1 tot 20 van 56

1 2 3

Overzicht alle vakartikelen

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.