Eindelijk aansluiting tussen Brabantse regionale modellen

maandag 3 februari 2014 409x gelezen

Martijn Heynickx, Provincie Noord-Brabant:
‘We gebruiken gegevens uit het Nederlands Regionaal Model (NRM), maar ook uit Vlaamse en Duitse verkeersmodellen’
Martijn Heynickx, verkeerskundig adviseur en modelspecialist bij de provincie Noord-Brabant

Martijn Heynickx, verkeerskundig adviseur en modelspecialist bij de provincie Noord-Brabant

Verouderde regionale verkeersmodellen die weinig op elkaar aansluiten, dat staat goede beslissingen voor nieuwe infrastudies in de weg, vonden ze in Brabant. Tijd dus voor een grondige aanpak, op basis van goed afgestemde uitgangspunten, vastgelegd in een gezamenlijke database en modelbasis voor de regionale modellen: de BrabantBrede Model Aanpak. Het was flink doorzetten, zegt Martijn Heynickx van de provincie Noord-Brabant, met als resultaat geactualiseerde en kwalitatief betere modellen die goed op elkaar aansluiten.

 

Van 2006 tot 2008 bouwden de zes zogenoemde GebiedsGerichte Aanpak regio’s in Noord-Brabant ieder een eigen verkeersmodel, gebaseerd op eigen inputgegevens. Deze zelfstandig opgestelde modellen leidden geregeld tot inconsistentie in de grensgebieden tussen de regio’s. Als bijvoorbeeld het model van de regio X een uitkomst had van 10.000 voertuigen voor een bepaalde weg, dan kon het model van de regio Y voor diezelfde weg een uitkomst van 15.000 voertuigen geven. ‘Aangezien elke studie gebaseerd wordt op verkeersmodellen is het erg belangrijk dat deze zo goed mogelijk de werkelijkheid benaderen’, zegt Martijn Heynickx, verkeerskundig adviseur en modelspecialist bij de provincie Noord-Brabant. ‘De bestaande modellen zijn echter verouderd en ertussen vond maar weinig afstemming plaats. Daarom hebben de regio’s samen met de provincie besloten tot de BrabantBrede Model Aanpak (BBMA), waarin we uitgaan van een gezamenlijke database aan inputgegevens en een gezamenlijke basis voor de regionale modellen.’


Oude situatie versus de nieuwe BrabantBrede ModelBasis (BBMB)

 

Heynickx was samen met zijn collega Michael van Egeraat de afgelopen jaren nauw betrokken bij de ontwikkeling van de BBMA, in samenwerking met de Brabantse gemeenten en Rijkswaterstaat. ‘We zijn in 2011 begonnen met het schrijven van handboeken waarin is vastgelegd hoe we in Brabant de regionale verkeersmodellen inrichten. Vervolgens hebben we een database opgesteld met geactualiseerde sociaal-economische gegevens, netwerken en verkeerstellingen in heel Brabant. Die hebben we als input gebruikt voor de BrabantBrede Modelbasis, een model dat het verplaatsingsgedrag in heel Brabant beschrijft en waarmee we de regionale modellen op elkaar kunnen afstemmen. Uiteindelijk moeten de regionale modellen medio 2014 klaar zijn. Overigens is het model voor de Stadsregio Eindhoven al eerder geactualiseerd, maar is deze zoveel mogelijk afgestemd met de BBMA.’

 

Naast de onderlinge afstemming is er ook een kwaliteitsslag gemaakt in de Brabantse verkeersmodellen. Heynickx: ‘Er was voorheen vaak discussie over de sociaal-economische gegevens, vroeger waren die erg optimistisch. Nu hebben we prognoses voor het aantal inwoners en arbeidsplaatsen die een stuk dichter bij de realiteit liggen en dus een goede basis vormen voor de planvorming. Ook geven de modellen nu betere uitkomsten voor andere modaliteiten, zoals bus, trein en fiets. De ov-modellen waren voorheen minder goed getoetst, nu hebben we daar meer en betere gegevens voor.’ 

 

Als de regionale modellen straks gereed zijn, dan worden deze daarna steeds opnieuw geactualiseerd. Iedere vier jaar krijgt het basisjaar een update, en elke twee jaar worden de prognoses opnieuw bijgesteld. ‘De doorlooptijd van die actualisaties is ongeveer 1 jaar,’ zegt Heynickx. ‘We zijn dus bijna voortdurend bezig om de modellen zo actueel mogelijk te houden, zodat deze aan de behoeften van de gebruikers blijven voldoen.’

 

Maar waarom eigenlijk nog werken met regionale modellen als de gegevens voor de hele provincie in een database staan? Volgens Heynickx heeft dat onder andere te maken met een technische beperking. ‘We werken met herkomst- en bestemmingsdata op bijna postcode 6 niveau. Dat is zo fijnmazig dat het ICT-technisch onmogelijk is om het model voor heel Brabant te bouwen. Overigens is het toepassingsbereik ondanks die fijnmazigheid beperkt tot op het niveau van ontsluitingswegen, maar dat zijn dan ook de wegen waarin we het meest geïnteresseerd zijn.’    

 

Om goed aan te sluiten op de omgeving gebruikt de provincie gegevens uit het Nederlands Regionaal Model (NRM), maar ook uit Vlaamse en Duitse verkeersmodellen. Maar er bestaat nog geen grootschalige interregionale afstemming op de manier zoals die nu binnen Brabant plaatsvindt. ‘Er is wel informeel overleg tussen de provincies, maar in principe doet iedereen het op zijn eigen manier. Ik zie wel mogelijkheden om dit te veranderen, we zouden vooral veel meer kennis en informatie met elkaar kunnen delen. Het Rijk kan hier via het NRM een belangrijke rol in spelen.’

 

Heynickx is vooral trots op de manier waarop de BBMA tot stand is gekomen. ‘Het is een uniek proces geweest waarin het realiteitsgevoel bij de 67 betrokken gemeentes en andere partijen is aangewakkerd. Er was veel wilskracht om de zaken te verbeteren, en dat was ook nodig want het was flink doorzetten om het tot een goed einde te brengen. Gelukkig was iedereen doordrongen van het belang van actuele en kloppende verkeersmodellen die goed op elkaar aansluiten.’ 

terug naar dossier

Inhoud laatste dossier

De verkeerskundige

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Wegontwerp

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.