Een centraal dataloket parkeergegevens

Tussen parkeren en mobiliteit zit een Chinese muur

zondag 23 juni 2013 383x gelezen

Peter Martens, Q-Park:
‘Het parkeerdatahuis is geslaagd als parkeren niet langer wordt ervaren als een drempel om ergens te komen, maar juist als middel’

Peter Martens, Q-Park

Peter Martens, Q-Park

Actuele informatie over parkeerlocaties, tarieven, faciliteiten en beschikbaarheid levert substantieel minder zoekverkeer en betere benutting op. Daarvoor is algemeen beschikbare dynamische parkeerinformatie nodig. Startpunt is een centraal loket voor actuele statische parkeerdata. Dit bouwproject dat startte onder de werktitel ‘Nationaal Dataloket Parkeervoorzieningen’, staat in de steigers.

Een gesprek met een van de topleveranciers aan parkeerdata, Peter Martens, verkeerskundige en directeur business intelligence van Q-Park internationaal. Zijn bedrijf is goed voor het centraal aanleveren van statische en dynamische parkeerdata uit 153 parkeergarages in Nederland en 97 P+R-terreinen bij NS-stations.

Gratis? Bijna. ‘Wij hebben in het kader van het Beter Benuttenproject Maastricht Beter Bereikbaar, een systeem ontwikkeld voor het inwinnen van actuele parkeerdata uit parkeervoorzieningen. Dit systeem hebben we voor 1 euro aangeboden aan de Nationale Databank Wegverkeergegevens, NDW, de ‘moedermaatschappij’ van het NDPV-project. En dat bod is in dank aanvaard.’

Efficiëntere informatiehuishouding
In 2012 wees een business model van de grote steden en het NDW – gebaseerd op de inbreng en output van parkeerdata uit de drie grote steden – uit dat de winst van een centraal dataloket voornamelijk bestaat uit maatschappelijke baten. Deze bestaan vooral uit terugdringen van zoekverkeer. Onderzoeken hebben uitgewezen dat in binnensteden tot wel 30 procent van het autoverkeer op zoek is naar een parkeerplek. Zowel serviceproviders als eindgebruikers willen in principe niet betalen voor actuele parkeerdata en -informatie. Het voordeel voor Q-Park om mee te doen aan een centraal loket zit in ‘het stroomlijnen van de huidige manier van aanleveren van data’. Martens: ‘Wij leveren nu data aan afzonderlijke gemeenten, bijvoorbeeld voor hun PRIS (dynamische Parkeer en Routeinformatiesystemen-red) en aan diverse websites. Aan die kant kost het ons dus geen extra inspanning meer. Onze winst zit niet zozeer in meer parkeerders maar vooral in een efficiëntere informatiehuishouding.

In de eerste fase van actuele informatie gaat het om het centraal bundelen van actuele parkeerinformatie van alle parkeerplekken die achter een slagboom staan, daarna kan informatie volgen over beschikbare parkeerplekken op straatniveau. ‘Daar is nog wel wat werk te verrichten’ zegt Martens, ‘Je moet dan denken aan slimme betaalautomaten of sensortechnologie’.

Martens signaleert steeds meer draagvlak voor een operationeel dataloket. ‘Gemeenten krijgen een opstartsubsidie om statische data aan te leveren en moeten die dan wel zelf actueel houden via een eigen CMS-module. Parkeerexploitanten zien ook het nut van een centraal databestand, want op den duur gaan de dure PRIS-systemen langs de weg mogelijk plaats maken voor incar-informatie en die zou wel landelijk dekkend moeten zijn.’

Het centrale loket start met vergaand bindende afspraken over actuele statische parkeerinformatie die vrij nauwkeurige informatie geeft over locatie, tarieven, openingstijden en het aantal beschikbare parkeerplaatsen in garages. De hieraan toe te voegen dynamische informatie geeft ook het aantal vrije plaatsen aan.

‘Rond het beheer van ‘het dynamische huis’ wordt nog volop gediscussieerd’, zegt Martens. ‘Noodzakelijk is dat er een rol ontstaat van een betrouwbare ‘marktmeester’ die ‘gevoelige’ dynamische datastromen beheert op basis van goede afspraken, bijvoorbeeld over het uitsluitend vrijgeven van actuele gegevens en geen historische data, omdat daar bedrijfsinformatie mee opgebouwd zou kunnen worden. Onzekerheid hierover kan een drempel zijn voor dataleveranciers om actuele parkeerdata vrij te geven, waardoor de informatie aan de eindgebruiker onvollediger wordt.’

Extra parkeerruimte op zaterdagmiddag
‘Bijkomstigheid van het centrale loket is’, grapt Martens, ‘dat het uiteindelijk ‘het best bewaarde geheim’ zal blootleggen dat parkeren in garages vaak minder duur is dan op straat. In garages betaal je per gebruik, terwijl mensen op straat vaak een ruime marge nemen om een bekeuring te voorkomen. Ander voordeel is dat je reistijd explicieter maakt omdat je zoekverkeer uitsluit. Ook kun je heel specifiek extra parkeerruimte digitaal beschikbaar stellen. Bijvoorbeeld parkeerruimte bij bedrijven op zaterdagmiddag.’

Echt geslaagd is het NDPV wat Martens betreft als parkeren niet langer wordt ervaren als een drempel om ergens te komen, maar juist als middel. En daarin zie ik ook een rol voor de marktmeester van het datahuis. Niet eenvoudig erkent Martens, want tussen parkeren en mobiliteit zit vooralsnog een ‘Chinese Muur’.

Ministerie
Het plan voor het centrale loket is 2 jaar geleden voortgekomen uit de ‘Regiegroep Verkeersinformatie’ waarin wegbeheerders en marktpartijen zijn vertegenwoordigd. De bedoeling is om te starten met een dataloket voor en door grote steden, waarna afzonderlijke gemeenten kunnen aansluiten. Bestaande service providers hebben aangegeven parkeerdata te gaan gebruiken in hun diensten, maar dat een flinke dekking wel noodzakelijk is. Rotterdam, Amsterdam en Utrecht hebben nu het voortouw genomen en het ministerie van IenM gevraagd om via het programma Beter Benutten bij te dragen in de totstandkoming van de parkeerdatahuishouding en -publicatie. Er wordt gerekend op een positief antwoord omdat de business case duidelijk positief is en het thema uitstekend past in de doelstellingen van Beter Benutten.

Inhoud laatste dossier

EU-beleid

Naar alle eerdere dossiers

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.