Draagvlak voor digitaal parkeren: een fluitje van een cent

zondag 23 juni 2013 340x gelezen

Paul van Loon, directeur Empaction:
‘Focus niet op de techniek, of op de parkeerorganisatie, of op de besparingen, maar op de gebruiker’

Paul van Loon, directeur Empaction
Foto: ANWB/AVD

Paul van Loon, directeur Empaction Foto: ANWB/AVD

In 2010 verschenen de eerste parkeerautomaten op straat die om het kenteken vroegen. Vrijwel direct toonden YouTube-fimpjes de gebruiksonvriendelijkheid ervan aan. Nu, 3 jaar later, wordt bij vrijwel iedere aanbesteding van parkeerapparatuur op straat om kentekeninvoer gevraagd. Niet vanwege het gebruikersgemak, maar vanwege efficiency in bedrijfsprocessen van (gemeentelijke) parkeerbedrijven.
Althans, in potentie.

Stelt u zich eens voor dat alle parkeerrechten via het kenteken zijn vastgelegd in een database die voor handhaafapparatuur makkelijk bevraagbaar is. Camera’s kunnen nu al met ongekende snelheid en nauwkeurigheid kentekens inlezen. Situatiebeelden en kentekens worden tijdelijk opgeslagen. In de backoffice vindt vervolgens een proces plaats waarbij met minimaal menselijk handelen besloten kan worden tot het al dan niet uitschrijven van een naheffing. Deze wordt de overtreder dan digitaal gemaild of per post nagezonden. 

Wat zijn de voordelen van zo’n nagenoeg volledig geautomatiseerd handhavingstraject? In de eerste plaats natuurlijk de besparing op de directe kosten van handhaving. Volgens leveranciers kun je met een scanscooter makkelijk 800 kentekens per uur scannen, zonder te stoppen, want de collega in de backoffice handelt verder af. Veronderstel een betalingsbereidheid van 95 procent. Dan zijn er per uur 40 ‘verdachte’ waarnemingen. Als gastvrije stad hanteren we uiteraard het adagium: in geval van twijfel geen boete. Daarmee valt misschien de helft af, maar houden we toch 20 zekere bekeuringen per uur over. Een aardig resultaat, met één persoon op de scooter en één in de backoffice. En nauwelijks bezwaar en beroep, want er is spijkerhard bewijs van de overtreding.

Nieuwe wereld
Door zo’n pakkans zal de betalingsbereidheid verder toenemen, dan wel ertoe leiden dat mensen massaal kiezen voor achteraf betalen via SMS, app of anderszins. En dan gaat er helemaal een nieuwe wereld voor ons open. Het aantal parkeerautomaten kan worden teruggebracht tot het minimaal noodzakelijke en de handhaving kan zich informatiegestuurd concentreren op die gebieden waarin statistisch gezien de grootste kans bestaat op overtreders.

Digitale storm
Gevolg? Iedereen blij. De bezoeker heeft geen kans meer op een bekeuring en profiteert van alle voordelen van belparkeren, zoals betalen per minuut. De overheid maakt minder kosten en dat maakt ook de belastingbetaler blij. Logisch dus dat er in de parkeerwereld een digitale wind waait, die gezien de bezuinigingsdrift kan uitgroeien tot een serieuze storm.

Gebruikersgemak?
Maar is het verstandig om bij het digitaliseren van parkeren de weg te volgen die de eerste gemeenten sinds 2010 volgden? Van de parkeerder wordt in ieder geval een offer gevraagd. Hem is het leven immers al zuur gemaakt met ingewikkelde automaten zonder dat daar een beloning tegenover stond. Dat doet geen goed aan het imago van parkeren. Beter is een manier te bedenken die ook de parkeerder voordelen biedt. En die kansen zijn er.

Neem de gemeente Delft. Inwoners kunnen daar een ‘persoonlijke internetpagina’, PIP, aanmaken. Via deze PIP zijn alle zaken te regelen met betrekking tot gemeentelijke vergunningen, dus ook parkeervergunningen. Legeskosten worden daarbij gehalveerd: de eerste winst. Daarnaast worden interessante arrangementen mogelijk – zonder administratieve rompslomp – om bijvoorbeeld restcapaciteit in parkeergarages, vooral ’s nachts, te benutten, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de bezoekers van de (binnen)stad. Met een digitale bezoekersregeling kan ook bezoek maximaal gefaciliteerd worden binnen de beschikbare capaciteit op straat. Als het moet laagdrempelig en goedkoop voor hen die weinig bezoek ontvangen, tot een oplopend tarief voor de grootverbruikers. Ook voor bedrijven zijn vergelijkbare voordelen te maken, alleen gaat het dan via een zogenoemde BIP.

Zo geschetst, zou het een gemeente wat waard moeten zijn om iedereen aan het kentekenparkeren te krijgen. Daarom heeft de gemeente Helmond gezocht naar manieren om belparkeerders te belonen. Zo zijn bijvoorbeeld de tarieven in de gemeentelijke parkeergarages alleen voor belparkeerders verlaagd van 2 euro naar 1,50 euro. Verder krijgen belparkeerders in de garages het tweede uur gratis en betalen ze na sluitingstijden van de winkels nooit meer dan 1,50 euro (voor de hele avond). Kost dat de gemeente veel geld? Integendeel. De parkeeromzet steeg in het eerste kwartaal van 2013 bijna 10 procent ten opzichte van 2012. Dit is mede omdat de verblijfsduur van belparkeerders gemiddeld langer is gebleken; ook in de garages.

Gebruik voorop
Amsterdam wees als eerste gemeente een weg naar digitaal parkeren, maar zoals bekend leiden er meerdere wegen naar Rome. Om als gemeentelijke organisatie de digitale parkeerweg goed te bewandelen, blijkt het zaak om niet alleen naar de potentiële besparingen te kijken. Het is ook belangrijk dat parkeerders en ondernemers er de voordelen van zien, bijvoorbeeld door een deel van de besparingen zichtbaar naar hen terug te laten vloeien. En focus op gemak, zowel bij het aanvragen van parkeerrechten als bij het betalen voor parkeren.

Gastvrije stad
Handhaaf streng, maar help boetes de wereld uit, want boetes passen niet bij een gastvrije stad. Flexibiliseer het beleid, waarbij consumenten uit eigen belang die keuzes maken die helpen in het realiseren van kostenbesparende maatregelen. En last but not least: zet niet de techniek, niet de parkeerorganisatie en niet de besparingen bovenaan het verlanglijstje, maar primair de gebruiker. Het creëren van bestuurlijk draagvlak wordt dan ‘een fluitje van een cent’.

Inhoud laatste dossier

EU-beleid

Naar alle eerdere dossiers

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.