Jan van Donkelaar: 'We gaan naar een adaptief MKBA-verhaal'

woensdag 24 oktober 2018 Nettie Bakker 17x gelezen

"De MKBA helpt de minister beslissingen te nemen in MIRT-verkenningen. Het is een levend instrument. We leren steeds meer bij om ook de zachtere effecten te kwantificeren. Daarnaast zie ik het MKBA-proces veranderen van een eenmalige analyse met een cijfermatige uitkomst naar een verhaal over de toekomst, dat je na verloop van tijd herhaalt als de toekomst wat duidelijker wordt.
Jan van Donkelaar, economisch adviseur bij het Steunpunt Economische Expertise van Rijkswaterstaat

Jan van Donkelaar, economisch adviseur bij het Steunpunt Economische Expertise van Rijkswaterstaat

Wij zijn zowel binnen als buiten Rijkswaterstaat het steunpunt voor economische advisering. Van het ministerie krijgen we MKBA-aanvragen die we begeleiden. Vervolgens beoordelen wij de onderzoeksresultaten. Bij controversiële of zeer complexe vraagstukken vragen we het CPB of KiM om een second opinion.

 

Dit voorkomt de schijn van een slager die zijn eigen vlees keurt. Impliciet toetsen zij daarmee ook onze MKBA-kaders. Tegelijkertijd is het zaak dat we intern onze rug kaarsrecht houden. Natuurlijk zijn er wel eens uitkomsten die in strijd lijken met het beleid of de belangen van Rijkswaterstaat. Maar als we één keer de uitkomsten zouden toeschrijven ten gunste van het beleid, dan zijn we onze goede naam kwijt. Wij willen en moeten integer zijn. 
 

Soms horen we dat de MKBA niet alle effecten meeneemt. Dat bestrijd ik. Het misverstand daarover ontstaat naar mijn idee omdat sommige effecten makkelijk te meten zijn en andere niet, zoals reistijdeffecten, tegenover sociaaleconomische omgevings- en belevingseffecten. Die laatste worden vaak met een plus of een min gekwantificeerd. Als je vervolgens alleen de harde uitkomsten meeweegt, kan de indruk ontstaan dat de MKBA zich beperkt tot de meetbare effecten. 

 

Hoewel de MKBA-methodiek in principe niet verandert, zie je dat een MKBA vaker een gebied bestrijkt dan een afzonderlijk wegtraject. Daardoor worden vanzelf meer effecten relevant. Denk aan de effecten voor het lokale en regionale fietsverkeer als gevolg van ondertunneling van een snelweg. Ook zijn er trends in de waardering van afzonderlijke effecten. Zo scoort CO2-uitstoot nu hoger vanwege aangescherpt klimaatbeleid. Vrij nieuw is ook dat we niet-inframaatregelen meenemen als alternatief voor investeringen in capaciteitsuitbreiding, zoals fietsstimulering. En ten slotte fluctueert de omvang van effecten per wegvak. Kom je dichter bij de bebouwde omgeving, dan verandert de omvang van effecten op de leefomgeving enorm."

 

Adaptief MKBA-proces

"De nieuwste trend die ik verwacht is een adaptief MKBA-proces. We zijn gewend aan ja/nee-beslissingen voor de lange termijn. Maar levert het autonome voertuig nu meer of minder automobiliteit op? Met een adaptief  proces kun je een ja/nee-beslissing voor tientallen jaren uitstellen. Dat kan wel betekenen dat je nu iets meer investeert. Bijvoorbeeld een 2x2-weg aanleggen, maar wel alvast grond kopen voor een 2x3-verbreding en ook kunstwerken daarop dimensioneren. Mocht een capaciteitsuitbreiding op termijn niet nodig blijken, dan voorkom je een nóg grotere desinvestering. 

 

Ten slotte, de MKBA is nooit de scherprechter in een besluitvormingsproces en we moeten af van een zekere angst voor MKBA-uitslagen. We hebben de oplossing daarvoor nog niet, maar er wordt wel gesproken over ‘een verhaal’ als uitkomst in plaats van harde cijfertjes.” 

 

 

Inhoud laatste dossier

Geluid

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over geluid

  • Hoe stil kan een straatsteen zijn? Binnen de bebouwde kom is een elementenverharding, ook wel klinkerverharding, een veel voorkomend wegdektype. Stenen geven een straat een karakteristieke uitstraling, maar staan...

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.