Transitie naar Rotterdam fietsstad volgens het boekje

Derk Loorbach: 'Ik word er blij van'

donderdag 7 juni 2018 Nettie Bakker 19x gelezen

Transities volgen een patroon en zijn dus te beïnvloeden. “Je kunt op de juiste momenten een duwtje in de goede richting geven”, zegt Derk Loorbach, hoogleraar Transitiekunde en directeur DRIFT (Erasmus Universiteit). “Wij zijn actie-onderzoekers. We stappen in een transitie, lopen als passanten een stukje mee en als mensen in de goede stand staan, stappen we er weer uit. Zo ook in Rotterdam."
Derk Loorbach, hoogleraar Transitiekunde en directeur DRIFT (Erasmus Universiteit).

Derk Loorbach, hoogleraar Transitiekunde en directeur DRIFT (Erasmus Universiteit).

“Uitgangspunt voor transities is dat er sprake moet zijn van ‘iets’. Als er nog geen beweging is, is er ook geen basis voor transitie. En dan moet je er als overheid ook niet aan gaan trekken", zegt Loorbach. In Rotterdam stonden voldoende lichten op groen voor een transitie in mobiliteit: van autostad naar fiets- en voetgangersstad. Loorbach: “Er was al langere tijd sprake van stabilisatie van het autoverkeer tegenover substantiële toename van fietsers- en voetgangersverkeer." Dat zou dus hier en daar wel eens kunnen gaan knellen, dachten mensen. Sommigen maakten zich zorgen, anderen zagen ook kansen. “Dan heb je een startpunt voor een transitie”, zegt Loorbach. 

 

Arenasessies 

In Rotterdam kreeg de mobiliteitstransitie richting na een aantal ‘arena’sessies die zo’n drie jaar geleden werden georganiseerd door DRIFT en de gemeente. Hiervoor werden allerlei ‘voorlopers’ uitgenodigd om samen de mobiliteit van de toekomst te verkennen. Deze voorlopers waren mensen die al op verschillende manieren hun nek uitstaken op het gebied van mobiliteitstransitie: mensen achter de BMX Fietsschool, de Watertaxi, sociaal ondernemers, de Fietsersbond, elektrisch vervoer. Hun opdracht was een nieuw perspectief en nieuwe manier van denken te ontwikkelen die een gewenste transitie richting kon geven. Kernvraag was: Wat voor stad wil je zijn? Tijdens deze sessies werden de contouren geschetst van die stad, die 'inclusief' moest zijn.

 

Verhaal

“Tijdens deze sessies is een verhaal ontstaan”, benadrukt Loorbach, “een verhaal over de winst van collectieve en duurzame mobiliteit. Heb je eenmaal zo’n verhaal dan pakt ieder zijn rol en taak op. Dan organiseert de BMX Fietsschool bijvoorbeeld een stadssafari voor 16-jarigen vanuit Zuid naar andere wijken in de stad. Sommige deelnemers kwamen op deze manier niet alleen voor het eerst over de Erasmusbrug, maar ervaarden vooral dat de samenleving groter en gevarieerder is dan die ze kenden vanuit de eigen wijk. Zulke ervaringen leidden in de ambtelijke wereld tot meer aandacht en waardering voor sociale mobiliteit. En zo ontstaan steeds nieuwe dynamieken. Als er meer mensen ‘op Zuid’ leren fietsen, over een fiets kunnen beschikken en ook meer gaan fietsen, geeft dat aanleiding voor bredere fietspaden. Dit leidt gaandeweg, geholpen ook door de tijdgeest, tot een nieuw systeem van duurzame mobiliteit." 

 

Super democratisch 

Drie jaar na de eerste arenasessie is het nieuwe denken al terug te zien in nieuwe werkwijzen, samen met burgers en ondernemers. De arenasessies leverden een netwerk op van gemeentelijke en particuliere initiatieven die bijdragen aan de stad die Rotterdam wil zijn, zoals het project Fietsen op Zuid, de fietsenbank en Happy Mobility. Maar ook een nieuw parkeerbeleid in de stad. Meer ruimte voor fietsparkeren ten koste van autoparkeren, onder meer door de inzet van fietsvlonders tot aan experimenten met ‘happy streets’. “Zo’n ‘arena’ is enerzijds ondemocratisch omdat het een eigen agenda bepaalt", erkent Loorbach. "Anderzijds is het super democratisch omdat die agenda van de mensen zelf is.” 

 

In het kort zijn er dus drie fasen in transities. Mensen komen in de juiste transitiestand. Ze worden zich bewust van de noodzaak om gezamenlijk te opereren op weg naar een gezamenlijk beeld. In Rotterdam is dat beeld de transitie van auto- naar fietsstad. Vervolgens worden netwerken gebouwd van mensen die verschillende rollen en taken op zich nemen en daarbij ook buiten hun eigen comfortzone durven te treden. De derde fase is een andere manier van werken. Daar is vaak niet één oplossing voor, want een transitie kenmerkt zich juist door een ontwikkeling, gebaseerd op experimenteren, ervan leren en weer doorgaan. Voor verkeerskundige ambtenaren betekent dit een doorbraak in hun werkwijze. Met het traditionele oplossen van knelpunten maak je het bestaande systeem alleen minder slecht. Met experimenten verken je de toekomst. 

Loorbach: “Hoewel we nog ver zijn van een werkelijke transitie naar een fietsstad, om zo te komen tot een inclusieve stad, is er wel sprake van een redelijk substantiële beweging. En daar word ik blij van.” 

 

 

 

Inhoud laatste dossier

Fiets

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Fiets

Artikelen 1 tot 5 van 71

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 5 van 71

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.