Deskundigen over opleidingen

vrijdag 29 mei 2015 405x gelezen

Op deze pagina:

- Doekle Terpstra
- Paul Oortwijn
- Arjan de Wit
- Bo Boormans
-
Eric van Berkum
-
Rolf Pieck

Doekle Terpstra werkte voor het CNV, de HBO-raad en Hogeschool InHolland en is nu aanjager van het Nationaal Techniekpact 2020
Foto: Ivo Geskus

Hoe beoordeelt u de aansluiting opleiding en werkveld van verkeerskundigen?
‘Ik ben geen verkeerskundige, laat dat voorop staan, maar dit thema geldt natuurlijk voor alle disciplines. Verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is ook nadrukkelijk de opdracht van het Techniekpact. De arbeidsmarkt verandert namelijk sneller dan ooit. ‘Een dynamische arbeidsmarkt vraagt om een sterke leercultuur’, schreven ministers Bussemaker en Asscher in hun Leven Lang Leren-brief afgelopen najaar. Belangrijk hiervoor is interactie tussen bedrijven en opleidingen. De Centra voor innovatief vakmanschap (mbo) en Centres of expertise (hbo) zijn prachtige voorbeelden van samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Zij dragen niet alleen bij aan vraaggerichter onderwijs en het innovatievermogen van het bedrijfsleven. Zij spelen ook een belangrijke rol bij het voortdurend up-to-date houden van het kennisniveau van professionals.

Het woord zij-instromers roept vaak een negatieve associatie op; ik zie dat juist niet zo. De huidige en toekomstige arbeidsmarkt zal meer en meer om flexibiliteit vragen. De sectorplannen spelen hierop in door extra mogelijkheden te faciliteren gericht op scholing en begeleiding in van werk-naar-werk trajecten. Hierdoor wordt een overstap makkelijker en zal die ook vaker plaatsvinden. De borging van kwaliteit is de taak van het onderwijs en het bedrijfsleven. Gezamenlijk moet men zorgen dat medewerkers zich de juiste vaardigheden en kennis eigen kunnen maken.’  

Paul Oortwijn, directeur NLingenieurs

De levensloop van ingenieurs: van leerschool naar vakmanschap
‘Afstudeerders van hogescholen en universiteiten vormen de belangrijkste instroom bij de advies- en ingenieursbureaus. Een kwalitatief goede basisopleiding is daarom van groot belang. De bureaus zelf onderhouden ook warme contacten met de opleidingen en bieden diverse stage- en afstudeerplaatsen aan. Vooral binnen de wat grotere projecten kunnen goede uitdagingen geboden worden aan de nog studerende ingenieur en zij-instromer.

De pas afgestudeerde, nieuwe medewerkers maken vervolgens in projecten kennis met de beroepspraktijk van adviseur of ontwerper. In deze beginjaren van ‘learning on the job’ worden ook niet-vakmatige competenties ontwikkeld. Door in wisselende projecten en projectomgevingen te werken, zie je vaak een steile leercurve.Na deze eerste fase van vakontwikkeling zie je belangstelling ontstaan om verbindingen te leggen met de kenniswereld, met instituten als Connect, CROW, SBR-Curnet en de SWOV. NLingenieurs faciliteert deze intercollegiale contacten en daarmee de uitwisseling van kennis en ervaring in haar expertnetwerken.

Hierbij zie je dan initiatieven zoals www.jijverdientveiligverkeer.nl, waarin verbindingen worden gelegd met alle relevante actoren en stakeholders om bepaalde ontwikkelingen aan te zwengelen. Ook signaleren we dat er van tijd tot tijd meer behoefte is aan zij-instroom bij bedrijven. Dat kan zijn in perioden waarin de werkdruk hoog is, of wanneer nieuwe ontwikkelingen (ICT, processen) om nieuwe competenties vragen. Omdat er in veelal in multidisciplinaire teams wordt gewerkt is het absorberen of incorporeren van zij-instromers meestal geen enkel probleem.’

Arjan de Wit, trainee bij de provincie Zuid Holland

Mijn traineeship fungeert als overgangsfase
‘Sinds oktober 2014 werk ik als trainee bij de provincie Zuid-Holland. Ik houd mij binnen Bureau Infrastructuur (afdeling Mobiliteit & Milieu) bezig met diverse werkzaamheden die aansluiten op mijn HBO & Masterstudie Planologie met een focus op mobiliteit. Een docent noemde mij ook wel een verkeersplanoloog die een brug slaat tussen de werelden ruimte en mobiliteit. Werelden die sterk met elkaar verweven zijn en samenkomen in mijn opdrachten: een verbetertraject op het sturen en verantwoorden van provinciale infrastructuurprojecten, een netwerkanalyse wegen en de voorbereiding van de ov-spoortafel.

Sinds mijn studie ervaar ik bij het zoeken naar een baan in het infrastructuurwerkveld het stempel: een planoloog is veel ‘generalist’ en beperkt ‘specialist’. Zo werkte ik voorafgaand aan het traineeship bij de provincie ruim een jaar bij een bedrijf in medische artikelen. Zij vroegen juist om een generalist, een praktijkgericht persoon met een breed overzicht. Dat leverde voor mij totaal andere denkpatronen op dan ik eerder meekreeg op de universiteit, namelijk veel sterker gericht op een oplossing. Het werkveld waardeert de analytische blik van een student maar verlangt ook naar de toepassing van die analyse. Mijn tijd als trainee fungeert voor mij als een overgangsfase, van zaken opmerken én oplossingen brengen.’

Bo Boormans, Directeur NOVI Verkeersacademie

Het gaat om hbo-competenties 
‘NOVI Verkeersacademie heeft als ideëel doel om mensen die in ons vakgebied aan de slag willen een adequate opleiding aan te bieden. Vanaf de start in 2005 richten we ons vooral op mbo-ers die zich willen ontwikkelen tot verkeerskundige. Van een mbo-er een hbo-er maken heeft minder met verkeerskunde te maken, maar vooral met het verhogen van werk- en denkniveau. Daarbij gaat het om hbo-competenties zoals probleemgericht in plaats van oplossingsgericht denken en handelen, van reactief naar actief acteren, om onderzoeksvaardigheden en bovenal om een uitstekende mondelinge en schriftelijke communicatie.

Hier wordt uitgebreid aandacht aan besteed. Werkveldcommissie, docenten en werkgevers/begeleiders zorgen voor de relevante verkeerskundige inkleuring. Zo zijn al onze circa 40 docenten in de praktijk werkzaam en in hoge mate deskundig voor de module(s) die ze verzorgen. Daarnaast rondt elke student ieder studiejaar af met een verslag en een presentatie, waar zijn leidinggevende of begeleider bij aanwezig is. Dan wordt niet alleen de student, maar ook de praktijkrelevantie van de opleiding beoordeeld. Sinds dit studiejaar laten wij ook instromende hbo-ers toe. Aangezien zij al een (bewezen) hbo werk- en denkniveau hebben, richten wij ons in hun geval enkel op de veelal ontbrekende verkeerskundige kennis en vaardigheden. Met een speciaal instroomtraject kunnen zij binnen twee jaar afstuderen, waarbij zij aan dezelfde eisen moeten voldoen als studenten die het vierjarige traject doorlopen.’

Eric van Berkum, hoogleraar Verkeerskunde Universiteit Twente en voorzitter Raad van Toezicht op CROW-opleidingen

Veel oudere verkeerskundigen zijn niet onderwezen in gedrag
‘Verkeerskunde staat nooit alleen. Als verkeerskundige werk je altijd samen met andere disciplines. Daarom zijn de opleidingen breed. Bovendien geven technologische en maatschappelijke ontwikkelingen steeds weer aanleiding voor nieuwe accenten en samenwerkingsrichtingen. Op de universiteit zie je dat terug in steeds nieuwe verbindingen en verbanden, en in de opleidingen zie je meer mogelijkheden om je eigen studiemenu samen te stellen, met name in de laatste jaren van de opleidingen.

Sinds een jaar of twee zit ik in de Raad van Toezicht die de kwaliteit bewaakt van de vakopleidingen van het CROW. Punt van aandacht is het aantal studenten. Ook al is de inhoudelijke kwaliteit van de cursus hoog, dan nog heb je voldoende cursisten nodig om als cursus levensvatbaar te zijn en blijven. Dat geldt ook voor het CROW, zelfs al vervult het CROW met de vakcursussen een publieke taak zonder winstoogmerk. Ik denk niet dat er sprake is van aansluitingsproblemen tussen opleiding en werkveld. Ik vermoed eerder dat het beperkt aantal cursisten wordt veroorzaakt door lagere budgetten voor opleidingen bij bijvoorbeeld gemeenten.   

Bij de CROW-studies gaat het zowel om cursussen, maar zeker ook om opleidingen.
Ik heb nu twee keer een diploma-uitreiking meegemaakt en ik zie dan hoofdzakelijk mensen die zich binnen een gemeente vakkundig willen opschalen, dan wel zij-instromers die zich omscholen tot verkeerskundigen.

Meegaan met de ontwikkelingen in je vakgebied
Los daarvan vind ik ‘life long learning’, oftewel: om de zoveel jaar je vakkennis bijspijkeren, belangrijk, want het vakgebied verandert immers continu. Zo was er in de opleiding van veel oudere verkeerskundigen geen of weinig aandacht voor gedrag, maar die expertise wordt tegenwoordig juist gevraagd. Daar kan dus een kennislacune ontstaan. Bovendien verandert de functie van de ambtenaar. Deze krijgt te maken met nieuwe vormen van aanbesteden en met nieuwe vormen van contacten met burgers. ‘Life long learning’ is een mogelijkheid om up to date te blijven en dat zou je specifiek kunnen ondersteunen met opleidingen. Sterker nog, misschien is er wel enige haast mee geboden om (periodiek) vakkennis op te krikken.

Actuele verkeerskundigheid blijft namelijk van belang. Je moet binnen de ambtenarij op zijn minst kunnen meepraten over nieuwe ontwikkelingen. Nu heeft een cursus zelfrijdende auto weinig zin als het alleen over de technologie zou gaan, maar je moet wel kennis hebben van die ontwikkeling, want hoe pas je die voertuigen met hun eigen aspecten later in? Dat geldt ook voor de toekomst van het openbaar vervoer. Dat zal steeds meer vraagafhankelijk worden en ontstaan uit nieuwe verbanden op basis van verschillende soorten datastromen. Die analyse van het ontstaan van nieuwe mobiliteitsconcepten zou je wel onderdeel kunnen maken van het onderwijs.

Ganzen
Er wordt ten slotte wel gezegd dat het kennislandschap verdeeld is in allerlei eilandjes. Ik deel die zorg en het meest zorgelijk daarvan vind ik dat de mensen het binnen die eilandjes naar mijn gevoel te vaak roerend met elkaar eens zijn en er te weinig sprake is van een tegengeluid. Dan denk ik terug aan mijn promotor Rudi Hamerslag aan de TU Delft. Hij zei vaak: ’Kijk naar de ganzen. In een groep kijken ze naar alle kanten. Doe dat ook!’’

Rolf Pieck, Director Business Unit Transport 

Chartership is voor ervaren ingenieurs een vorm voor een leven lang leren 

‘Om kwaliteit te leveren is vakkennis van groot belang. Daartoe hebben we een opleidingsplan ontwikkeld waarbij het bijhouden van vakkennis een belangrijke plaats heeft. Direct van de opleiding wordt de verkeerskundige verder getraind. Door het organiseren van interne masterclasses en het volgen van vakinhoudelijke cursussen, symposia en dergelijke wordt de vakkennis op peil gehouden en verdiept.

 

Chartered Engineer

Minstens zo belangrijk voor ons zijn vaardigheden die tijdens de studie minder aan bod komen zoals projectmanagement en communicatie. Daarom zijn we begonnen met een pilot ‘Chartered Engineer’ in samenwerking met KIVI. Chartership is een internationaal erkende kwalificatie vergeven door het beroepenveld, waarmee een ingenieur aantoont te streven naar excellentie en aangeeft zich continu te willen ontwikkelen. In diverse landen waar we werkzaam zijn, zoals Engeland, bestaat chartership al. Als bedrijf zijn we ook steeds meer internationaal werkzaam, waarbij opdrachtgevers vragen om gekwalificeerde ingenieurs. Chartership is een manier om de kwaliteiten van onze mensen te bevorderen en aan te tonen, internationaal en met een uniforme aanpak.

 

Ik heb in de UK waar mijn verkeerskundigen chartered engineer zijn ervaring opgedaan. Het geeft de markt vertrouwen dat we kwaliteit leveren. In veel gevallen vereist de markt zelfs dat we alleen gebruik maken van chartered engineers. Het wordt beschouwd als erkenning als professional omdat de titel niet zo maar wordt verkregen.

 

Een chartered engineer brengt kwaliteit voor klanten: ingenieurs die hun vak goed beheersen, op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen en klanten de juiste oplossingen brengen. Chartership bevordert de professionaliteit van ingenieurs in de breedste zin van het woord en gaat niet alleen over vakinhoud maar ook over bijvoorbeeld projectmanagementvaardigheden, communicatievaardigheden, ethiek en duurzaamheid. Daarbij draagt chartership bij aan een gestructureerde ontwikkeling van medewerkers, van starter tot zeer ervaren professional. Voor jonge ingenieurs biedt chartership een helder ontwikkelpad en uiteindelijk een, internationaal bruikbaar, kwaliteitskeurmerk.

Voor ervaren ingenieurs is het een manier om invulling te geven aan een leven lang leren. Daarnaast biedt het een kans om hun ervaring te delen met collega’s uit het vakgebied en met de jonge generatie. Het bredere voordeel buiten ons bedrijf is dat alle partijen, ingenieurs bij het bedrijfsleven, in het hoger onderwijs en bij kennisinstituten zowel op Nederlands als op internationaal niveau samen kunnen bepalen wat belangrijke kwaliteiten van ingenieurs in het vak zijn.

 

De kwalificatie chartered engineer CEng (WO) of IEng (HBO), kan vanaf vier jaar werkervaring verkregen worden. Daarna moet de ingenieur voldoende in het vakgebied werkzaam blijven, inhoudelijk bijblijven en verbonden blijven met het veld om de titel te behouden. Door panels uit het beroepenveld wordt bepaald wat de standaarden en ontwikkelingen zijn. Hoe precies is nog in ontwikkeling. Vijf eerste ervaren ingenieurs van Royal HaskoningDHV doorlopen als onderdeel van de pilot een ‘fast track’ naar chartership. Deze pilot wordt in de zomer of vlak daarna afgerond en is bedoeld om het systeem op te zetten in Nederland en mentoren te creëren voor jonge collega’s die hun ontwikkelproces naar chartership ingaan. Na de pilot bepalen we hoe we dit gaan vervolgen en verder uit gaan rollen. 

Inhoud laatste dossier

De verkeerskundige

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Wegontwerp

Artikelen 21 tot 25 van 62

2 3 4 5 6 7

Artikelen 21 tot 25 van 62

2 3 4 5 6 7

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.