Deskundigen aan het woord

woensdag 11 april 2012 209x gelezen

Eva Heinen, TU Delft 

Niet zwart-wit denken, niet het één of het ander 

‘De laatste tijd krijgen sociaal-psychologische factoren steeds meer aandacht. Dit is niet ten onrechte: in mijn onlangs verschenen proefschrift toon ik aan dat dit ook voor fietsen geldt. Mensen met een positievere attitude fietsen vaker en zijn ook bereid om over langere afstand te fietsen. Tevens blijkt uit het proefschrift dat gewoonte en de sociale omgeving het fietsgedrag beïnvloeden. Zo blijkt de norm van bijvoorbeeld een werkgever, uit voorzieningen voor de fiets of juist voor de auto of openbaar vervoer. 

 

Dat deze aspecten belangrijk zijn bij het stimuleren van fietsen, betekent niet dat harde infrastructuur geen rol speelt. Hoewel iemand die niet fietst niet meteen zal gaan fietsen bij een verbetering van het wegdek, zorgen deze verbeteringen er mogelijk wel voor dat mensen vaker fietsen, omdat het aangenamer is. Ook zouden verbeteringen van fietsvoorzieningen de individuele attitudes en gangbare normen kunnen beïnvloeden. Hierover bestaat nog onduidelijkheid, maar het aantrekkelijk maken van fietsen door goede en aansprekende voorzieningen moet niet vergeten worden. Het is essentieel om niet zwart-wit te denken: het is niet het één of het ander, maar inzetten op zowel de verbetering van voorzieningen als aandacht voor attitudes en normen. Dat heeft waarschijnlijk het meeste effect.’ 

 

Ingrid Hendriksen, TNO 
 

Misverstand trapondersteuning

‘Dat fietsen met trapondersteuning helemaal geen inspanning vereist, is een veelvoorkomend misverstand. Onderzoek onder volwassenen toont aan dat voor de meeste mensen, het fietsen met trapondersteuning (nog) voldoende intensief is om conditie- en gezondheidswinst op te leveren. Voor maximale gezondheidswinst is het advies wel om de ondersteuning zo min mogelijk te gebruiken.  De opkomst van de elektrische fiets heeft ook hele duidelijke gezondheidsvoordelen. Bezitters van zo’n fiets fietsen verder en frequenter dan met een gewone fiets. Hierdoor wordt ook voor de middellange afstanden vaker de fiets gepakt in plaats van de auto. Voor specifieke doelgroepen, zoals ouderen en chronisch zieken, geldt dat de elektrische fiets uitkomst kan bieden omdat mensen hierdoor kunnen blijven fietsen, ondanks fysieke beperkingen. 
 

Voor jongere doelgroepen, zoals (schoolgaande) jeugd en werknemers, kan het effect zijn dat onder degenen die op grotere afstand van school/werk wonen, meer personen kiezen voor de elektrische fiets. De elektrische fiets biedt zo een goed alternatief voor de auto, het openbaar vervoer of de – onder jongeren tegenwoordig zo populaire – scooter. De kans is groot dat, op de doelgroep afgestemde fietsen met trapondersteuning, juist zorgen voor een hoger fietsgebruik, wat zeker opweegt tegen het nadeel van het fietsen met een lagere intensiteit.’


Frank Borgman, Fietsersbond

Het moet meer mét de fietser
‘Mensen fietsen vooral vanwege de positieve beleving die het fietsen hen geeft: vrijheid, snelheid, zonder zorgen, onafhankelijk en flexibel.
Om dat zo te houden, moeten oplossingen om het verkeer voor fietsers veiliger te maken ook voor de fietsers zelf veiliger voelen. Ook moeten oplossingen voor fietsparkeerproblemen fietsers toch het gevoel blijven geven dat ze welkom zijn. Om tot goede oplossingen te kunnen komen, is het veel meer dan nu, noodzakelijk om fietsers te vragen welke wensen, behoeften en verlangens ze hebben. En welke problemen ze ervaren en welke oplossingen ze prettig vinden. Na een succesvolle actie rondom de aanpak van scooteroverlast, heeft de Fietsersbond dit tot speerpunt gemaakt van haar beleid voor de komende jaren.

Zowel landelijk als op gemeenteniveau moet dat nu verder worden uitgewerkt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het verder uitbouwen van ons meldpunt ‘mijn slechtste fietspad’. Momenteel loopt daar een enquête over eenzijdige ongevallen. Maar ook willen we gaan werken met lokale (digitale) platforms voor interactieve beleidsvorming, en zo voor beter gemeentelijk fietsbeleid. Daarbij gaan we nadrukkelijk samenwerking zoeken met de gemeenten en andere organisaties, maar vooral met de dagelijkse fietser.’

 

Eric Nijland, Stichting Landelijk Fietsplatform  

Recreatief fietsverkeer verzekert een hoog rendement

‘De fiets is behalve een handig vervoermiddel ook een geliefd recreatiemiddel. Jaarlijks maken ruim 8,5 miljoen Nederlanders ruim 200 miljoen recreatieve fietstochten en 1 miljoen fietsvakanties. De omstandigheden daarvoor zijn in ons land, in de basis, ideaal: veel afwisseling, vlak en een grote dichtheid van paden en wegen. Aanvullende voorzieningen zoals routes, routenetwerken en attractieve afstappunten (horeca) geven een extra impuls. Recreatieve fietsvoorzieningen verdienen vanwege hun maatschappelijk belang dan ook ruim aandacht. Ze dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en stimuleren het fietsgebruik, wat weer goed is voor de ge­zondheid en het milieu. Recreatieve fietsers geven daarbij een forse impuls aan de regionale economie: jaarlijks brengen ze zo’n 750 miljoen euro in het laatje, alleen al aan bestedingen onderweg.
 

Recreatief fietsverkeer is volgens ons, het Fietsplatform en coördinatiepunt voor het recreatieve fietsen, soms té vanzelfsprekend. De focus in beleid ligt vaak op verbindingen in de stad en tussen kernen, terwijl recreatieve aandachtspunten, zoals fysieke en visuele barrières en het onderhoud van paden, wegen en bewegwijzering, vaak over het hoofd worden gezien. Vaak simpelweg omdat er een andere afdeling over gaat en samenwerking juist geen vanzelfsprekendheid is. Het is zaak te blijven investeren in een integrale aanpak van fietsvoorzieningen. Een hoog rendement is verzekerd!’


Mariëlle Schipperen (foto) en Gerard van der Zanden, gezondheidsinstituut NIGZ   

Fietsen is een sectorbreed medicijn

‘Fietsen is goed voor de gezondheid, toch besteedt de zorgsector daar niet vanzelfsprekend aandacht aan. De zorg erkent een toename van chronische ziekten, veroorzaakt door een inactieve leefstijl. Dit leidde in de eerstelijnszorg tot doelgroepgerichte leefstijlinterventies, zoals ‘Big Move’ of de ‘Beweegkuur’. Hiermee worden groepen bereikt die baat hebben bij een actieve leefstijl. Fietsen is een laagdrempelige manier om meer actief te zijn.

Dat geldt met name voor mensen met een lagere sociaal-economische positie. Juist zij hebben baat bij meer beweging, terwijl voor hen de drempel om naar de sportschool te gaan vaak te hoog is. Zorgverleners wijzen hun patiënten soms op de mogelijkheid om meer de fiets te pakken, maar dat kan nog veel breder worden benut. Hier ligt een kans voor samenwerking met mobiliteit, sport en welzijn. Sluit voor een lokaal fietsstimuleringsproject aan bij de cultuur in de eerstelijn. Niet alles wat gezond is, komt aan bod in een consult van 10 minuten. Misschien loopt er al iets waarbij kan worden aangesloten? En biedt dat zorgverleners verwijsmogelijkheden aan. Zijn er op wijkniveau voldoende fietsactiviteiten? En zijn die toegankelijk voor deelnemers met een minder goede lichamelijke gesteldheid?

Kortom, fietsen is een duurzame invalshoek waarbij diverse sectoren elkaar kunnen versterken!’


André Lodder, adviseur Woonactief en projectleider Wielwijk Fietst!

Fietsproject geeft een duwtje
‘Nederland is bij uitstek fietsland. Met een duwtje in de rug mag je het op 4-jarige leeftijd zonder zijwieltjes al zelf proberen. Toch blijkt uit onderzoek dat 3 op de 10 inwoners van het Dordtse Wielwijk nooit op de fietst stapt, waarbij het aantal wijkbewoners met ‘roots’ in andere culturen dat nooit een fiets pakt, nog hoger ligt: 5 op de 10. Degenen die wel fietsen, doen dit ook nog eens meer dan gemiddeld, op niet passende of brakke fietsen. Europees geld (www.icma-mobilife.eu) maakt het mogelijk om, onder de noemer ‘Wielwijk Fietst!’, breed te investeren in fietsgerichte activiteiten. Met name voor vrouwen uit andere culturen blijkt (het leren) fietsen, een uitkomst. Het verruimt hun mogelijkheden om alleen, of met hun kinderen allerlei voorzieningen te bezoeken, binnen een straal van 3 tot 4 kilometer. De fiets versterkt daarmee hun sociaal-economische positie.

Ondertussen krijgen alle groepen op het basisonderwijs verkeers- en fietsvaardigheidslessen. Eén school in de wijk durft het al weer aan om met de kinderen fietsend activiteiten te bezoeken. Ook merken leerkrachten dat kinderen en ouders elkaar aanspreken op de kwaliteit van de fietsen. Het project geeft, zo blijkt, een duwtje. Daarna kunnen ze het zelf. Net als bij leren fietsen.’

Zie ook www.wielwijk.nl/wielwijkfietst!


Inhoud laatste dossier

Toegankelijkheid

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.