De economische kracht van de voetganger

maandag 28 april 2014 304x gelezen

Egbert Kalle, directeur SOAB Adviseurs Woning  en Leefomgeving:
‘Aandacht voor zwakkere verkeersdeelnemers een open deur ? Nee. Vaak lukt het niet eens om aan elementaire eisen van toegankelijkheid van de looproute te voldoen’

Foto: ANWB/AVD

Foto: ANWB/AVD

Onze binnensteden zijn verwikkeld in een hevige concurrentiestrijd om de bezoeker. In die strijd gaat het vooral om de fysieke aantrekkingskracht op de bezoeker. Daarbij verliezen onze binnensteden steeds meer grip op die fysieke aanwezigheid van de bezoeker. De leegstand loopt op, het aantal tijdelijke vestigingen groeit en de parkeerrecettes dalen.

Gemeenten pogen het verloren terrein terug te winnen door parkeerkosten te verlagen of parkeermogelijkheden te vergroten. De recente KpVV-brochure Vervoer naar Retail beschrijft verschillende mythes die duidelijk maken dat parkeren of zelfs maar een vergroten van autobereikbaarheid niet de basis voor een omslag naar een succesvolle concurrentieslag vormt. De belangrijkste reden dat mensen ergens komen, is omdat ze er willen zijn. De bezoeker van een winkelgebied is pas economisch belangrijk als hij zich als voetganger in die ruimte beweegt. Welke opgave ligt er nog voor de planoloog en de verkeerskundige om de economische potentie van de voetganger beter te benutten?

In de eerste plaats is bereikbaarheid een punt. Uit SOAB-onderzoek naar de vervoerwijzekeuze naar supermarkten bleek dat een groot aandeel van de verplaatsingen te voet of met de fiets werd uitgevoerd. Afstand of liever gezegd nabijheid is daarbij een belangrijk criterium. Omgekeerd kun je ook zeggen dat als je eenmaal in de auto zit, afstand onbelangrijker wordt en de keuze voor een verderop liggend winkelgebied dan gemakkelijker is. Zeker voor de supermarkten in de buurtcentra en het stadscentrum komt zo’n 75 procent van de omzet van voetgangers en fietsers. De concurrentiekracht van buurt en wijkcentra ligt dan ook vooral in het uitbuiten van de nabijheid: dat betekent veilige en goed onderhouden fiets- en looproutes, die bovendien prettig zijn en afwisseling bieden. Uiteraard met aandacht voor zwakkere verkeersdeelnemers, mensen met een beperking, ouderen, maar ook voor mensen met een kinderwagen.

Een open deur denkt u? Nee: vaak lukt het niet eens om aan elementaire eisen van toegankelijkheid, onderhoud en uitstraling van de looproute te voldoen. Een looproute hoort schoon en goed onderhouden te zijn, zonder losliggende of opgedrukte tegels, zonder grote plassen bij een regenbui, en ook niet glad bij sneeuw of ijzel. Een route moet bovendien direct zijn en kruispunten moeten veilig zijn zonder al te lange wachttijden bij de VRI.

Die eisen gelden in nog sterker mate in het winkelgebied zelf, omdat ze daar medebepalend zijn voor de verblijfskwaliteit. Het is opmerkelijk, dat in veel winkelcentra eigenaar en retailers zich nauwelijks bezighouden met de openbare ruimte, die - hoewel beheerd door en in eigendom van de gemeente - hun winkels verbindt en daarmee mede bepalend is voor de aantrekkingskracht op het winkelend publiek. Samenwerking tussen de verschillende stakeholders in de openbare ruimte kan aan de basis liggen van een versterking van de economische kracht van een centrum. Een proces van gezamenlijke visievorming, opstellen van een plan van aanpak en ook gezamenlijke ondersteuning van de uitvoering kan oplossingen brengen, die de individuele stakeholder alleen niet zou kunnen bereiken.

Placemaking, overgewaaid uit de grote Amerikaanse steden, is een manier om een dergelijk proces in gang te zetten en stakeholders gezamenlijk over mogelijkheden en verantwoordelijkheden te laten nadenken. Doel van die gezamenlijke benadering is een beter en vooral breder beeld te krijgen van de openbare ruimte en de kansen die die biedt. Placemaking kiest dan ook bewust voor de confrontatie met de gebruiker van de ruimte: de klant. Met Placemaking proberen we zo de verblijfskwaliteit voor de gebruiker te verhogen en de economische waarde voor de retailer te vergroten. Maar welke vorm voor dat proces ook gekozen wordt: de erkenning, dat er sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van retailers, eigenaar en (lokale) overheid is noodzakelijk. In steeds meer situaties leidt die gezamenlijke verantwoordelijkheid tot andere eigendomsvormen: van overdracht van openbare ruimte in het winkelcentrum aan de belegger tot het bieden van een servicepakket binnen de huurvoorwaarden.

Het probleem van bovenstaande oplossingen is, dat ze een investering vergen met een onzeker rendement. Verschillende mogelijkheden om de zekerheden te vergroten dienen zich aan:

  • Door een beter en efficiënter gebruik van de openbare ruimte bij de winkels kan de retailer als het ware zijn winkelruimte voor en achter de pui benutten: er gaat dus een opbrengstverhogende werking uit van zo’n aanpak.

  • De lokale overheid bespaart op beheerkosten en de eigenaar kan samen met de retailers op basis van eigen prioriteiten en mogelijkheden een efficiënter en daarmee goedkoper beheer uitvoeren.

  • Door als winkelgebied langzaam verkeer meer aandacht te geven kan de druk op de parkeervoorzieningen afnemen. Ook daar liggen (toekomstige) besparingen. 

Investeren in voetgangers- en fietsbeleid draagt bij aan een versterking van de economie. Nabijheid van de consument vraagt om goede, veilige en prettige verbindingen. De verbetering van de omgeving trekt meer mensen aan en biedt nieuwe kansen om ook wonen boven winkels nieuw leven in te blazen, waardoor het aantal consumenten in die nabijheid alleen maar toeneemt. Placemaking kan als proces bij zo’n kwaliteitsslag een goede handvat bieden.

Inhoud laatste dossier

De verkeerskundige

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Wegontwerp

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.