De ‘Dutch approach’ maakt naam in Europa

‘Overzicht houden op wat er gebeurt en beseffen dat ‘Europa’ de grote lijnen bepaalt’

donderdag 21 december 2017 Nettie Bakker 101x gelezen

‘We hebben de neiging om allerlei projecten en demo’s te organiseren in de transitiefase naar automatisch rijden, maar we moeten wel de focus houden op waar we in Europa naar toe willen en wat we daarvoor nodig hebben. Zaak dus om overzicht en richting te houden en dit steeds in lijn brengen met Europese ontwikkelingen’, zo vat Serge van Dam, topadviseur verkeersmanagement voor Rijkswaterstaat dé uitdaging van nationaal verkeersmanagement samen, evenals de noodzaak van ‘invloed gebruiken’ binnen Europa.    

Serge van Dam, topadviseur verkeersmanagement voor Rijkswaterstaat

Serge van Dam, topadviseur verkeersmanagement voor Rijkswaterstaat

Van Dam: ‘De perceptie is vaak dat verkeersmanagement staat voor ‘het sturen van verkeerstromen door het informeren van weggebruikers’. Voor dat laatste werken we als wegbeheerders steeds intensiever samen met private serviceproviders. Maar voor ons zijn incident management, het (om)leiden van het verkeer tijdens werkzaamheden, gladheidsbestrijding en objectbediening ook essentiële onderdelen van verkeersmanagement. Met andere wegbeheerders werken we overkoepelend samen aan netwerkoptimalisatie. Dit laatste lijkt een klein deel van verkeersmanagement, maar wint aan belang en legt de basis voor een goed functionerend netwerk.’

 

Socrates2.0

Naast verschillende nationale samenwerkingsverbanden onderhoudt Rijkswaterstaat ook Europees de nodige contacten. Van Dam: ‘In het kader van het CEF-project Socrates2.0 trekken we nu samen op met private serviceproviders om individuele en collectieve informatie binnen een netwerk op elkaar af te stemmen. Dat doen we binnen de PraktijkProef Amsterdam (PPA) en onderzoeken zo samen het optimum voor het individu en het netwerk.

 

CHARM

Ondertussen schalen we onze verkeerscentrales op naar een nieuw landelijk, en verdergaand gedigitaliseerd verkeersmanagementsysteem, dat we in het kader van het project CHARM (Common Highways Agency Rijkswaterstaat Modeling) samen met de Britten hebben ontwikkeld en aanbesteed. Dit systeem biedt de basis voor verdere ontwikkeling van ons verkeersmanagement. Daar hoort bij dat we de inhoud, in de vorm regelscenario’s (nu nog vaak in losse pdf’s) zodanig digitaliseren dat ze ‘machine readable’ zijn.’ 

 

Dutch approach

‘Wil je als Nederland daadwerkelijk invloed hebben in Europa, dan moet je wel voorop lopen, agenda-settend zijn en vooral actief zijn en blijven.’ Zo galmt in Europa al de term ‘Dutch approach’, weet Van Dam. ‘Deze term staat voor ‘aanpakken, samenwerken en pragmatisch handelen’. Het helpt enorm om in Europa goed ‘op de kaart’ staan, zeker als klein land, zonder echte automotive-industrie. We moeten het dus echt hebben van goede relaties en in de juiste verbanden aan tafel zitten.’

 

The Declaration of Amsterdam

Een voorbeeld is het Nederlandse initiatief van ‘the Declaration of Amsterdam’ zo’n anderhalf jaar geleden tijdens de EU-top in Nederland. Op de agenda van deze halfjaarlijkse ‘high level meeting’ die daaruit voort kwam en waarvan de eerste in februari 2017 in Amsterdam plaatsvond, staat de ontwikkeling van connected en automated driving’. We hebben heel wat landen gemobiliseerd om tot deze Declaration te komen. Wat toentertijd ook indruk maakte was de finish van een Europese Truckplatooning Challenge in Nederland tijdens dezelfde top. Je steekt er veel energie in, en het levert ook veel publiciteit op, maar het verstevigt vooral je positie binnen Europa. Een volgend moment is bijvoorbeeld het ITS-Europe congres dat in 2019 in Helmond en Eindhoven wordt gehouden.’

 

Grand

Ook noemt Van Dam, het Nederlandse initiatief van de Grand Cooperative Driving Challenge die vorig jaar in Helmond werd gehouden waarbij tien Europese teams streden om winnaar te worden in verschillende ‘zelfrijdende’ verkeerssituaties, waarbij de G van Grand, wat hem betreft nog wel wat groter mag worden. Naast deze (nieuwe) initiatieven voert Nederland samen met Oostenrijk het voorzitterschap van twee werkgroepen van CEDR (conference of european directors of roads). ‘Dat is vooral een club van nationale wegbeheerders, waar we met elkaar kennis uitwisselen en onderzoeksprojecten doen.’ 

 

Smart Mobility Community for Standards and Practices

Maar hoe ogenschijnlijk, overzichtelijk ook, we kunnen als Nederland nóg slimmer met elkaar in Europa optrekken’, vindt Van Dam. ‘Met de ITS-tafels van DITCM, die intussen zijn overgegaan in de ‘Smart Mobility Community for Standards and Practices’ is al een goede start gemaakt om met elkaar tot definities van ons nationaal belang te komen. Dat is belangrijk, zeker nu het platform ‘C-roads’, waar we ook aan deelnemen, ‘gewichtiger’ wordt.

 

C-roads

Oorspronkelijk stemde C-roads vooral de Europese C-ITS projecten af, maar nu is het door de Europese Commissie benoemd tot hét platform voor toepassing van standaarden voor C-ITS. Dan zit je weliswaar prominent aan tafel, maar het betekent soms ook dat je nationaal zaken weer anders moet organiseren, vooral als je in eigen land al voorsorteert op standaarden.’   

 

Vereniging

‘Kortom, wat we als land beter nog kunnen doen is samen bepalen wat we willen bereiken en begrijpen dat Europa een soort vereniging is waar je steeds medestanders moet organiseren. Anders gezegd: we moeten met elkaar overzicht houden op wat er nationaal gebeurt, bedenken wat we met onze invloed willen en beseffen dat op Europees niveau uiteindelijk de grote lijnen worden bepaald.’ 

 

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.