Continu verkeerslawaai is schadelijker dan incidentele geluidspieken

donderdag 13 september 2018 Nettie Bakker 89x gelezen

Geluidshinder leidt meestal niet direct tot sterfte, maar mensen leveren er gezonde levensjaren door in. Ook leidt continu verkeersgeluid tot ernstiger hinder dan incidentele piekbelastingen. Gaandeweg wordt meer duidelijk over de effecten van geluid en geluidsmaatregelen op mensen. Sabine Janssen doet verslag. Zij richt zich als senior wetenschappelijk medewerker bij het RIVM vooral op geluid. Eerder werkte zij voor TNO, ook op het thema geluid.
Sabine Janssen, senior wetenschappelijk medewerker van het Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid van het RIVM.

Sabine Janssen, senior wetenschappelijk medewerker van het Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid van het RIVM.

Hoe erg is verkeerslawaai?  
Janssen: “De WHO, World Health Organization, heeft een ziektelastschatting gemaakt van verkeersgeluid en komt tot minimaal een miljoen verloren gezonde levensjaren in West-Europa. Geluidshinder betekent dat je wordt afgeleid, verstoord of geërgerd door geluid en weer extra energie nodig hebt om geconcentreerd te raken. Bij sommige mensen kan dit zelfs zoveel stress opleveren dat het bijdraagt aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Overigens is het aantal decibellen niet de enige graadmeter voor geluidshinder”, benadrukt Janssen. “Dat horen we bijvoorbeeld van mensen die bij een snelweg wonen.

Sommigen zeggen: ‘ik hoor het niet meer en wordt er niet wakker van’. TNO-onderzoek bevestigt weliswaar dat mensen van snelweggeluid niet altijd wakker worden, maar zij blijken er wel onrustiger door te slapen. Ook voelen zij zich in de ochtend minder uitgerust dan mensen die in een rustige omgeving slapen.” 

“Wat we ook weten”, vertelt Janssen, “is dat wegverkeersgeluid naast burenlawaai een van de meest voorkomende bronnen van geluidshinder is en een wijdverbreider effect heeft op mensen dan vliegtuig- of spoorgeluid. Wel zorgt vliegtuiglawaai bij hetzelfde jaargemiddelde geluidniveau voor meer geluidshinder dan wegverkeersgeluid, terwijl spoorgeluid tot ongeveer evenveel of iets minder geluidshinder leidt.” 

Naast de decibellen en de aard van het geluid, heeft geluidshinder ook te maken met de betekenis van geluid. “In een park of in de vrije natuur verwacht je vogelgeluiden, ruisende bomen of het geluid van een stromend beekje. Over het algemeen ervaren mensen deze ‘natuurlijke’ geluiden als minder hinderlijk dan die van gemotoriseerd geluid. Anderzijds verwacht je in een drukke straat ook meer geluid dan in een park.” 

Naar de effecten van geluidsmaatregelen op geluidshinder is nog weinig onderzoek gedaan, zegt Janssen. “We kunnen wel de decibelreductie meten, maar dat geeft geen inzicht in de ervaren hinder. Zo kan gevelisolatie significant minder geluidshinder in de woning opleveren, maar wat betekent het voor mensen als ze daardoor geen raam meer open kunnen zetten of niet meer in de tuin kunnen zitten? En hoe ernstig is de hinder van een geluidsscherm? Daar weten we nog te weinig van.” 

Schrikken 
“Opvallend is ook”, vervolgt Janssen, “dat als je mensen vraagt naar verkeershinder, ze dan vaak voorbeelden noemen die heel kort extra geluidshinder opleveren, zoals bromfietsen of een piepende tram. Mogelijk betreft het geluiden die mensen doen schrikken, dan wel ongewenst en onverwacht de aandacht afleiden. Voor de langetermijneffecten is belangrijker hoe vaak mensen verstoord worden en hoeveel rust er tussen de geluiden zit. Zo vonden we dat mensen bij het meer continue geluid van de snelweg onrustiger sliepen dan wanneer er af en toe een auto of trein voorbijkwam.” 


Het is belangrijk dat verkeerskundigen kennis hebben van verkeerslawaai, zegt Janssen. “De vraag is of mensen bij grote infrastructuurprojecten en omleidingen wel voldoende worden beschermd tegen geluid. Geluidskennis is te verkrijgen bij kennisinstituten, zoals het RIVM of de GGD-en, maar vaak ook dichtbij, bij de gemeentelijke afdelingen milieu of volksgezondheid.” Dat brengt Janssen op een pleidooi voor betere samenwerking binnen gemeenten. “Ook op het gebied van geluid kan dat echt helpen.” De Omgevingswet zal hier een extra aanzet toe geven, verwacht ze. 

 

Verrassen 
Onderzoek naar geluidseffecten en geluidshinder blijft verrassen, weet  Janssen. Zij refereert daarbij aan het Europese CITYHUSH-onderzoek waarbij ze vanuit TNO betrokken was: ”Het onderzoeksdoel was: hoe maken we de stad stiller? Wij hebben specifiek gekeken naar de invloed van stille(re) gebieden in de stad en hebben de fysieke effecten en belevingen gemeten van mensen in parken. In alle gevallen bleken mensen rustiger te worden en beter gestemd in de parken dan vooraf. Dit onderzoek toont het belang aan van stille gebieden in steden. Bovendien zullen mensen die dit als prettig ervaren er ook vaker naar toe gaan. Zo kun je met stiltezones indirect gezondheid stimuleren.” 
 

Onderzoeken 
Klik hier voor het CITYHUSH-project. 
Klik hier voor het TNO-rapport Acoustically Green Road Vehicles and City Areas  
Klik hier voor het TNO-rapport Acoustically Green Road Vehicles and City Areas Update 

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.