Column: Mobiliteitsmanagement is geen rocket science

woensdag 18 april 2012 177x gelezen

Tim Wille, mobiliteitsmakelaar

Tim Wille, mobiliteitsmakelaar

Tim Wille, mobiliteitsmakelaar

Even voorstellen. Ik ben Tim Wille van beroep mobiliteitsmakelaar, een relatief nieuw beroep. Het gaat over mobiliteit binnen de vervoersmarkt; niet te verwarren met de arbeidsmarkt. Vraag en aanbod bij elkaar brengen en daarbij adviseren.

 

De aandacht voor mobiliteit neemt de afgelopen jaren enorm toe. Niet zo gek, want een te grote vraag en te beperkt aanbod leiden zo nu en dan tot gigantische overbelasting. De economische schade die daarbij optreedt is groot. En zeker zo belangrijk is de ergernis, frustratie en stress die ermee gepaard gaan. Na het weer is verkeer dan ook het tweede gespreksonderwerp van de dag.

 

Maar gaat er nu ook wat veranderen? De overheid onder leiding van minister Eurlings investeert stevig in mobiliteit. Je kunt geen snelweg opdraaien of je wordt geconfronteerd met werk aan de weg. En ik moet zeggen: waar je vroeger wekenlang borden zag en je jezelf afvroeg wanneer er dan in vredesnaam werd gewerkt, zie je vandaag de dag ook daadwerkelijk activiteiten; op de meest vreemde momenten en overal. De infrastructuur van alle belangrijke corridors wordt gelijktijdig aangepakt. Sommige snelwegen, waaronder de A2 tussen Utrecht en Amsterdam, worden nu ongeveer net zo breed als lang. Prachtig, maar wat mogen we hiervan verwachten? Eurlings zelf roept in ieder geval al dat hij níet in staat is om voldoende asfalt te leggen om de vraag van het drukste moment op te vangen. Files blijven dus bestaan!

 

Naast geld voor infrastructuur heeft Eurlings dan ook budget vrijgemaakt om te stimuleren dat alles wat er in Nederland beschikbaar is aan infrastructuur en openbaar vervoer, zo efficiënt en slim mogelijk wordt gebruikt. Voorwaarde voor succes is daarbij wel dat hierin de overheid en het bedrijfsleven samen optrekken. Dit proces om te komen tot ‘optimale benutting’, wordt gevat onder de noemer ‘mobiliteitsmanagement’. Wellicht dat de combinatie van betere infrastructuur, uitbreiding van openbaar vervoer en het beter en slimmer benutten van wat er is, ons wel gaat helpen om uit de file-ellende te komen.

 

Dat Eurlings budgetten heeft vrijgemaakt, betekent ook dat er nieuwe impulsen worden gegeven aan een ‘slapende’ mobiliteitsmanagementmarkt en dat er nieuwe beroepsgroepen worden geboren, zoals de mobiliteitsmakelaar. Deze richt zich op werkgevers en wil hen enthousiasmeren om samen het reisgedrag van medewerkers te analyseren en daar waar mogelijk te beïnvloeden. Het is dus absoluut geen rocket science, maar het gaat simpelweg om: slim toepassen, anticiperen, creatief te werk gaan, stimuleren en soms iets afdwingen.

 

Wat maakt het dan in de praktijk toch vaak nog lastig en weerbarstig?

Om te beginnen zijn er drie betrokken partijen – de overheid, werkgevers en werknemers – met hun eigen belangen en doelen, die soms wel, maar vaak ook niet met elkaar verenigbaar zijn. De meest kritische succesfactor van deze drie is de mobilist, de werknemer. Overheid en werkgever kunnen van alles willen maar als de mobilist niet verandert, is er geen succes!

 

Het veranderen van deze mobilist, begint bij de werkgevers. Zij zijn in staat om noodzakelijke voorwaarden te scheppen voor hun medewerkers om anders met mobiliteit om te gaan. De traditionele vervoersregelingen en -faciliteiten volstaan niet meer. Maar, veranderende kostenverantwoordelijkheid, aandacht voor duurzaamheid, het ‘nieuwe werken’, de wens tot meer flexibiliteit in vervoer, het is al met al een hele worsteling voor veel werkgevers. Bovendien zijn de oude, traditionele regelingen vaak OR-bolwerken, dan wel verworven rechten waar werkgevers zich veelal liever niet aan branden.

 

Tegelijkertijd zijn het juist deze ontwikkelingen die grote kansen bieden. Met het ‘nieuwe werken’ kunnen werkgevers geweldig besparen op huisvestingskosten, stijgt de arbeidsproductiviteit en hoeven medewerkers niet meer zo vaak op pad. Dus lagere vervoerskosten. Als medewerkers bovendien vaker met het ov reizen, zijn ze duurzamer mobiel, goedkoper onderweg en kunnen ze tijdens hun reis nog werken ook. De winstpunten voor werkgevers zijn evident en daarom gaan zij nu toch met mobiliteitsmanagement aan de slag.

 

Maar dan? Hoe haakt de werknemer hierop aan? Die heeft zijn eigen argumenten en drijfveren. Wat te doen?
De werknemer blijkt in ieder geval financieel te stimuleren tot ander gedrag, zo tonen ons de succesvolle beloningsproeven in het afgelopen jaar. Daarnaast moeten alternatieven niet alleen bijdragen in efficiency en gemak, maar ook voldoen aan identiteit en imago. De jongste generaties staan al meer open voor ov vanuit hun wil om bij te dragen aan duurzaamheid en hechten minder waarde aan bijvoorbeeld een eigen vaste werkplek en een auto, omdat dit voor hen minder ego-bevredigend is. Zelfstandig en plaats- en tijdsonafhankelijk werken is pas belangrijk. Dat geeft status.

 

De toekomst zit dus wel gebakken. Maar hoe bereiken we de actuele groep mobilisten op de relatief korte termijn? Neem de afgelopen periode. Ondanks zeer slechte voorspellingen, stappen we gewoon nog steeds massaal in de auto en het ov en belanden of stranden zelfs, in uitzichtloze files. Sterker nog, ook de reguliere, dagelijkse filemeldingen weerhouden velen van ons niet om van huis te vertrekken om vervolgens bewust in de file aan te sluiten.

 

Hebben we dan echt geen keuze? Of eist de klant of de werkgever dit van ons?

Ik geloof het niet, want is er niet altijd een keuze?

De sleutel zit bij onszelf. Het werkt alleen maar als wij bereid zijn om na te denken, serieus af te wegen en structureel, dan wel incidenteel andere keuzes te maken. Dus, niet meer klakkeloos vanuit je bed in de auto en in de spitstijden reizen. We moeten geconditioneerd gedrag doorbreken. Daarmee is mobiliteitsmanagement ook voer voor marketeers en communicatiespecialisten.

 

Kortom, het moet een mooie mix zijn van belonen van gewenst gedrag, bieden van echt voordeel, goede alternatieven en een zachte dwingende hand. Immers, uiteindelijk mag iedereen reizen zoals hij of zij dat wenst. Want dat is Nederland.

Inhoud laatste dossier

Fiets

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Fiets

Artikelen 1 tot 5 van 77

1 2 3 4 5 6

  • Houten is verkeersveilig Verkeerskunde volgt in 2019 verkeerskundigen die in hun gemeente werk maken van verkeersveiligheid. Deze keer: Liselot Meijer, beleidsmedewerker Ruimtelijke...
  • “Ik zie de relatie stemgedrag en mobiliteit” Bouw je woningen en industrie verspreidt over de dorpen, zoals de katholieke kerk dat in Brabant propageerde, dan zal het aandeel fiets en OV beperkt blijven. Maar wordt er een...
  • Hej Umeå, groeten uit Zweden Licht verblind door een scherpe zon stap ik mijn hotel uit. Ik proef de herfst. Hoewel het najaar zich net meldt, valt hier binnenkort al de eerste sneeuw, staat de zon hooguit...
  • Combi fiets+ov kan sterker Nederlanders gebruiken op bijna de helft van hun treinreizen de fiets om van en naar het station te reizen, maar er is nog maar weinig inzicht in de factoren die de vraag naar...
  • Nog een lange weg te gaan Na mijn kritische blog over Duurzaam Veilig 3.0 ( VK 2/2018 ) kreeg ik een prachtige kans te laten zien hoe je de voetganger en fietser wél een volwaardige plek kan geven in de...

Artikelen 1 tot 5 van 77

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.