Nederlander reist niet méér, maar minder per auto

maandag 11 december 2017 Arie Bleijenberg, Huib van Essen en Bert van Wee 0 reacties 395x gelezen

Het aantal kilometers dat de Nederlander gemiddeld in de auto reist, daalt al meer dan tien jaar. Dit is een trendbreuk met de decennia voor 2005. Deze verandering lijkt niet mee te wegen in de prognoses die het rijk hanteert bij beslissingen over de aanleg van meer wegen. Het is waarschijnlijk dat de groei van het autoverkeer daarom lager uitkomt dan nu wordt voorspeld, wat belangrijke gevolgen kan hebben voor de nut en noodzaak van nieuwe weguitbreidingen.
Ir. Arie Bleijenberg (auteur van het boek ‘Nieuwe mobiliteit’), schreef deze blog samen met 
Ir. Huib van Essen (CE Delft) en Prof. Dr. Bert van Wee (TU Delft)

Ir. Arie Bleijenberg (auteur van het boek ‘Nieuwe mobiliteit’), schreef deze blog samen met Ir. Huib van Essen (CE Delft) en Prof. Dr. Bert van Wee (TU Delft)

In 2016 heeft de Nederlander gemiddeld weer iets minder kilometers in de auto afgelegd dan het jaar daarvoor. Dit blijkt uit recent door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gepubliceerde cijfers. Sinds 2005 is het aantal per inwoner gereisde kilometers in een auto met bijna 5% gedaald. Zowel voor als na de economische crisis van 2008 zijn er jaren met een kleine afname geweest. Dit is een opvallende trendbreuk met de 60 jaar hiervoor. Sinds 1950 is het gebruik van de auto bijna 20 keer zo groot geworden. Tot 1970 kenden de meeste jaren een groei van meer dan 10%. Daarna vlakte de groei af en tussen 1990 en 2005 bedroeg die nog maar 0,5% per jaar. Nu is er dus sprake van een lichte afname.

 

Deze afname in het autogebruik heeft drie oorzaken. De gemiddelde snelheid van de auto neemt al sinds 1995 niet meer toe en blijft stabiel rond de 45 km per uur. Hierdoor rijdt men per uur in de auto niet meer steeds grotere afstanden. Tweede verklaring voor de lichte daling van de automobiliteit per inwoner is dat de verstedelijking toeneemt. De meer dan 3 miljoen inwoners van de meest verstedelijkte gemeenten leggen gemiddeld 40% minder kilometers in een auto af, dan de andere Nederlanders. En ten derde gaat de sterke groei van het vliegverkeer een beetje ten koste van de tijd die we autorijden. Nu al leggen Nederlanders gemiddeld 25% van hun totale mobiliteit af in een vliegtuig en dit aandeel groeit verder. Deze drie ontwikkelingen zetten door en daarom is te verwachten dat het aantal kilometers dat de Nederlander gemiddeld in de auto aflegt stabiliseert of licht daalt de komende decennia. Het verbaast ons dan ook dat de prognoses die de rijksoverheid hanteert, uitgaan van 10% groei in de komende 15 jaar. Voor dergelijke groeipercentages in het autogebruik per inwoner moeten we terug tot voor 1990. Wij zien geen aannemelijke redenen waarom dit zal gebeuren.

 

De hiervoor besproken cijfers gaan over de gemiddelde automobiliteit per Nederlander, als autobestuurder en passagier samen. Dit is niet hetzelfde als de ontwikkeling van het autoverkeer in Nederland. Het aantal autokilometers is met 7% gegroeid sinds 2005. Dat we minder kilometers in een auto zitten en dat tegelijkertijd toch het autoverkeer groeit, heeft twee oorzaken. De bevolking is nog wel wat gegroeid en het aantal mensen dat gemiddeld in een auto zit is afgenomen. De daling van de bezettingsgraad is het belangrijkst. Het afgelopen decennium is de bezettingsgraad gedaald van 1,5 naar 1,4. In de prognoses van de rijksoverheid voor de groei van het autoverkeer wordt uitgegaan van een verdere daling van de bezettingsgraad naar 1,3 in 2030. Als dit echter niet gebeurt komt het volume autoverkeer bijna 8% lager uit dan nu wordt voorspeld. Wij vragen ons af of deze verdere daling van de bezettingsgraad een realistische verwachting is. Gaat de deelauto de bezettingsgraad niet juist verhogen? Mogelijk vooral in combinatie met verdere verstedelijking? Gaat het klimaatbeleid van het nieuwe kabinet invloed hebben op de toekomstige bezettingsgraad van de auto?

 

We plaatsen, kortom, twee belangrijke vraagtekens bij de laatste prognoses voor de groei van het autoverkeer. Zowel de stabilisatie van de automobiliteit per inwoner, als onze twijfel over de verdere daling van de bezettingsgraad, leiden tot een lagere groeiverwachting. Opvallend is dat de lage variant van de prognoses voor het autoverkeer die het rijk heeft opgesteld, precies in lijn ligt met de trend van de afgelopen 10 jaar, terwijl de hoge variant een trendbreuk naar sterkere groei veronderstelt. De lage prognose van het rijk lijkt ons om genoemde redenen een beter uitgangspunt voor het beleid, dan de hoge prognose die nu leidend lijkt te zijn.

 

De werkelijkheid kan overigens ook onder de lage prognose uitkomen. Als de daling van het autogebruik per inwoner van de afgelopen 10 jaar doorzet en als de uitgangpunten uit de lage prognose voor de bevolkingsomvang en bezettingsgraad uitkomen, dan groeit het autoverkeer niet verder. Dit is een flink verschil met de twee prognoses van de rijksoverheid die op 10 tot 30% groei van het autoverkeer tot 2030 uitkomen. Omdat nog onvoldoende wordt beseft dat we middenin een transitie van onze mobiliteit zitten bestaat de neiging om op de oude voet door te gaan. Het is echter niet waarschijnlijk dat we teruggaan naar groeicijfers van twee decennia geleden. In deze situatie waar oude denkkaders nog sterk aanwezig zijn, is het belangrijk de feitelijke ontwikkelingen op de voet te volgen en er bij grote investeringen in weguitbreiding rekening mee te houden dat de groei van het autoverkeer onder de huidige prognoses kan blijven.

 

Ir. Arie Bleijenberg (auteur van het boek ‘Nieuwe mobiliteit’)

Ir. Huib van Essen (CE Delft)

Prof. Dr. Bert van Wee (TU Delft)

 

 

 

 

 

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Meer blogs

Artikelen 76 tot 100 van 215

1 2 3 4 5 6

Artikelen 76 tot 100 van 215

1 2 3 4 5 6

Meer...

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.