Handhaven van (tijdelijke) parkeerverboden met en zonder verkeersbesluit

donderdag 21 maart 2019 Herbert Korbee en Peter Veringmeier 0 reacties 330x gelezen

Geen verkeersbesluit onder een parkeerverbod? Dan geen parkeerboete. Deze opvallende uitspraak deed het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 november 2018. Naar aanleiding hiervan hebben wij bij diverse gemeenten navraag gedaan hoe hiermee handhavend wordt omgegaan. En wat blijkt: er is hierin geen eenduidig beleid.

De uitspraak

In de genoemde uitspraak verwijst het Hof nog eens naar vaste jurisprudentie dat het niet ter beoordeling van de weggebruiker is of een verkeersteken overeenkomstig de voorschriften terecht is geplaatst. Het belang van de verkeersveiligheid staat een dergelijke toetsing in de weg (Hoge Raad 4 december 1984, gepubliceerd in Verkeersrecht 1985/39).

 

In de toelichting op het gele strepenarrest van de Hoge Raad 10 juni 1986 staat in Verkeersrecht 1986/141 vermeld: Nu valt op het voorgaande wel wat af te dingen. Het ging in casu immers niet om een verkeersteken dat was aangebracht met het oog op de verkeersveiligheid. Bij parkeerverboden is de verkeersveiligheid relatief zelden in het geding. Parkeerverboden worden immers doorgaans ingesteld om de doorstroming van het verkeer te bevorderen of om andere belangen te behartigen. Daarom dringt zich juist bij parkeerverboden des te sterker de vraag op of de weggebruiker zich ook moet houden aan een onbevoegd aangebracht (parkeer)verbod. Het niet naleven van een parkeerverbod zal immers zelden tot een verkeersgevaarlijke situatie leiden.

 

Het belang van rechtszekerheid en de beginselen van een rechtsstaat mogen echter niet verder ter zijde worden gesteld dan strikt noodzakelijk is. Bovendien werkt het in stand houden van verkeerstekens, waarvan bekend is dat zij zijn geplaatst in strijd met de daarvoor geldende voorschriften, nadelig op de bereidheid van de weggebruiker verkeerstekens na te leven en daarmee op de verkeersveiligheid!

 

Naar aanleiding van de uitspraak kan de weggebruiker de rechtmatigheid van verkeerstekens dus niet betwisten, maar wel of hem voor die gedraging een sanctie kan worden opgelegd. En daarvoor dient er onderzocht te worden of het verkeersbesluit ten tijde van overtreding rechtskracht had.

 

Het oordeel van het gerechtshof komt erop neer dat als een betrokkene een ‘gedraging’ verricht in strijd met een verkeersteken, zoals bijvoorbeeld een parkeerverbod, de bijbehorende sanctie achterwege blijft als er voor dat parkeerverbod geen verkeersbesluit is genomen. Anders gezegd: wel strafbaar, geen straf.

 
Verwarring alom

Uit navraag bij diverse gemeenten bleek men vaak nog niet op de hoogte te zijn van de gerechtelijke uitspraak. Daarnaast ontvingen wij de volgende reacties:

  • Er zijn politieagenten die besluiten om te stoppen met sanctioneren, omdat een opsporingsambtenaar geen verkeersbesluiten gaat opzoeken.
  • Er zijn gemeenten die besluiten om het voertuig ook niet meer weg te slepen, omdat ze van mening zijn dat ook daar een verkeersbesluit voor nodig is.
  • Er zijn gemeenten die maar een beperkt aantal straten (vaak het centrum of marktterrein) heeft aangewezen in hun wegsleepverordening.
  • Er zijn gemeenten die bij het toepassen van tijdelijke verkeersmaatregelen geen handhavingsprobleem zien, omdat zij menen dat voor tijdelijke verkeersmaatregelen geen verkeersbesluit nodig is.
  • Er zijn gemeenten die menen dat nu voor alle tijdelijke verkeersmaatregelen een verkeersbesluit nodig is om te kunnen sanctioneren.

 

We lopen deze mogelijkheden in de volgende alinea’s stuk voor stuk na en concluderen dan of deze reacties al dan niet terecht zijn.

 

Mogelijkheden tot handhaving

Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door de politie en justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van burgemeester en wethouders.

 

Een gemeente kan in samenspraak met de politie op basis van deze twee manieren, al dan niet in combinatie met elkaar, handhavend optreden tegen parkeerverboden:

1.    alleen wegslepen om de weg vrij te maken,

2.    wegslepen en een Mulder-sanctie opleggen,

3.    alleen een Mulder-sanctie opleggen.

 

De wetgever zet in de memorie van toelichting uiteen, dat van het instellen van een strafvervolging, dan wel het opleggen van een sanctie ingevolge de Wet Mulder, kan worden afgezien, omdat de overtreder ten gevolge van het wegslepen van het voertuig al genoeg  'gestraft' is. De aanhalingstekens worden hier bewust gebruikt, omdat er in feite geen sprake is van straffen. Met het wegslepen wordt beoogd een einde te maken aan een verboden gedraging, niet het bestraffen van de bestuurder. De overtreder wordt bij toepassing van deze bestuursdwang wel met hoge kosten geconfronteerd en kan dit als een straf ervaren. Hierin kan aanleiding worden gevonden van een strafrechtelijk of administratiefrechtelijk vervolg af te zien.

 

Het arrest van het gerechtshof is bij wegslepen niet van toepassing, omdat de rechter zich daarin baseerde op de inhoud van artikel 9, lid 2 sub b van de Wet Mulder.

 

Wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid is het wel noodzakelijk om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Dit is voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van belang.

 

Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.

 

Wegslepen van voertuigen

Bestuursrechtelijk handhaven kan doormiddel van het wegslepen van een voertuig. Ook als er geen verkeersbesluit ten grondslag ligt aan het parkeerverbod. Maar dan moet een gemeente wel breder kijken dan alleen naar de verbodsbepalingen uit het BABW. De rechtbank Amsterdam heeft in zaak AWB 11/5510 GEMWT op 10 april 2012 dit nog eens duidelijk verwoord.

 

Het wegslepen van foutgeparkeerde voertuigen kan op grond van artikel 170 lid 1 sub c van de Wegenverkeerswet 1994, in combinatie met artikel 173 van diezelfde wet, artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen en de gemeentelijke wegsleepverordening.

 

Op grond van artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen kan een gemeente bij de volgende verkeersborden een voertuig wegslepen:

 

Uit deze combinatie van artikelen blijkt dat het wegslepen van voertuigen geen strafbepaling is, zoals de sancties van de wet Mulder, maar een uitvoering van een last onder bestuursdwang opgelegd door burgemeester en wethouders met als doel het beëindigen van een verboden gedraging.

 

Een andere mogelijkheid voor het wegslepen van voertuigen is op basis van een verbodsbepaling in de APV. Daarnaast kan een gemeente ook in de Verordening parkeerbelastingen het wegslepen van voertuigen opnemen.

 

De Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen bieden dus voldoende wettelijke grondslag voor het wegslepen van foutgeparkeerde voertuigen. In alle gevallen wordt dan bestuursdwang volgens artikel 125 van de Gemeentewet toegepast. Wel moet de gemeente een wegsleepverordening hebben vastgesteld. Artikel 173 van de Wegenverkeerswet 1994 stelt dat een gemeente weggedeelten kan aanwijzen waar de wegsleepregeling van kracht is. Het is daarbij voor de bestuursrechtelijke handhaving dus van belang dat álle wegen en weggedeelten binnen een gemeente worden aangewezen waar voertuigen kunnen worden verwijderd.

 

Meer heb je als gemeente niet nodig. Het eventueel ontbreken van een verkeersbesluit voor het parkeerverbod is daarbij niet van belang, omdat de Wegsleepverordening de grondslag voor het wegslepen geeft.

 

Uit vaste jurisprudentie, onder meer de uitspraak van de Afdeling van 5 januari 2005 (LJN: AR8738), volgt dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik zal moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden verlangd, dit niet te doen.

 

Verkeersbesluiten bij tijdelijke verkeersmaatregelen

Voor het plaatsen en verwijderen van de verkeerstekens is volgens artikel 12 BABW een verkeersbesluit nodig. Voor tijdelijke parkeerverboden is niet altijd een verkeersbesluit nodig. Voor tijdelijke maatregelen in het kader van werkzaamheden op of aan de weg geldt in grote lijnen overeenkomstig artikel 34 en 35 BABW dat er altijd een verkeersbesluit moet worden genomen als een van de in artikel 12 BABW vermelde verkeerstekens wordt geplaatst, behalve ingeval van:

1.    de uitvoering van werken, opdooi, de doorweekte toestand van een weg of weggedeelte, dreigend gevaar of andere dringende omstandigheid van voorbijgaande aard die niet konden worden voorbereid en gepland;

2.    werkzaamheden die wel zijn voorbereid en gepland, maar korter duren dan vier maanden én waarbij geen sprake is van grote belangen of een sterke ingreep in het verloop van het wegverkeer.

 

Met andere woorden, bij gehele of gedeeltelijke wegafsluitingen die korter duren dan vier maanden, maar waarbij wel sprake is van grote belangen of een sterke ingreep in de afwikkeling van het verkeer, dient wel een verkeersbesluit genomen te worden. De begrippen 'grote belangen' en 'sterke ingreep' zijn niet heel strikt te definiëren. Maar bij een afsluiting van één rijstrook tijdens verkeersluwe uren zal bijvoorbeeld minder gauw sprake zijn van een sterke ingreep op de verkeersafwikkeling dan bij een volledige afsluiting van een weg met een belangrijke verkeersfunctie, ook al duurt deze afsluiting maar één uur.

 

Vanwege het zorgvuldigheidsprincipe is het aan te bevelen om bij alle werkzaamheden op of aan de weg die invloed hebben op het verloop van het wegverkeer en/of van invloed zijn op de verkeersafwikkeling, de procedure voor het nemen van een verkeersbesluit te doorlopen en in goed overleg met betrokken wegbeheerders en politie vast te stellen of de gevolgen van die orde zijn dat er daadwerkelijk een verkeersbesluit moet worden genomen.

 

Wat betreft verkeersbesluiten voor een tijdelijke maatregel is niet altijd artikel 35 BABW van toepassing. In artikel 37 BABW staat namelijk vermeld:

In afwijking van artikel 35 geschieden de tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel krachtens een verkeersbesluit indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen.

 

Indien het gaat om voorzienbare en regelmatig terugkerende gebeurtenissen zoals evenementen (de jaarlijkse Sinterklaasintocht of wielerronde) en markten, dan is in feite geen sprake van een tijdelijke maatregel, maar van een permanente maatregel die alleen geldt op bepaalde dagen of tijden. Hiervoor is een verkeersbesluit vereist.

 

Omdat bij evenementen vaak ook parkeerverboden worden toegepast is dus op basis van de uitspraak van het gerechtshof een verkeersbesluit ook nodig om administratiefrechtelijk te kunnen sanctioneren.

 

Voor het wegslepen van een voertuig is het al dan niet tijdelijke karakter van de verkeerstekens niet van belang. Hiervoor is alleen van belang de gebieden aan te wijzen waar de wegsleepverordening van kracht is.

 

Schadeplichtige wegbeheerder

Van aannemingsbedrijven krijgen wij signalen dat op basis van de gerechtelijke uitspraak van het hof een gemeente bij een tijdelijk parkeerverbod niet meer wegsleept omdat een verkeersbesluit ontbreekt.

 

Voor een aannemer maakt het niet uit of de opdrachtgever wel of niet ook wegbeheerder is. Indien een aannemer niet kan werken dan legt hij een claim neer bij zijn opdrachtgever. Als de opdrachtgever zelf geen wegbeheerder is kan hij proberen de claim bij de wegbeheerder te verhalen, maar dat is een zaak buiten de aannemer om.

 

De wegbeheerder loopt hiermee of hij nu wel of niet opdrachtgever is het risico schadeplichtig te zijn als voertuigen niet worden weggesleept. Feit is dat de gemeente op grond van artikel 170 lid 1 sub c van de Wegenverkeerswet 1994 de bevoegdheid tot wegslepen heeft en als een gemeente die bevoegdheid niet gebruikt, dat op z'n minst een goede uitleg vereist. Zoals hiervoor al eerder werd gemeld mag slechts onder bijzondere omstandigheden van een bestuursorgaan worden verlangd geen gebruik te maken van deze bevoegdheid.

 

Een aannemer moet tijdig kunnen beschikken over het terrein waarop of waarin het werk moet worden uitgevoerd. Als dit niet het geval is kan de aannemer een beroep doen op hoofdstuk III, paragraaf 5 lid 1 UAV 2012.

 

De Raad van Arbitrage voor de Bouw, No. 26.826, heeft op 07-12-2006 op basis van een voorloper van dit artikel een claim van € 87.895,49 toegekend:

74. In paragraaf 3 van de UAV 1989 is onder andere bepaald dat de opdrachtgever er voor zorgt dat de aannemer tijdig kan beschikken over de benodigde vergunningen, ontheffingen die vereist zijn, en over het terrein waarop/waarin het werk moet worden uitgevoerd. Hierna zullen arbiters dit samenvatten als het werkterrein. Opdrachtgeefster erkent ook dat het tot haar verantwoordelijkheid behoort om zorg te dragen voor tijdige beschikbaarheid van de vergunningen en de locaties voor de uitvoering van het werk.

 

Van belang is natuurlijk wel dat er nogal wat gevolgen verbonden moeten zijn om een dergelijke claim te rechtvaardigen.

 

Conclusie

Ook na de uitspraak van 9 november 2018 heeft een wegbeheerder nog steeds de mogelijkheid om handhavend op te treden bij parkeerverboden. Voor het geven van een boete of sanctie moet het betreffende verkeersteken dan wel gestoeld zijn op een verkeersbesluit. Indien een gemeente een wegsleepverordening heeft, zal de wegbeheerder in geval van een parkeerovertreding ook moeten wegslepen, of er nu wel of geen verkeersbesluit is. Niet alleen het algemeen belang is gediend met handhaving, maar de wegbeheerder voorkomt daarmee ook een eventuele schadeclaim van aannemers bij een tijdelijk parkeerverbod.

 

Voor tijdelijke verkeersmaatregelen is de urgentie om een verkeersbesluit te nemen niet anders geworden dan het al was. Van belang is dat in veel situaties zonder verkeersbesluit nog steeds een sanctie gegeven kan worden bij een verkeersovertreding.

 

Lees ook een eerder nieuwsbericht over dit onderwerp.

 

Peter Veringmeier                                                                          Herbert Korbee

BLVC-specialist tijdelijke verkeersmaatregelen                verkeerspsycholoog en jurist

Veringmeier Verkeersmanagement                                            Korbee & Hovelynck

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Meer blogs

Artikelen 126 tot 150 van 253

3 4 5 6 7 8

Artikelen 126 tot 150 van 253

3 4 5 6 7 8

Meer...

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.